<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:3100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T15:07:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/860004-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlemmermeer</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:3100">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:3100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T15:07:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:3100 Rechtbank Noord-Holland , 15-04-2021 / 15/860004-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:3100:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich gedurende een lange periode en ten aanzien van meerdere slachtoffers schuldig gemaakt aan oplichting door kort gezegd deze slachtoffers onjuiste betalingsinstructies te geven waarmee hij zichzelf heeft bevoordeeld met een geldbedrag van meer dan € 2.000.000,-. Van dit geldbedrag heeft verdachte een luxe leven geleid. Verdachte heeft deze oplichting gepleegd telkens vanuit zijn functie als medewerker van een financiële instelling.</para>
      <para />
      <para>In beginsel worden voor feiten als de onderhavige, mede gelet op de duur en omvang van het benadelingsbedrag, onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd. De rechtbank acht echter, naast de overschrijding van de redelijke termijn, omstandigheden aanwezig die aanleiding geven dat in deze zaak niet te doen.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank veroordeelt de verdachte tot: een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 240 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:3100:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Team Straf, locatie Haarlemmermeer</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/860004-14</para>
      <para>Uitspraakdatum: 15 april 2021</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verkort strafvonnis</emphasis> (art. 138b Sv) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 maart 2021 en 1 april 2021 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt van de officier van justitie, mr. M.C. Beun en van hetgeen door verdachte en mr. C.F. Korvinus, raadsman van verdachte, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 04 september 2009 tot en met 24 juli 2013 te Hoofddorp en/of Beverwijk, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,</para>
      <para>(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,</para>
      <para>door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of een of meer listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels,</para>
      <para>(een of meer medewerker(s) van) de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A., en/of Bijzonder Beheer klanten en/of curatoren/advocaten, veilinghuizen en/of derden (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 2.508.965,32 euro), in elk geval van enig(e) goed(eren),</para>
      <para>immers heeft hij, verdachte, (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in zijn hoedanigheid van [functie] Bijzonder Beheer bij de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A.,</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>(meermalen) (door hem, verdachte) valselijk opgemaakte factu(u)r(en) uit naam van Nauta Dutilh verstuurd en/of verstrekt en/of ingediend ter uit betaling van (zijn, verdachtes) privé crediteuren en/of overboeking naar (privé) bankrekeningnummer(s) (van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(telkens) betaalopdracht(en) en/of overboekingsformulieren te voorzien van valse na(a)m(en) en/of betalingskenmerk(en) en/of (een) (privé) bankrekeningnummer(s) (van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of derden en/of </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>welke betaalopdracht(en) en/of overboekingsformulieren er (telkens) toe strekte(n) dat er geld werd overgeboekt van </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de (tussen)rekening KRM van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. naar een of meer (privé) bankrekeningnummer(s) van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bankrekening(en) van (meerdere) Bijzonder Beheer klant(en) van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. naar een of meer (privé) bankrekeningnummer(s) (van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bankrekening(en) van (meerdere) Bijzonder Beheer klant(en) van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. naar een of meer bankrekeningnummer(s) van (zijn, verdachtes) privé crediteur(s) en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>naar een of meer bankrekeningnummer(s) van Bijzonder Beheer klanten van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. en/of </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>waardoor (een of meer medewerker(s)) van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. en/of Bijzonder Beheer klanten en/of curatoren/advocaten, veilinghuizen en/of derden (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) (op de (privé) bankrekeningnummer(s) van verdachte en/ zijn echtgenote [echtgenote]</para>
