<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:11269</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-15T12:00:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/322180 / KG ZA 21-593</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:11269">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:11269</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-12T17:32:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:11269 Rechtbank Noord-Holland , 06-12-2021 / C/15/322180 / KG ZA 21-593</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:11269:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Waardeloos verklaring hypotheek ogv 3:29 BW. Hypotheek afgesloten in 1985, hypotheekhouder onvindbaar. Levering wordt belemmerd. Verstek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:11269:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3a36ee3e-7762-40fe-aa52-46598849d7b7" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5885b549-3d55-4b3a-bc3f-b8c8ceb5f81d" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/322180 / KG ZA 21-593</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 6 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. I.M. Sinnige te Hoorn Nh,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam B.V.]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 17 november 2021 met producties, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 29 november 2021, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De uitgangspunten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] is eigenaar van het bedrijfspand aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] (hierna: het pand). Bij de verkoop van het pand is gebleken dat er nog een oud hypotheekrecht op het pand rust dat op 8 maart 1985 is ingeschreven</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Gedaagde is de hypotheekhouder en de rechtsvoorganger van Papaine BV. </para>
        <para>Papaine BV is in 2007 ontbonden en ook de voormalig bestuurder is ontbonden. </para>
        <para>Ondanks verschillende pogingen is het voor [eiseres] onmogelijk gebleken om met (de laatst bekende bestuurder van) Papaine BV in contact te komen en zo een verklaring te verkrijgen als bedoeld in artikel 3:28 BW. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft het pand op 1 juni 2021 verkocht, maar is nu niet in staat om het pand vrij van rechten te leveren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Teneinde het pand alsnog op korte termijn te kunnen leveren, vordert [eiseres] in dit kort geding dat de hypothecaire inschrijving ten behoeve van gedaagde, althans Papaine BV, waardeloos wordt verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kopers van het pand hebben [eiseres] bij brief van 8 november 2021 laten weten dat als het pand niet op korte termijn wordt geleverd, zij zich zullen beraden over vervolgstappen. [eiseres] heeft daarom een groot belang om het pand onbezwaard aan de kopers te kunnen leveren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat als degene die daartoe volgens artikel 3:28 BW verplicht is, weigert de verklaring van waardeloosheid af te geven, hij door iedere onmiddellijk belanghebbende kan worden gedagvaard. De rechtbank verklaart de inschrijving dan waardeloos op grond van artikel 3:29 lid 1 BW. Dat artikel is ingevolge artikel 3:274 lid 3 BW ook van toepassing op hypothecaire inschrijvingen en blijkens de parlementaire geschiedenis kan ook de voorzieningenrechter in kort geding over een dergelijke vordering beslissen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In het onderhavige geval is het hypotheekrecht 36 jaar geleden gevestigd en is de hypotheekhouder in 2007 ontbonden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] alles heeft gedaan wat van haar mocht worden verwacht om met de voormalig bestuurder van Papaine BV in contact te komen. Ook op een gepubliceerde oproeping in een representatief dagblad in de regio heeft zij geen reactie ontvangen. Artikel 3:29 BW is dus op de onderhavige situatie van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gelet op het spoedeisend belang en het aannemelijke feit dat [eiseres] zonder een beslissing op korte termijn niet in staat zal zijn om het pand aan de kopers te leveren en omdat de vordering de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de gevorderde voorziening worden toegewezen, behoudens het navolgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de gevorderde proceskostenveroordeling is de voorzieningenrechter van oordeel dat voor een dergelijke veroordeling in deze procedure geen plaats is, nu het niet mogelijk is gebleken om met de hypotheekhouder in contact te komen en ook niet bekend is of de in artikel 3:28 BW beoogde verklaring in dat geval zou zijn afgegeven en het voeren van de onderhavige procedure niet nodig was geweest. </para>
        <para>De proceskosten zullen daarom voor rekening van [eiseres] blijven.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter: </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart de hypothecaire inschrijving ten behoeve van de besloten vennootschap [naam B.V.] , althans Papaine BV, op de onroerende zaak aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] waardeloos;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 6 december 2021.<footnote-ref linkend="_0fdd8ba1-1066-44b6-ba29-2d62237ea385" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0fdd8ba1-1066-44b6-ba29-2d62237ea385" label="1">
    <para>LK/AM</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>