<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2021:1034</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-15T18:00:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8826390 CV EXPL 20-5511</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:1034">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:1034</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-08T12:17:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:1034 Rechtbank Noord-Holland , 10-02-2021 / 8826390 CV EXPL 20-5511</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2021:1034:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incasso factuur, buitengerechtelijke kosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2021:1034:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8826390 CV EXPL 20-5511</para>
      <para>Uitspraakdatum: 10 februari 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Romeo Serviceproviding B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Hoorn</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Romeo</para>
      <para>gemachtigde: Incassocenter B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de vennootschap onder firma [gedaagden] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagden  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagden]</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Romeo heeft bij dagvaarding van 2 oktober 2020 een vordering tegen [gedaagden] ingesteld. [gedaagden] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Romeo heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagden] een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Romeo heeft [gedaagden] op 22 augustus 2019 een factuur gezonden ad € 302,50 wegens verleende diensten (hierna: de factuur), die [gedaagden] onbetaald heeft gelaten, ondanks het sturen van herhaalde aanmaningen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Romeo vordert dat de kantonrechter [gedaagden] veroordeelt tot betaling van € 434,08, vermeerderd met rente en kosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Romeo legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagden] op grond van de door partijen gesloten overeenkomst verplicht is de factuur van Romeo te betalen. Nu zij dat niet heeft gedaan, is [gedaagden] ook buitengerechtelijke kosten en rente verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagden] betwist de vordering gedeeltelijk. Zij voert aan – samengevat – dat de vordering in hoofdsom terecht is, maar de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de daarover gevorderde btw onredelijk zijn.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Romeo heeft haar vordering bij conclusie van repliek verminderd met de gevorderde btw.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] heeft de vordering van Romeo wat betreft de hoofdsom erkend. Die zal daarom worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Vaststaat verder dat [gedaagden] ondanks aanmaning door Romeo niet heeft betaald. [gedaagden] is, nu sprake is van een handelsovereenkomst, de redelijke kosten verschuldigd ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Romeo vordert ter zake € 45,38. [gedaagden] heeft dit bedrag niet betwist. Dit zal daarom worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Romeo vordert voorts op grond van artikel 6:96 lid 1 betaling van interne invorderingskosten ad € 40,-. Dit bedrag is door [gedaagden] betwist. Romeo heeft haar vordering op dit punt niet onderbouwd. Het vaste bedrag van € 40,- op grond van de Richtlijn 2011/7/EU EG is reeds begrepen in het bedrag aan buitengerechtelijke kosten dat wordt toegewezen. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Nu sprake is van een handelsovereenkomst zal de gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom worden toegewezen, door Romeo tot aan de dagvaarding onbetwist berekend op € 28,27.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van  zal toewijzen tot een bedrag van € 376,15.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagden] , omdat zij in overwegende mate ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Daarbij wordt [gedaagden] ook veroordeeld tot betaling van € 37,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Romeo worden gemaakt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling aan Romeo van € 376,15, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 302,50 vanaf 2 oktober 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Romeo tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	90,60</para>
        <para>griffierecht	€	124,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	150,00	;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van € 37,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Romeo worden gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>