      <para> en/of zijn/hun (privé) crediteur(s);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2012 tot en met 31 december 2013 te Hoofddorp en/of Beverwijk en/of Amsterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, </para>
      <para>(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, </para>
      <para>door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,</para>
      <para>(een of meer medewerker(s) van) Nauta Dutilh NV, (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 129.487,32 euro), in elk geval van enig(e) goed(eren), </para>
      <para>immers heeft hij, verdachte, (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in zijn hoedanigheid van [functie] Bijzonder Beheer bij de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A.),</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>(telkens) voorgewend aan (een of meer medewerker(s) van) Nauta Dutilh NV namens de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. legitieme (betaal)instructie(s) te geven ten gunste van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. en/of Bijzonder Beheer klant(en) en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(meermalen) (valse) (betaal)instructie(s) heeft opgemaakt en/of verstrekt en/of (hierbij) die (betaal)instructie(s) (telkens) voorzien van een (privé) bankrekeningnummer(s) van verdachte en/of zijn [echtgenote] ,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(daarbij) (telkens) medegedeeld of voorgewend dat de begunstigde van die/dat (valse) bankrekeningnummer(s) de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. was,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>waardoor (een of meer medewerkers) NautaDutilh NV (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2004 tot en met 01 februari 2009 te Hoofddorp en/of Amersfoort en/of Amsterdam en/of Utrecht, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,</para>
      <para>(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,</para>
      <para>door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of een of meer listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels,</para>
      <para>(een of meer medewerker(s) van) Solveon Incasso BV en/of klanten van Solveon, (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 710.811,32 euro), in elk geval van enig(e) goed(eren),</para>
      <para>immers heeft hij, verdachte, (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in zijn hoedanigheid van Senior Medewerker Incasso Particulier/Zakelijk/Hypotheken bij Solveon Incasso BV en/of (vervolgens als) Recovery Officer Financial Recovery bij ABN AMRO Bank NV,</para>
    </parablock>
    <para>- ( (telkens) voorgewend legitieme betaalopdracht(en) uit te geven, door (meermalen) valselijk opgemaakte betaalopdrachtformulier(en) te gebruiken en/of (meermalen) onjuiste digitale betaalopdracht(en) aan te maken in het geautomatiseerde betalingssysteem Solve IT en/of </para>
    <para>- ( (daarbij) (telkens) die betaalopdracht(en) voorzien van valse na(a)m(en) en/of betalingskenmerk(en) en/of (een) (privé) bankrekeningnummer(s) (van verdachte en/of zijn [echtgenote] ) en/of</para>
    <para>welke betaalopdracht(en) er (telkens) toe strekte(n) dat er geld werd overgeboekt van</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de (tussen)rekening van Solveon Incasso BV naar een of meer (privé) bankrekeningnummer(s) van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bankrekening(en) van (meerdere) klant(en) van Solveon Incasso BV naar een of meer (privé) bankrekeningnummer(s) van verdachte en/of zijn [echtgenote]</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bankrekening(en) van (meerdere) klant(en) van Solveon Incasso BV naar een of meer bankrekeningnummer(s) van (zijn, verdachtes) privé crediteur(s),</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(vervolgens) (telkens) een medewerker van Solveon Incasso BV verzocht tot fiattering en/of uitbetaling van voorgenoemde betaalopdracht(en) en/of voorgenoemde betaalopdracht(en) ter fiattering en/of betaling aangeboden en/of</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>waardoor (een of meer medewerker(s) van) Solveon Incasso BV en/of (een of meer) klanten van Solveon (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven overboeking(en) (op de (privé) bankrekeningnummer(s) van verdachte en/ zijn [echtgenote] en/of zijn/hun (privé) crediteur(en);</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 januari 2008 tot en met 16 januari 2009 te Hoofddorp en/of Amersfoort en/of Amsterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,</para>
      <para>(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,</para>
      <para>door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of een of meer listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels,</para>
      <para>
        [slachtoffer] , (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 40.000,00 euro), in elk geval van enig(e) goed(eren),</para>
