<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:1249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:33:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8829826 \ AO VERZ 20-173</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2021-0254</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2021-0254</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:1249">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:1249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-01T12:05:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:1249 Rechtbank Noord-Holland , 27-01-2021 / 8829826 \ AO VERZ 20-173</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:1249:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidsrecht. Werkgever is niet ter zitting verschenen. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is geschied zonder instemming van werkneemster of toestemming van het UWV, waarmee het een strijdige opzegging in de zin van art. 7:671 lid 1 BW betreft. Opzegverbod ex art. 7:670 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:1249:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8829826 \ AO VERZ 20-173</para>
      <para>Uitspraakdatum: 27 januari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verzoekster</para>
      <para>verder te noemen: [verzoekster]</para>
      <para>gemachtigde: mr. F. Reith</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder] ,  </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">handelend onder de naam [handelsnaam]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verweerder</para>
      <para>verder te noemen: [verweerder]</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft een verzoek gedaan om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verweerder] te vernietigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft [verweerder] bij brief van 30 oktober 2020 meegedeeld dat het verzoekschrift zal worden behandeld ter zitting van 13 januari 2021 om 09.00 uur. <?linebreak?>De griffie heeft getracht om met [verweerder] contact te krijgen en heeft dit middels alle bekende telefoonnummers gedaan. [verweerder] heeft kort voor de zitting de gemachtigde van [verzoekster] telefonisch bericht dat hij bereid is om een schikking te treffen. In dat gesprek is gebleken dat [verweerder] op de hoogte was van de zitting. Daarna heeft de gemachtigde van [verzoekster] niets meer vernomen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 13 januari 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. [verweerder] is niet verschenen. <?linebreak?>De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster] , geboren op [in 1995] , is op 25 januari 2014 in de functie van Content Developper tegen een bruto maandsalaris van € 1.680,47 exclusief emolumenten bij [verweerder] in dienst getreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft vanaf 30 maart 2020 tot 20 juli 2020 zwangerschaps- en bevallingsverlof genoten. Na haar verlof heeft zij zich ziekgemeld met klachten die verband houden met de zwangerschap c.q. bevalling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 1 september 2020 heeft [verweerder] de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 28 september 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij e-mail van 9 januari 2020 heeft [verweerder] aan de gemachtigde van [verzoekster] het volgende geschreven: <emphasis role="italic">“Ik wil graag een schikking treffen. Kunt u voor mij een brief opstellen of aangeven wat we precies moeten melden om tegemoet te komen aan uw eis?”.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster] verzoekt de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen. Aan dit verzoek legt [verzoekster] ten grondslag – kort weergegeven – dat aan de opzegging geen schriftelijke instemming danwel toestemming zoals bedoeld in artikel 7:671a BW ten grondslag ligt. Daar komt bij dat [verzoekster] ziek was ten tijde van de opzegging en derhalve sprake is van een opzegverbod in de zin van artikel 7:670 BW. Tenslotte verzoekt [verzoekster] om [verweerder] in de proceskosten te veroordelen, waaronder de eigen toevoegingsbijdrage van € 798,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe te zijn opgeroepen, niet ter zitting verschenen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Gebleken is dat [verweerder] op correcte wijze is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Duidelijk is dat [verweerder] zonder meer bekend was met de zittingsdatum. [verweerder] heeft er kennelijk voor gekozen om niet te verschijnen en heeft ook verder geen bericht van verhindering doorgegeven. De kantonrechter zal de e-mail van 9 januari 2021 van [verweerder] aanmerken als schriftelijk verweer. Gelet op de inhoud van de desbetreffende <?linebreak?>e-mail kan geconcludeerd worden dat [verweerder] bereid was om een schikking te treffen en zich niet tegen het verzochte heeft verzet. Dit betekent dat de door [verzoekster] aangevoerde feiten en omstandigheden als onweersproken zijn komen vast te staan, zodat daar in deze procedure verder vanuit zal worden gegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De opzegging van de arbeidsovereenkomst is geschied zonder instemming of toestemming van het UWV, waarmee het een strijdige opzegging in de zin van artikel 7:671 lid 1 BW betreft. Voorts is [verzoekster] nog steeds arbeidsongeschikt, zodat sprake is van een opzegverbod in de zin van artikel 7:670 BW. Nu geoordeeld is dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoekster] om vernietiging van die opzegging worden toegewezen. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW. Omdat de opzegging wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort. <?linebreak?>De kantonrechter zou tot hetzelfde oordeel zijn gekomen als [verweerder] wel was verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. De door [verzoekster] verzochte betaling van de eigen bijdrage voor de toevoeging komt niet voor toewijzing in aanmerking.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">6. De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de zijde van [verzoekster] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>griffierecht	€ 83,00;</para>
        <para>salaris gemachtigde	€ 480,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking voor de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>