<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:11135</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T16:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.14764</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:11135">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:11135</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T15:03:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:11135 Rechtbank Noord-Holland , 02-12-2021 / NL21.14764</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:11135:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Geen sprake van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb.</para>
        <para>Verweerder bestrijdt dat een uitzetting gepland stond. Verzoekers hebben van deze voorgenomen uitzetting geen (schriftelijk) bewijs overgelegd.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:11135:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL21.14764</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker 4] , geboren op [geboortedatum 4] , V-nummer: [v-nummer 4]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 1] , </emphasis>geboren op [geboortedatum 1] , V-nummer: [v-nummer 1]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 2] , </emphasis>geboren op [geboortedatum 2] , V-nummer: [v-nummer 2]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 3] , </emphasis>geboren op [geboortedatum 3] , V-nummer: [v-nummer 3]</para>
      <para>van Nigeriaanse nationaliteit, verzoekers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. drs. J.E. Groenenberg.),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers stellen dat verweerder heeft aangegeven betrokkenen op 22 september 2021 te willen uitzetten naar hun land van herkomst. Telefonisch is de voorgenomen uitzetting (waarschijnlijk) door het COA, doch in ieder geval de Staatssecretaris van Justitie aan de gemachtigde van verzoekster bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben tegen dit voornemen bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben tevens voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 22 september 2021 hebben verzoekers het verzoekschrift ingetrokken.</para>
      <para>Tegelijk met de intrekking van het verzoekschrift hebben verzoekers verzocht om verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de voorzieningenrechter. </para>
      <para>De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft op 6 oktober 2021 gereageerd.</para>
      <para>Bij brief van 12 oktober 2021 hebben verzoekers op de brief van verweerder van 6 oktober 2021 gereageerd.</para>
      <para>Nu partijen niet hebben aangegeven om over het verzoek om proceskosten op een zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft op 12 oktober 2021 aangegeven dat hij niet bereid is de proceskosten te vergoeden. De reden hiervan is dat er geen uitzetting gepland stond en dat verweerder dus ook niet tegemoet is gekomen aan het bezwaar en de voorlopige voorziening.</para>
    <para>3. In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, van de Awb. Bij een procedure ter verkrijging van een voorlopige voorziening is sprake van tegemoetkomen, als de verweerder de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit opschort of de gevraagde voorlopige maatregel treft. Nu verweerder bestrijdt dat een uitzetting gepland stond en verzoekers van deze voorgenomen uitzetting geen (schriftelijk) bewijs hebben overgelegd, is er geen sprake van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a, van de Awb. Het verzoek tot vergoeding van de proceskosten wordt daarom afgewezen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af. <?linebreak?></para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Joacim, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>