      <para>immers heeft hij, verdachte, (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in zijn hoedanigheid van Senior Medewerker Incasso Particulier/Zakelijk/Hypotheken bij Solveon Incasso BV en/of (vervolgens als) Recovery Officer Financial Recovery bij ABN AMRO Bank NV),</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [slachtoffer] (telefonisch) medegedeeld dat de mogelijkheid bestond om (finale) kwijting te verkrijgen (van de schuld van [slachtoffer] aan de ABN AMRO Bank NV) en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(vervolgens) [slachtoffer] medegedeeld dat [slachtoffer] (finale) kwijting kreeg (van de schuld aan de ABN AMRO Bank NV) als [slachtoffer] een totaalbedrag van 40.000,00 euro overboekt (naar een bankrekeningnummer van Solveon Incasso BV of ABN AMRO Bank NV) en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(vervolgens) [slachtoffer] een (valse) (betaal)instructie verstrekt (ter overboeking naar een (privé) bankrekeningnummer(s) van verdachte (en/of zijn [echtgenote] ),</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>waardoor [slachtoffer] (telkens) werd(en) bewogen tot betaling van 40.000,00 euro, althans een geldbedrag.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ontvankelijkheid</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft een niet-ontvankelijkheidsverweer gevoerd ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde. Volgens de raadsman levert de late dagvaarding ten aanzien van deze feiten een zodanig ernstige overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) op dat daardoor het verdedigingsbelang en het belang van de waarheidsvinding is geschonden. De overschrijding is aan het optreden van het Openbaar Ministerie te wijten. Als gevolg van de ernstige overschrijding van de redelijke termijn is er op dit moment geen ruimte meer voor een eventuele strafoplegging die nog enig strafdoel dient. Dit maakt dat – in navolging van andere lagere rechters – sprake is van een uitzonderlijk geval dat afwijking van de standaard jurisprudentie van de Hoge Raad rechtvaardigt. De raadsman heeft daarom de rechtbank verzocht de officier van justitie ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet-ontvankelijkheidsverweer moet worden verworpen. De redelijke termijn is in ernstige mate overschreden. Deze overschrijding kan niet worden toegeschreven aan de verdediging. Niet-ontvankelijkheid is echter niet aan de orde, nu op andere wijze compensatie kan worden geboden aan verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt met de raadsman en de officier van justitie vast dat de redelijke termijn in deze zaak zeer fors is overschreden. Als aanvangsdatum van de redelijke termijn voor alle op de tenlastelegging genoemde feiten neemt de rechtbank het eerste verhoor van verdachte op 10 december 2013, nu hij niet in verzekering is gesteld. Dat leidt tot een overschrijding van de redelijke termijn met 5 jaren en 4 maanden. Deze overschrijding kan verdachte niet worden aangerekend. Verdachte heeft immers bij zijn eerste verhoor meteen openheid van zaken gegeven en de verdenking bij dit eerste verhoor in 2013 zag deels op feiten uit de periode 2004-2009. De Hoge Raad heeft echter in zijn arrest van 17 juni 2008 geoordeeld dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van deze lijn van de Hoge Raad. Ook in een zaak als de onderhavige kan de overschrijding van de redelijke termijn naar haar oordeel in voldoende mate worden gecompenseerd, hetzij door minder, hetzij door in het geheel geen straf op de leggen. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn ook geen andere omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overig</emphasis>
        <?linebreak?>Bij het onderzoek ter terechtzitting is verder gebleken dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is en er geen gronden voor schorsing van de vervolging zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het bewijs </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft de raadsman vrijspraak bepleit omdat niet bewezen kan worden dat sprake is van oplichting. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van feit 1 is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde curatoren, advocaten, veilinghuizen en/of derden heeft opgelicht. De in de tenlastelegging vermelde oplichtingshandelingen hebben immers enkel betrekking op het bewegen van medewerkers van de Rabobank en Bijzonder Beheer klanten. Voor zover verdachte wordt verweten advocaten, veilinghuizen en/of derden te hebben opgelicht, wordt hij daarvan vrijgesproken.</para>
        <para>Ten aanzien van feit 3 is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte – kort gezegd – Solveon BV heeft opgelicht voor het specifiek in de tenlastelegging genoemde geldbedrag, reeds omdat daarin ook is meegenomen het bedrag dat ziet op de oplichting van [slachtoffer] , zoals tenlastegelegd onder feit 4. De rechtbank zal verdachte daarvan in zoverre vrijspreken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank grondt de beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmotivering</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen om daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.</para>
