<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:12575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:32:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9465695</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2022/91</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2022/148</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:12575">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:12575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-24T13:20:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:12575 Rechtbank Noord-Holland , 22-12-2021 / 9465695</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:12575:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzet tegen vonnis uit 2008; gelet op bekendheid met het vonnis door toezending faillissementsverslagen curator is het verzet te laat ingesteld; eiser in verzet niet-ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:12575:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9465695 \ CV EXPL  21-4807 (rvk)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 22 december 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in verzet]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eisende partij in het verzet</para>
      <para>verder te noemen: [eiseres in verzet]</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.T. van Dalen, advocaat te Groningen</para>
      <para>[toevoegingsnr.: 5DV9197]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">Vodafone Libertel B.V. </emphasis></para>
      <para>statutair gevestigd te Maastricht </para>
      <para>gedaagde partij in het verzet  </para>
      <para>verder te noemen: Vodafone</para>
      <para>gemachtigde: H.J. Jansen, Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para> Vodafone heeft bij inleidende dagvaarding van 29 april 2008 een vordering ingesteld tegen [eiseres in verzet] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [eiseres in verzet] is niet verschenen, waarna [eiseres in verzet] bij verstekvonnis van 28 mei 2008 is veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij dagvaarding van 16 september 2021 is [eiseres in verzet] in verzet gekomen van dat verstekvonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Vodafone heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [eiseres in verzet] een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Vodafone heeft bij inleidende dagvaarding van [eiseres in verzet] betaling gevorderd van € 4.119,53. Vodafone heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat [eiseres in verzet] op grond van een overeenkomst tot het leveren van telecommunicatiediensten (een mobiele telefoonaansluiting) gehouden is facturen te voldoen tot een bedrag van € 3.323,12. [eiseres in verzet] is ook na aanmaningen en sommaties niet tot betaling overgegaan, zodat Vodafone de vordering uit handen heeft gegeven aan haar incassogemachtigde en zij naast de hoofdsom van € 3.323,12 ook aanspraak maakt op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 450,-. Gelet op het betalingsverzuim is [eiseres in verzet] ook de wettelijke rente verschuldigd, gerekend tot en met 29 april 2008 een bedrag van € 346,41.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres in verzet] is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres in verzet] vordert, in de verzetdagvaarding, ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering. Daartoe voert [eiseres in verzet] primair aan dat zij niets verschuldigd is omdat zij nooit een overeenkomst met Vodafone heeft gesloten. Subsidiair voert [eiseres in verzet] aan dat in de gevorderde hoofdsom een bedrag moet zijn begrepen met betrekking tot het uitfactureren van de resterende abonnementstermijnen. [eiseres in verzet] is die resterende termijnen echter niet verschuldigd omdat Vodafone in het geval van wanbetaling hoogstwaarschijnlijk de mobiele telefoonaansluiting heeft afgesloten en dus nadien geen prestatie meer heeft verricht. Er is geen grondslag om betaling te vorderen van prestaties die niet zijn verricht; het gevorderde bedrag in hoofdsom is dus veel te hoog.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het verzet is een rechtsmiddel voor de gedaagde die niet verschenen is en dus niet gehoord is om alsnog voor de rechter te verschijnen en zijn verweer naar voren te brengen. Het verzet moet op grond van artikel 143 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. Volgens artikel 144 Rv wordt een vonnis geacht ten uitvoer te zijn gelegd in geval van derdenbeslag op een vordering tot periodieke betalingen, na de eerste uitbetaling aan de beslaglegger.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het vonnis is op 30 juni 2008 betekend aan de huisgenoot van [eiseres in verzet] . Omdat het vonnis niet in persoon aan [eiseres in verzet] is betekend, is de verzettermijn op die dag niet gaan lopen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Vodafone stelt dat zij op grond van het vonnis op 16 juli 2009 derdenbeslag heeft gelegd onder het UWV en dat er een bedrag van € 1.585,04 door het UWV is uitgekeerd aan Vodafone. [eiseres in verzet] betwist dat er door het UWV is uitbetaald; zij genoot geen uitkering genoot van het UWV in die periode. Zij voert dus aan dat zij niet bekend was met de tenuitvoerlegging van het vonnis. Dit verweer kan echter gelet op het navolgende in het midden blijven. [eiseres in verzet] is, zoals Vodafone onvoldoende betwist heeft gesteld, op 6 juli 2010 failliet verklaard, en dat faillissement is op 25 oktober 2011 omgezet in WSNP. De vordering van Vodafone is tijdens het faillissement op de lijst van erkende schulden geplaatst – dat heeft [eiseres in verzet] ook niet betwist. De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het faillissement van [eiseres in verzet] en de plaatsing van de vordering op de lijst van erkende schulden, in ieder geval de curator voldoende bekend is geworden met het vonnis. Deze kennis kan ook aan [eiseres in verzet] worden toegerekend omdat de curator op grond van de toepasselijke Recofa-richtlijnen van ieder openbaar verslag een afschrift aan de gefailleerde verzendt en bij het eerste of tweede verslag een lijst van schuldeisers voegt. Dit betekent, dat gelet op de einddatum van het faillissement dat is omgezet in de WSNP die weer is afgerond op 14 september 2012, de verzetstermijn van vier weken ruimschoots is verstreken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De conclusie is dat [eiseres in verzet] niet tijdig verzet heeft ingesteld en om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzet tegen het verstekvonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiseres in verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart [eiseres in verzet] niet-ontvankelijk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres in verzet] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Vodafone worden vastgesteld op een bedrag van € 249,- aan salaris van de gemachtigde van Vodafone;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>