<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:2070</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-20T12:01:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8778400 \ CV EXPL 20-4953</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:2070">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:2070</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-22T15:15:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:2070 Rechtbank Noord-Holland , 17-03-2021 / 8778400 \ CV EXPL 20-4953</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:2070:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Enkele stelling dat wederpartij niet goed heeft gepresteerd brengt niet mee dat betalingsverplichting komt te vervallen (HR 19 februari 1988, NJ 1989, 343)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:2070:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8778400 \ CV EXPL  20-4953 (DJS)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 17 maart 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] , h.o.d.n. [bedriijfsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: O. Kinik,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 15 september 2020 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het mondeling antwoord van 28 oktober 2020 met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 8 februari 2021 van de gemachtigde van [eiser] met aanvullende productie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 18 februari 2021.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden verricht in en aan haar woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] facturen gestuurd voor de uitgevoerde werkzaamheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>	[gedaagde] heeft ondanks herhaalde aanmaning een bedrag van € 4.628,55 onbetaald gelaten.	</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter, bij vonnis en uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 5.231,84 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van de dagvaarding tot en met de dag van de algehele voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>in de kosten van de procedure.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>	[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] in verzuim is met de betaling van facturen en in verband daarmee de volgende opeisbare vorderingen heeft:</para>
        <para>Hoofdsom												€ 4.628,55</para>
        <para>Rente														€      15,43</para>
        <para>Buitengerechtelijke incassokosten 	<emphasis role="underline">€    587,86</emphasis></para>
        <para>Totaal														€ 5.231,84</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para> [gedaagde] betwist de vordering. Samengevat is haar verweer dat het werk te lang heeft geduurd en dat het niet goed is uitgevoerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de facturen van [eiser] moet betalen, omdat de facturen betrekking hebben op de werkzaamheden die [eiser] in opdracht van [gedaagde] heeft uitgevoerd. Het feit dat [gedaagde] niet tevreden is over de werkzaamheden brengt hier geen verandering in.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Dit oordeel is gebaseerd op een uitspraak van de Hoge Raad (NJ 1989, 343). De Hoge Raad heeft in deze uitspraak duidelijk gemaakt dat de enkele stelling dat de ander niet goed heeft gepresteerd niet voldoende is om zelf niet meer te hoeven betalen. Het is wel mogelijk om in zo’n geval de betaling tijdelijk op te schorten, maar daar moet dan wel een vervolg aan worden gegeven. Dat kan zijn een vordering tot nakoming, of een beroep op ontbinding van de overeenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Niet is gebleken dat [gedaagde] [eiser] heeft verzocht alsnog na te komen. [gedaagde] heeft dit weliswaar gesteld, maar zij heeft dit niet onderbouwd en [eiser] heeft dit gemotiveerd betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Evenmin heeft [gedaagde] de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbonden. [gedaagde] heeft op enig moment aangekondigd dat zij samen met een expert een berekening zou maken op basis van materialen en verrichte werkzaamheden, en vervolgens [eiser] een specificatie zou sturen van de kosten die aanvaardbaar zijn voor de werkzaamheden. Dit had een gedeeltelijke ontbinding kunnen inluiden zoals hiervoor bedoeld. [gedaagde] heeft de berekening echter nooit gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt er toe dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de gevorderde wettelijke handelsrente af, omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst. Dit geldt ook voor het gevorderde bedrag van € 15,43 aan rente tot aan de dagvaarding, omdat [eiser] ten onrechte is uitgegaan van de wettelijke handelsrente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af. De reden is dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] de vereiste 14-dagenbrief heeft ontvangen, waarin haar een laatste mogelijkheid is geboden om te voldoen zonder bijkomende kosten. [eiser] heeft weliswaar gesteld dat deze brief door zijn gemachtigde is verzonden, maar [gedaagde] heeft betwist dat zij de brief heeft ontvangen en [eiser] heeft zijn standpunt vervolgens niet verder onderbouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] wordt als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [eiser] . Deze worden als volgt begroot:</para>
        <para>dagvaarding			€  86,85</para>
        <para>griffierecht			€ 236,00</para>
        <para>salaris gemachtigde (2 punten)			<emphasis role="underline">€ 420,00</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">totaal				€ 742,85</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 4.628,55;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de proceskosten van € 742,85;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Straathof en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2021 in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>