        <para>Bij het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels gaat het in de kern om gesproken en/of geschreven uitingen die bij die ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven kunnen roepen die op meer dan een enkele leugenachtige mededeling is gebaseerd. Daarbij hoeft niet altijd sprake te zijn van meerdere duidelijk van elkaar te scheiden leugens. Ook als sprake is van een leugenachtige mededeling van voldoende gewicht, in combinatie met andere aan de verdachte toe te rekenen omstandigheden die tot misleiding van het beoogde slachtoffer kunnen leiden, zoals bijvoorbeeld het misbruik van een tussen de verdachte en het beoogde slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie, kan dat een samenweefsel van verdichtsels opleveren.</para>
        <para>Bij listige kunstgrepen gaat het in vergelijkbare zin in de kern om meer dan een enkele misleidende feitelijke handeling die een onjuiste voorstelling van zaken in het leven kan roepen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De strafbaarstelling van oplichting beoogt niet alleen het vertrouwen van de persoon die is opgelicht en daardoor vermogensnadeel leidt te beschermen, maar ook meer algemeen het vertrouwen dat het publiek ten behoeve van het maatschappelijk en economisch verkeer tot op zekere hoogte mag stellen in de oprechtheid waarmee anderen aan dit verkeer deelnemen. Dit laatste komt in rechtspraak van de Hoge Raad tot uitdrukking in verschillende voor de beoordeling van het gewicht van het gehanteerde oplichtingsmiddel relevant geachte omstandigheden als: het misbruik maken van een in het maatschappelijk verkeer geldend verwachtingspatroon, het verstrekken van onbruikbare contactgegevens of het veelvuldig herhalen van identieke gedragingen in relatie tot telkens weer andere (beoogde) slachtoffers.<footnote-ref linkend="_e8cfb820-6649-4d78-aeb6-4d03f07ac7da" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten 2 en 3</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting en de overige bewijsmiddelen volgt – kort gezegd – dat verdachte gedurende een langere periode verschillende slachtoffers meermalen onjuiste betaalinstructies heeft gegeven en zich hiermee wederrechtelijk heeft bevoordeeld. De wijze waarop verdachte de onjuiste instructies gaf was niet altijd identiek. Zo paste verdachte soms de naam en rekeningnummer van de rekeninghouder aan op een betaalopdracht die hij vervolgens ter fiattering aan zijn meerdere aanbood (feit 3), heeft hij valse facturen opgemaakt (op naam van Nauta Dutilh) en ervoor gezorgd dat deze werden uitbetaald (feit 3) en gaf hij mondeling of schriftelijk onjuiste betaalgegevens door (feit 2). De valse betaalinstructies werden door verdachte veelal niet of onjuist verwerkt in het daarvoor bestemde logboek. Verder heeft verdachte bij sommige klanten de verstrekking van rekeningafschriften stopgezet zodat de klant niet zou zien dat er bedragen werden afgeschreven en liet hij in bepaalde dossiers het contract van de klant uitstromen zodat de betaalrekening van de klant werd opgeheven en betalingen alleen nog maar via de tussenrekening konden plaatsvinden. Verdachte maakte aldus op een geraffineerde wijze gebruik van zijn kennis over de werkwijze en (controle)systemen van zijn werkgevers en de mogelijkheid om die te manipuleren en te omzeilen.</para>
        <para>De onjuiste betaalinstructies gaf verdachte telkens vanuit zijn functie als medewerker van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A., Solveon Incasso BV of ABN AMRO Bank NV. De slachtoffers mochten gelet op de positie die verdachte binnen deze banken bekleedde vertrouwen op de juistheid van zijn instructies. Verdachte heeft aldus misbruik gemaakt van de vertrouwensrelatie die tussen hem en de slachtoffers bestond en hij heeft ook misbruik gemaakt van een in het maatschappelijk verkeer geldend verwachtingspatroon. </para>
        <para>Het voorgaande brengt de rechtbank ertoe te oordelen dat ten aanzien van de feiten 2 en 3 sprake is van een voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen, zodat kan worden gesproken van oplichting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat betreft het onder 2 ten laste gelegde merkt de rechtbank nog op dat, anders dan de raadsman heeft aangevoerd, Nauta Dutilh N.V. degene is die is opgelicht door verdachte en niet de Rabobank. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte aan Nauta Dutilh onjuiste betalingsinstructies heeft verstrekt waardoor Nauta Dutilh geldbedragen heeft overgemaakt naar de bankrekening van verdachte en zijn echtgenote. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
        </para>
        <para>Wat betreft het onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat het slachtoffer uiteindelijk niet daadwerkelijk benadeeld zou zijn door het handelen van verdachte. De rechtbank merkt op dat dit voor de bewezenverklaring van oplichting niet van belang is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien het voorgaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde zoals hieronder vermeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>hij op tijdstippen in de periode van 4 september 2009 tot en met 24 juli 2013 te Hoofddorp en/of Beverwijk, meermalen, </para>
        <para>telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,</para>
        <para>door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels,</para>
