<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:3060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-14T13:05:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C /15/315194 / HA RK 21/68</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:3060">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:3060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-14T13:02:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:3060 Rechtbank Noord-Holland , 14-04-2021 / C /15/315194 / HA RK 21/68</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:3060:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wrakingsverzoek kennelijk niet ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:3060:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Wrakingskamer, locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:	 	C /15/315194 / HA RK 21/68</para>
      <para>datum uitspraak	: 	14 april 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis> op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank is de minderjarige zoon van verzoeker, [naam], geboren [geboortedatum], uit huis geplaatst. De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering in Alkmaar heeft een verzoek ingediend tot vervangende toestemming voor medische behandeling (inschrijving huisarts en tandarts en opstarten behandeling) van [naam].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 13 april 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden voor kinderrechter mr. A.S. van Leeuwen (hierna: de rechter). Daarbij waren verder aanwezig de gezinsvoogd, de moeder, de advocaat van moeder en de vader. Allen hebben het woord gevoerd. Vader bleek ook tijdens de zitting niet bereid om op dat moment de verlangde toestemming te verlenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het proces-verbaal blijkt het volgende:<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De kinderrechter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als de gezinsvoogd nu wel de brief voor toestemming mee had, zou u dit briefje dan niet gewoon tekenen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De vader</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nee, absoluut niet. Ben zelf in staat om dingen te regelen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals te doen gebruikelijk heeft de rechter ter zitting haar beslissing genomen en meegedeeld:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De kinderrechter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dan ga ik de toestemming geven.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De vader</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik snap niet waarom zij zo moeilijk doen. Het kan gewoon geregeld worden. Dit is geen rechtsgang. Ik wraak u als rechter.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>En even later tijdens de zitting:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De kinderrechter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beslissing komt zo snel mogelijk. Deze komt binnen twee weken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De vader</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">U had nooit uitspraak mogen doen, want ik heb u meerdere keren gewraakt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De kinderrechter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik had toen al gezegd wat ik zou gaan beslissen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Direct na afloop van de zitting heeft de rechter met de griffier het proces-verbaal opgesteld. Zij heeft dat met het onderliggende dossier bij de griffier van de wrakingskamer ingediend, daarbij stellende dat verzoeker een wrakingsverzoek heeft gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>BEOORDELING VAN HET VERZOEK </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Een rechter kan op grond van artikel 36 Rv worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens artikel 5 lid 2 onder b van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) kan een wrakingsverzoek niet worden ingediend na het tijdstip, waarop einduitspraak is of wordt gedaan. </para>
        <para>Naar het oordeel van de wrakingskamer had de rechter in deze zaak haar beslissing genomen en ook uitspraak gedaan. Pas daarna heeft verzoeker de rechter gewraakt. Dat de mondelinge uitspraak later op schrift wordt gezet, doet daar niet aan af. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer zal het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Overigens merkt de wrakingskamer op dat verzoeker ook geen grond voor zijn wraking heeft opgegeven. Hij heeft niet duidelijk gemaakt waarom aan de onpartijdigheid van de rechter zou moeten worden getwijfeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op 13 april 2021 en beveelt daartoe de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de voorzitter van de rechtbank Noord-Holland, afdeling familie- en jeugdrecht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, en mr. P.J. Jansen, <?linebreak?>mr. I.H. Lips, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier								voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>