<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:12657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T10:41:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/323163 FT RK 21/854</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:12657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:12657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T10:40:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:12657 Rechtbank Noord-Holland , 21-12-2021 / C/15/323163 FT RK 21/854</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:12657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoek voorlopige voorziening ex art 287 lid 4 Fw in verband met ontruiming door verhuurder. Tevens was een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ingediend. Verhuurder was bij de behandeling van het dwangakkoord akkoord gegaan met een aangeboden percentage in een eerder ingediend verzoek dwangakkoord/ verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar wilde desondanks toch tot ontruiming overgaan.</para>
        <para>De rechtbank heeft de voorlopige voorziening niet ontvankelijk verklaard en de toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat de minnelijke regeling geslaagd was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>Schuldenares heeft met behulp van haar beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener een executie kort geding aangespannen. Deze heeft op 17 december 2021 gediend.  Kantonrechter heeft mw. in het gelijk gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:12657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND	voorlopige voorziening  </emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis>
    </para>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/15/323163 FT RK 21/854</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van 21 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [schuldenares],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [datum] te [plaats 1] (Polen),</para>
      <para>wonende te [plaats 2],</para>
      <para>schuldenares.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 14 december 2021 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenares strekkende tot het afgeven van een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Fw.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In verband met het onbetaald laten van haar schulden heeft schuldenares, vooruitlopend op haar verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, het minnelijk traject doorlopen. Omdat sprake was van een vonnis tot ontruiming wegens het niet betalen van de huur voor de door schuldenares van Sura International B.V. gehuurde woning, heeft de rechtbank bij vonnis van 13 juli 2021 een verzoek tot moratorium toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Schuldenares heeft een verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord en een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Beide verzoeken zouden op de zitting van 9 december 2021 worden behandeld. Daags voor de zitting heeft schuldenares beide verzoeken ingetrokken omdat de laatste nog weigerende schuldeiser, Sura International B.V., had laten weten alsnog met de aangeboden schuldenregeling in te stemmen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Vervolgens heeft Sura International B.V. laten weten de ontruiming van de gehuurde woning na afloop van het moratorium op grond van het in r.o. 2.1. genoemde vonnis, te zullen bewerkstelligen. In verband daarmee heeft schuldenares een nieuw verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling gedaan en bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Fw verzocht de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming te verbieden. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal bij vonnis van 21 december 2021 worden afgewezen omdat, gelet op de getroffen minnelijke betalingsregeling, niet redelijkerwijs is te voorzien dat schuldenares niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden of dat zij in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat schuldenares in haar verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Fw niet ontvankelijk moet worden verklaard. Een dergelijke voorziening kan alleen worden gegeven hangende een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Nu van dit laatste geen sprake (meer) is, kan een voorlopige voorziening ook niet aan de orde zijn. Hoewel het voornemen tot ontruiming niet lijkt samen te gaan met de instemming van Sura international B.V. met de minnelijke regeling, is de voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Fw in dit geval niet de manier om een ontruiming van de gehuurde woning tegen te houden. Daarvoor zal een normaal executie kort geding opgestart moeten worden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>verklaart schuldenares niet-ontvankelijk in haar verzoek.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 21 december 2021.<footnote-ref linkend="_49ac6060-c4a4-438d-a1e5-b415f3280e69" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_49ac6060-c4a4-438d-a1e5-b415f3280e69" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>