        <para>een of meer medewerker(s) van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A., en/of Bijzonder Beheer klanten heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen,</para>
        <para>immers heeft hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in zijn hoedanigheid van [functie] Bijzonder Beheer bij de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A.,</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>meermalen door hem, verdachte valselijk opgemaakte facturen uit naam van Nauta Dutilh ingediend ter uitbetaling van zijn, verdachtes privé crediteuren en/of overboeking naar bankrekeningen van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>telkens betaalopdrachten en/of overboekingsformulieren voorzien van valse namen en/of betalingskenmerken en/of bankrekeningnummers van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of derden </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>welke betaalopdrachten en/of overboekingsformulieren er telkens toe strekten dat er geld werd overgeboekt van </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de tussenrekening KRM van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. naar bankrekeningen van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de bankrekeningen van Bijzonder Beheer klanten van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. naar bankrekeningen van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de bankrekeningen van Bijzonder Beheer klanten van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. naar een of meer bankrekeningen van zijn, verdachtes privé crediteuren</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>waardoor medewerkers van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. en/of Bijzonder Beheer klanten telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>hij op tijdstippen in de periode van 1 december 2012 tot en met 31 december 2013 te Hoofddorp en/of Beverwijk, meermalen,  </para>
        <para>telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, </para>
        <para>door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,</para>
        <para>medewerkers van Nauta Dutilh NV, heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen van in totaal ongeveer 129.487 euro, </para>
        <para>immers heeft hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in zijn hoedanigheid van [functie] Bijzonder Beheer bij de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A.,</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>telkens voorgewend aan medewerkers van Nauta Dutilh NV namens de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. legitieme betaalinstructies te geven ten gunste van de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>meermalen valse betaalinstructies verstrekt en die betaalinstructies telkens voorzien van bankrekeningnummers van verdachte en/of zijn [echtgenote] , en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>daarbij telkens voorgewend dat de begunstigde van dat bankrekeningnummer de Coöperatieve Rabobank IJmond Noord U.A. was,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>waardoor medewerkers Nauta Dutilh NV telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>hij in de periode van 1 januari 2004 tot en met 1 februari 2009 te Hoofddorp en/of Amsterdam en/of Utrecht, meermalen, </para>
        <para>telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,</para>
        <para>door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels,</para>
        <para>medewerkers van Solveon Incasso BV heeft bewogen tot de afgifte geldbedragen,</para>
        <para>immers heeft hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in zijn hoedanigheid van Senior Medewerker Incasso Particulier/Zakelijk/Hypotheken bij Solveon Incasso BV en vervolgens als Recovery Officer Financial Recovery bij ABN AMRO Bank NV,</para>
      </parablock>
      <para>- telkens voorgewend legitieme betaalopdrachten uit te geven, door meermalen valselijk opgemaakte betaalopdrachtformulieren te gebruiken en/of meermalen onjuiste digitale betaalopdrachten aan te maken in het geautomatiseerde betalingssysteem Solve IT en</para>
      <para>- daarbij telkens die betaalopdrachten voorzien van valse namen en/of betalingskenmerken en bankrekeningnummers van verdachte en/of zijn [echtgenote]</para>
      <para>welke betaalopdrachten er telkens toe strekten dat er geld werd overgeboekt van</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de tussenrekening van Solveon Incasso BV naar bankrekeningen van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de bankrekeningen van klanten van Solveon Incasso BV naar bankrekeningen van verdachte en/of zijn [echtgenote] en/of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de bankrekeningen van klanten van Solveon Incasso BV naar bankrekeningen van zijn, verdachtes privé crediteuren, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vervolgens telkens medewerkers van Solveon Incasso BV verzocht tot fiattering en uitbetaling van voorgenoemde betaalopdrachten,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>waardoor medewerkers van Solveon Incasso BV telkens werden bewogen tot bovenomschreven overboekingen;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 4</emphasis>
