<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:2166</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-05T14:00:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8990847 \ CV EXPL 21-457</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:2166">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:2166</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-25T14:51:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:2166 Rechtbank Noord-Holland , 31-03-2021 / 8990847 \ CV EXPL 21-457</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:2166:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze zaak draait om de vraag of gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en om die reden gehouden is de daardoor door eiser geleden schade van € 2.545,00 aan eiser te vergoeden. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet het geval is, omdat het causaal verband tussen de gestelde tekortkoming en de gestelde schade niet is komen vast te staan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:2166:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8990847 \ CV EXPL  21-457 WD</para>
      <para>Uitspraakdatum: 31 maart 2021 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: Klaverblad Rechtsbijstand Stichting</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Saen Strategisch B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Utrecht </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: Saen Strategisch</para>
      <para>vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer [XX]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 7 januari 2021 een vordering tegen Saen Strategisch ingesteld. Saen Strategisch heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 15 maart 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiser] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] bij brief van 15 februari 2021 nog stukken toegezonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In april 2020 heeft Saen Strategisch in opdracht van [eiser] stucwerkzaamheden uitgevoerd in een aan [eiser] toebehorende woning aan het adres [straat] [nummer] te [plaats].</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft zich bij Saen Strategisch beklaagd over vlekken op de trap van de begane grond naar de eerste verdieping.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft Saen Strategisch aangemaand om aan [eiser] te vergoeden een bedrag van € 2.545,00 ter zake van de kosten van verwijdering en herstel.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Saen Strategisch heeft geweigerd deze kosten aan [eiser] te vergoeden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter Saen Strategisch veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 2.545,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten van € 459,20, de wettelijke rente en de kosten van dit geding. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] voert daartoe kort gezegd als volgt aan. Saen Strategisch is tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst, doordat zij heeft verzuimd om tijdens de stucwerkzaamheden de trap van de begane grond naar de eerste verdieping af te dekken. Hierdoor is stucmateriaal op de trap terechtgekomen. Na verwijdering van dit stucmateriaal zijn zwarte vlekken achtergebleven op de trap. Dit moet worden hersteld. Met het herstel van de trap is een bedrag van € 2.545,00 gemoeid, welk bedrag Saen Strategisch gehouden is aan [eiser] te vergoeden. Desondanks weigert zij tot vergoeding van dit bedrag over te gaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Saen Strategisch voert verweer op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Deze zaak draait om de vraag of Saen Strategisch tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en om die reden gehouden is de daardoor door [eiser] geleden schade van € 2.545,00 aan [eiser] te vergoeden. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet het geval is en overweegt daartoe als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert de kosten van herstel van de trap van de begane grond naar de eerste verdieping. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn vordering foto’s overgelegd (productie 4 en 16). Saen Strategisch stelt dat op deze foto’s de zoldertrap te zien is, maar op de als 16 overgelegde foto zijn beide trappen te zien en alle foto’s in onderlinge samenhang bekeken leidt tot de conclusie dat de als productie 4 overgelegde foto’s zijn genomen van de trap van de begane grond naar de eerste verdieping. Met inachtneming van het voorgaande wordt als volgt overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Ook als moet worden aangenomen dat (i) Saen Strategisch heeft verzuimd de trap van de begane grond naar de eerste verdieping af te dekken en (ii) stucmateriaal daardoor op de trap terecht is gekomen, hetgeen Saen Strategisch allemaal betwist, is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] onvoldoende heeft gesteld om Saen Strategisch aansprakelijk te houden voor de door [eiser] gestelde schade. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Artikel 74 lid 1 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt, voor zover van belang, dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden. Het woord “daardoor” in voormeld wetsartikel brengt tot uitdrukking dat er een oorzakelijk (causaal) verband moet zijn tussen de geleden schade en de tekortkoming van de schuldenaar. Ontbreekt dit verband dan is de schuldenaar niet aansprakelijk voor de schade. Uit de hierna volgende beoordeling blijkt dat dit vereiste causaal verband niet is komen vast te staan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Op de foto’s is te zien dat er zwarte vlekken op de trap zitten. De gevorderde schade ziet op de herstelkosten die [eiser] dient te maken als gevolg van de aanwezigheid van die vlekken. Op basis van de overgelegde foto’s is echter niet zonder meer aannemelijk dat de zwarte vlekken zijn veroorzaakt door gespat of geknoeid stucwerk. Saen Strategisch heeft ook gemotiveerd betwist dat dat het geval is. Zij heeft hiertoe naar voren gebracht dat (i) het van gips zijnde stucmateriaal niet kan intrekken op de gecoate trap en (ii) het gelet op de kleur van het gebruikte stucmateriaal niet mogelijk is dat de zwarte vlekken zijn veroorzaakt door het stucwerk. Deze twee argumenten zijn van de zijde van [eiser] niet inhoudelijk weersproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Daarmee is niet komen vast te staan dat de zwarte vlekken die thans aanwezig zijn op de trap zijn veroorzaakt door een tekortkoming van Saen Strategisch. Saen Strategisch is daarom niet aansprakelijk voor de gevorderde herstelkosten. De vordering ligt daarmee voor afwijzing gereed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Ter zitting heeft [eiser] nog aangeboden om foto’s te overleggen die voorafgaand aan de stucwerkzaamheden van de trap zijn genomen. De kantonrechter gaat aan dit aanbod voorbij, omdat deze foto’s niet af kunnen doen aan hetgeen hierover is overwogen over het ontbreken van het vereiste causaal verband. Ook gaat de kantonrechter voorbij aan het in de dagvaarding gedane aanbod om e-mailcorrespondentie te overleggen en [eiser] te horen als getuige. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen over het ontbreken van het causaal verband acht de kantonrechter dit aanbod niet ter zake doende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [eiser], omdat hij ongelijk krijgt. De proceskosten van Saen Strategisch worden begroot op nihil. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Saen Strategisch worden vastgesteld op nihil.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>