<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:10998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-01T13:30:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 21/5485</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:10998">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:10998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-01T13:28:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:10998 Rechtbank Noord-Holland , 15-11-2021 / HAA 21/5485</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:10998:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Gebruik in strijd met de ter plaatse geldende bestemming. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt niet en toepasselijkheid overgangsrecht onvoldoende aannemelijk gemaakt</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:10998:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: HAA 21/5485</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van <?linebreak?>15 november 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D. Rezaie),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beverwijk</emphasis>, verweerder<?linebreak?>(gemachtigden: mr. K. Boelens en mr. T. van Hooff).</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Tevens hebben als derde partij aan het geding deelgenomen: </bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [derde belanghebbende 1]
          </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [derde belanghebbende 2] , handelend onder de naam [derde belanghebbende 2]</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>( gemachtigde mr. M.N. Mense). </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekster op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- gelast om het strijdige gebruik van het perceel aan de [perceel] te [woonplaats] voor niet productiegebonden detailhandel te beëindigen en beëindigd te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 november 2021 op zitting behandeld. </para>
      <para>
        [naam 1] (bestuurder van verzoekster) is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.  Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Namens [derde belanghebbende 1] is verschenen [naam 2] . [derde belanghebbende 2] heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Ter zitting is door [derde belanghebbende 1] en verzoekster desgevraagd bevestigd dat [derde belanghebbende 1] een deel huurt van het pand waarin [verzoekster] is gevestigd en dat [derde belanghebbende 1] die ruimte gebruikt voor niet-productiegebonden detailhandel. </para>
    <para />
    <para>2. Niet in geschil dat het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Recreatieve markten Beverwijkse Bazaar en omgeving” dit gebruik op de locatie [perceel] te [woonplaats]  niet toestaat. Er is dus sprake van een overtreding, tenzij verzoekster een geslaagd beroep kan doen op het overgangsrecht.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoekster heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het gebruik voor niet-productiegebonden detailhandel al bestond voordat het nu geldende bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. De voorzieningenrechter ziet daarom vooralsnog geen grond om te oordelen dat verzoekster een geslaagd beroep kan doen op het overgangsrecht</para>
    <para />
    <para>4. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel heeft verzoekster naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter ziet daarom geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit in bezwaar geen stand zal houden. De door verzoekster gestelde motiveringsgebreken kunnen, als daar al sprake van is, in bezwaar nog worden hersteld.</para>
    <para />
    <para>6. Alhoewel aannemelijk is dat de last voor [derde belanghebbende 1] en/of verzoekster nadelige gevolgen zal hebben, acht de voorzieningenrechter dit op zichzelf onvoldoende om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2021 door </para>
      <para>mr. S.A. Steinhauser, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>