        </para>
        <para>hij in de periode van 29 januari 2008 tot en met 16 januari 2009 te Hoofddorp en/of Amsterdam, </para>
        <para>met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,</para>
        <para>door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels,</para>
        <para>
          [slachtoffer] , heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal 40.000,00 euro,</para>
        <para>immers heeft hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in zijn hoedanigheid van Recovery Officer Financial Recovery bij ABN AMRO Bank NV,</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [slachtoffer] (telefonisch) medegedeeld dat de mogelijkheid bestond om finalekwijting te verkrijgen van de schuld van [slachtoffer] aan de ABN AMRO Bank NV en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vervolgens [slachtoffer] medegedeeld dat [slachtoffer] finale kwijting kreeg van de schuld aan de ABN AMRO Bank NV als [slachtoffer] een totaalbedrag van 40.000,00 euro overboekt naar een bankrekening van Solveon Incasso BV of ABN AMRO Bank NV en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vervolgens [slachtoffer] een valse betaalinstructie verstrekt ter overboeking naar een  bankrekening van zijn [echtgenote] ,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>waardoor [slachtoffer] werd bewogen tot betaling van 40.000,00 euro.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>oplichting, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>oplichting, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>oplichting, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>oplichting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de straf</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daaraan verbonden de algemene voorwaarden en de bijzondere voorwaarden inhoudende een meldplicht en een behandelverplichting. Hierbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een beroepsverbod voor de functie als bankmedewerker wordt opgelegd voor de duur van 5 jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening dient te houden met het feit dat de redelijke termijn in forse mate is overschreden. Daarnaast heeft de raadsman verzocht ermee rekening te houden dat verdachte, na een aantal moeilijke jaren, zijn leven weer enigszins op de rails heeft. Verdachte heeft nu een dak boven zijn hoofd en heeft mede daarom een regeling kunnen treffen ten aanzien van de zorg over zijn kinderen. Om die redenen verzoekt de raadsman dan ook geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen, maar te volstaan met een taakstraf voor de duur van 240 uren in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 10 maart 2021, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en na de onderhavige feiten niet meer met politie of justitie in aanraking is geweest.</para>
      <para>- het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 23 mei 2016 van [reclasseringswerker,] verbonden aan Reclassering Nederland.</para>
      <para>- het over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport gedateerd 15 juni 2016 van [gezondheidspsycholoog] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich gedurende een lange periode en ten aanzien van meerdere slachtoffers schuldig gemaakt aan oplichting door kort gezegd deze slachtoffers onjuiste betalingsinstructies te geven waarmee hij zichzelf heeft bevoordeeld met een geldbedrag van meer dan € 2.000.000,-. Van dit geldbedrag heeft verdachte een luxe leven geleid. Verdachte heeft deze oplichting gepleegd telkens vanuit zijn functie als medewerker van een financiële instelling. Daarmee heeft hij het vertrouwen dat de slachtoffers in hem hadden misbruikt maar ook meer algemeen het vertrouwen dat het publiek ten behoeve van het maatschappelijk en economisch verkeer tot op zekere hoogte mag stellen in de oprechtheid waarmee anderen aan dit verkeer deelnemen, beschadigd. De rechtbank rekent dat verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de psychologische rapportage wordt geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens onder meer leidend tot onlustgevoelens, behoefte aan compensatie en een innerlijk gevoel van leegte. Deze gevoelens zijn volgens de rapporteur niet van zodanige aard geweest dat verdachte niet in strijd is geweest zijn gedrag in te bepalen. Geadviseerd wordt verdachte toerekeningsvatbaar te achten. De rechtbank neemt deze conclusie over en acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de bepaling van de strafsoort en strafmaat stelt de rechtbank voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. In de zaak van verdachte is sprake van een ernstige overschrijding van de redelijke termijn met 5 jaar en vier maanden zoals de rechtbank hiervoor onder 2 reeds heeft overwogen. </para>
