<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:12397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-12T12:00:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9434386</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:12397">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:12397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-11T13:03:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:12397 Rechtbank Noord-Holland , 15-12-2021 / 9434386</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:12397:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nakoming koopovereenkomst perceel grond en woning. Terecht beroep koper op ontbindende voorwaarde nu de gemeente geen toestemming geeft voor het bouwen van een mantelzorgwoning. Vordering afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:12397:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 9434386 \ CV EXPL  21-4554 (WT)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 15 december 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: K.W.A. van der Meer, gerechtsdeurwaarder</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak gaat over de vraag of [gedaagde] zich terecht heeft beroepen op een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst waardoor de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] dit inderdaad heeft gedaan. [gedaagde] is daarom geen boete verschuldigd en de vordering van [eiser] wordt afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij dagvaarding van 6 september 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 17 november 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. Ondanks dat [gedaagde] behoorlijk is opgeroepen is hij niet op deze zitting verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [eiser] en zijn gemachtigde ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] en [gedaagde] hebben op 11 december 2020 een koopovereenkomst gesloten voor een perceel grond met woning. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de koopovereenkomst was als ontbindende voorwaarde opgenomen dat [gedaagde] de koopovereenkomst vóór 28 februari 2021 kon ontbinden indien hij geen vergunning van de gemeente [gemeente] zou krijgen voor de bestemming mantelzorg woning.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de makelaar van [eiser] per e-mail van 7 januari 2021 te kennen gegeven van de koop af te zien omdat hij geen vergunning van de gemeente kon krijgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft vervolgens de koopovereenkomst ontbonden en beroept zich op de boetebepaling van artikel 11 van de koopovereenkomst. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 13.768,55. Dit bedrag is opgebouwd uit een hoofdsom van € 12.500,00 en een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 1.089,00. Ook vordert [eiser] een bedrag aan wettelijke rente tot aan de dag van dagvaarden van € 179,95 en wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 6 september 2021 tot aan de dag van volledige betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen vanuit de koopovereenkomst. Op grond van artikel 11 van de overeenkomst vordert [eiser] daarom een boete van 10% van de koopsom. Ondanks herhaalde aanmaning weigert [gedaagde] deze boete te betalen. [eiser] heeft zijn incasso gemachtigde moeten inschakelen. Daarom is [gedaagde] ook buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering. Voor zover van belang zal op dit verweer hierna bij de beoordeling nader worden ingegaan.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Partijen zijn buren en hebben destijds in informele sfeer met elkaar overleg gehad over het onderhavige perceel grond met woning. Daarbij is tussen partijen uitdrukkelijk gesproken over de bedoeling van [gedaagde] om van de woning een mantelzorgwoning voor zijn ouders te maken. Van belang daarbij was dat [gedaagde] daarvoor vergunning zou krijgen van de gemeente [gemeente] . De koopovereenkomst tussen partijen is met dit specifieke doel voor ogen op 11 december 2020 gesloten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat hij na het sluiten van de overeenkomst telefonisch en per e-mail contact heeft opgenomen met de gemeente. Daar werd het [gedaagde] duidelijk dat het weinig zin had een vergunning aan te vragen omdat hij niet aan de voorwaarden voldeed en zijn doel dan ook niet gerealiseerd kon worden. Op 7 januari 2021 heeft [gedaagde] vervolgens de makelaar per e-mail bericht dat hij van de koop af moest zien omdat hij geen vergunning zou krijgen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen hebben in de koopovereenkomst in artikel 15.1 onder d als ontbindende voorwaarde opgenomen dat [gedaagde] de koopovereenkomst vóór 28 februari 2021 schriftelijk kon ontbinden indien hij geen vergunning van de gemeente [gemeente] zou verkrijgen voor het hebben van een mantelzorgwoning. [gedaagde] heeft van deze mogelijkheid per e-mail van 7 januari 2021 gebruik gemaakt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [eiser] betwistte ter zitting niet dat [gedaagde] contact heeft gehad met de gemeente maar stelt dat [gedaagde] onvoldoende inspanning heeft verricht om toch de vereiste vergunning te verkrijgen. De kantonrechter volgt [eiser] hierin niet. Niet valt in te zien dat [gedaagde] nog een vergunning zou moeten aanvragen nu al van tevoren vast stond dat hij niet aan de voorwaarden daarvoor voldeed. [eiser] verklaarde hierover ter zitting: “Hij had een doktersverklaring moeten overleggen maar zijn ouders waren nog te goed, dus dat lukte niet.” [gedaagde] heeft [eiser] hierna tijdig schriftelijk geïnformeerd dat hij om die reden van de koop af moest zien. De kantonrechter is van oordeel dat hiermee het beroep van [gedaagde] op de ontbindende voorwaarde slaagt. Dit betekent ook dat [gedaagde] geen boete verschuldigd is. De vordering van [eiser] zal dan ook worden afgewezen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De proceskosten [gedaagde] voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil. </para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>