        <para>Er is geen aanleiding (een gedeelte van) deze overschrijding toe te rekenen aan de verdediging. De rechtbank merkt daarbij op dat verdachte ook daadwerkelijk gebukt is gegaan onder dit tijdsverloop. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze overschrijding betekenisvol meeweegt bij de bepaling van de op te leggen straf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In beginsel worden voor feiten als de onderhavige, mede gelet op de duur en omvang van het benadelingsbedrag, onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd. De rechtbank acht echter, naast de overschrijding van de redelijke termijn, omstandigheden aanwezig die aanleiding geven dat in deze zaak niet te doen. Verdachte heeft allereerst zeer lang op zijn berechting moeten wachten en gaat tot op de dag van vandaag nog steeds gebukt onder de gevolgen van de door hem gepleegde feiten. Zo is hij is mede ten gevolge van de door hem gepleegde feiten een periode dakloos geweest, hij heeft zijn vrouw en vrienden verloren en hij heeft moeilijk werk kunnen vinden om in zijn levensonderhoud te voorzien. Bovendien heeft de verdachte een schuld van meer dan € 2.000.000,- doordat de civiele rechter een vordering tot schadevergoeding van de Rabobank heeft toegewezen. Dit heeft de verdachte weliswaar aan zijn eigen handelen te danken maar deze schuld zal hem zeer lange tijd, zo niet de rest van zijn leven, blijven achtervolgen. </para>
        <para>Het is de rechtbank gebleken dat verdachte desondanks op de goede weg is. Verdachte woont nu in een - door hem met anderen gedeelde - woning waar hij zijn kinderen kan ontvangen. Verdachte neemt een schuldbewuste houding aan die de rechtbank oprecht overkomt. Dit leidt zij onder meer af uit het feit dat verdachte door de directe bekentenis van de feiten ervan heeft blijk gegeven het laakbare van zijn eigen handelen in te zien en hij bij zijn huidige werkgevers ongevraagd openheid van zaken heeft gegeven over de door hem in het verleden gepleegde strafbare feiten. Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij sinds deze delicten ook niet meer met justitie in aanraking is gekomen. Ten slotte is verdachte uit eigen beweging onder behandeling bij verschillende instellingen voor zijn psychische problematiek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Al deze omstandigheden in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat zowel vanuit het oogpunt van generale als speciale preventie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen redelijk doel meer dient en dat aan verdachte een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een beroepsverbod, mede gezien het tijdsverloop, geen toegevoegde waarde heeft. Om die reden ziet de rechtbank ook af van het opleggen van bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering in 2016. Een voorwaardelijke gevangenisstraf onder de algemene voorwaarden is naar het oordeel van de rechtbank een voldoende waarborg verdachte ervan te weerhouden strafbare feiten te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Vordering benadeelde partij</title>
    <para>De [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 710.811,32 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 3	ten laste gelegde feit zou hebben geleden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is de vordering tot schadevergoeding gemotiveerd betwist door aan te voeren dat deze onvoldoende is onderbouwd en niet van eenvoudige aard is en daarmee een te grote belasting vormt voor het strafproces.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding vormt, zodat de benadeelde partij niet in haar vordering zal kunnen worden ontvangen. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.</para>
      <para>De vordering van de benadeelde partij sluit, zonder nadere toelichting, aan bij het bedrag dat in de tenlastelegging is opgenomen. De rechtbank heeft ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde echter niet het daarin genoemde benadelingsbedrag bewezen verklaard. Daarbij komt dat niet alle onderliggende stukken ten aanzien van de bedragen die door de [benadeelde partij] zouden zijn uitgekeerd zich in het dossier bevinden. Stukken op grond waarvan de rechtbank het benadelingsbedrag zou kunnen vaststellen zijn als gezegd ook niet door de benadeelde partij met de vordering tot schadevergoeding overgelegd. In het licht daarvan merkt de rechtbank bovendien op dat namens de benadeelde partij niemand ter terechtzitting is verschenen om de hoogte van de vordering nader toe te lichten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering, nu een nadere onderbouwing van de vordering, mede gezien het aanzienlijke tijdsverloop in deze zaak, een onevenredige belasting van het strafproces met zich brengt. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <parablock>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para>artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">6 maanden</emphasis>, met bevel dat deze straf <emphasis role="bold">niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot het verrichten van <emphasis role="bold">240 uren</emphasis> taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. T. de Bont, voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Mateman en M. Hoendervoogt, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.C. ten Klooster,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e8cfb820-6649-4d78-aeb6-4d03f07ac7da" label="1">
    <para> Vgl. HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2889.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>