<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:9737</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T10:51:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8707308</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2020-0293</rdf:li>
          <rdf:li>RN 2021/26</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2020-3638</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2020120104</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:9737">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:9737</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-23T11:41:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:9737 Rechtbank Noord-Holland , 25-11-2020 / 8707308</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:9737:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>is belastingadviseur te werk gegaan zoals een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur dat zou hebben gedaan? De kantonrechter oordeelt dat sprake is van onzorgvuldig advieswerk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:9737:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8707308 \ CV EXPL  20-4044 (BV/WT)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 25 november 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.- [eiseres 1] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.- [eiseres 2]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiseressen</para>
      <para>verder te noemen: [eiseres 1] en [eiseres 2]</para>
      <para>gemachtigde: mr. W. Matadien, advocaat te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] Advies Administratiekantoor B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder in mannelijk enkelvoud te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>verschenen bij haar directeur H. [gedaagde]. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiseres 1] en [eiseres 2] hebben bij dagvaarding met producties van 5 augustus 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 26 oktober 2020 heeft via Skype een zitting plaatsgevonden waar met behulp van een digitale verbinding zijn verschenen: [eiseres 1] (mede namens [eiseres 2]) en haar gemachtigde mr. Matadien, en [gedaagde]. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De gemachtigde van [eiseres 1] en [eiseres 2] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van [eiseres 1] en [eiseres 2] bij brief van 13 oktober 2020 nog stukken toegezonden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres 1] en [eiseres 2] vorderen dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van      € 7.578,00. Dit bedrag is opgebouwd uit een hoofdsom van € 6.703,00 en een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 875,00. Ook vorderen [eiseres 1] en [eiseres 2] de door de Belastingdienst gehanteerde rente en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres 1] en [eiseres 2] leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] in opdracht van [eiseres 2] advies werkzaamheden heeft verricht onder meer met betrekking tot het belastingvrij schenken van een bedrag aan [eiseres 1] als dochter van [eiseres 2], met als doel gebruik te maken van de fiscale mogelijkheden en het voldoen van schenkbelasting te voorkomen. [gedaagde] heeft [eiseres 2] hierover geadviseerd en tevens de aangifte bij de Belastingdienst gedaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 19 september 2019 heeft [eiseres 1] een brief ontvangen van de Belastingdienst betreffende een voornemen om af te wijken van de aangifte schenkbelasting voor de schenking van [eiseres 2] aan [eiseres 1]. [eiseres 2] bleek alsnog een bedrag van € 3.225,00 (later verhoogd tot € 6.703,00) aan schenkbelasting verschuldigd te zijn omdat er reeds in 2008 een schenking had plaatsgevonden. Dit is in strijd met de mededelingen en het advies van [gedaagde] die had aangegeven dat [eiseres 2] geen schenkbelasting verschuldigd zou zijn. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is hiermee tekortgeschoten in zijn advisering op grond van artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek dan wel heeft hij onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres 2] en/of [eiseres 1] op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Nu [gedaagde] al eerder belastingaangiften en advieswerkzaamheden voor [eiseres 2] had verzorgd had hij kunnen weten van de eerdere schenking. Hij had in ieder geval moeten nagaan of er eerdere schenkingen waren. [eiseres 2] acht [gedaagde] dan ook aansprakelijk  voor de schade die uit de onjuiste advisering voortvloeit in de vorm van een aanslag schenkbelasting die voor rekening van [gedaagde] moet komen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Ondanks herhaalde ingebrekestelling weigert [gedaagde] de verschuldigde bedragen te voldoen. [eiseres 1] en [eiseres 2] hebben hun gemachtigde moeten inschakelen om betaling van [gedaagde] te verkrijgen. Hierdoor is [gedaagde] ook buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering en stelt dat deze moet worden afgewezen. Hij voert aan – kort samengevat – dat [eiseres 2] aan hem kenbaar had moeten maken dat er al een schenking was gedaan in 2008. [eiseres 2] heeft die informatie niet verstrekt en heeft ook geen kopie van deze schenking verstrekt. [gedaagde] betwist dat hij van de eerdere schenking moest weten, omdat deze vóór 2017 is gebeurd. Er is geen bewaarplicht maar in verband met vragen vanuit de belastingdienst bewaart [gedaagde] de stukken maximaal 5 jaar. Hier ligt er 9 jaar tussen, aldus [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] kan daarom niet aansprakelijk worden gesteld voor de onjuiste aangifte.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Voor zover van belang zal op het verweer van [gedaagde] hierna bij de beoordeling nog nader worden ingegaan. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Vast staat dat tussen [gedaagde] en [eiseres 2] een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen waarbij [gedaagde] fiscaal advies heeft gegeven met betrekking tot het belastingvrij schenken van een bedrag aan [eiseres 1] als dochter van [eiseres 2]. [gedaagde] was bekend met de bedoeling van [eiseres 2] het voldoen van schenkbelasting te voorkomen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vraag die moet worden beantwoord is of [gedaagde] te werk is gegaan zoals een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur dat zou hebben gedaan. De kantonrechter oordeelt dat dat dat niet het geval is. Zij overweegt als volgt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat het verschuldigd zijn van schenkbelasting het gevolg is van de schenking die [eiseres 2] aan haar dochter [eiseres 1] heeft gedaan in 2008. [gedaagde] heeft hier in de advisering geen rekening mee gehouden. [eiseres 2] is niet deskundig op het gebied van belasting, wist dit niet en hoefde dit niet te weten. Het was aan [gedaagde] om haar op dat vlak deskundig te adviseren. Die advisering houdt niet alleen in het op verzoek invullen van een aangifte, maar ook het actief bevragen van [eiseres 2] over eventueel in het verleden gedane schenkingen aan haar dochter, aangezien die van invloed kunnen zijn op de (vrijstellingen van) de te betalen schenkbelasting. Dat heeft [gedaagde] nagelaten. Het advieswerk van [gedaagde] is onzorgvuldig geweest. Dat niet [gedaagde] maar een fiscaal medewerker van zijn kantoor de aangifte van [eiseres 2] heeft verzorgd, en dat een dergelijke aangifte maar drie keer per jaar voorkomt, zoals [gedaagde] ter zitting stelt, maakt dit niet anders. [gedaagde] is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht jegens [eiseres 2] en zal de hierdoor door haar geleden schade moeten vergoeden. De kantonrechter is van oordeel dat die schade bestaat uit het door [eiseres 2] te betalen bedrag aan schenkbelasting. Dat dit een bedrag van € 6.703,00 betreft is niet in geschil. Tevens betwist [gedaagde] niet dat dit bedrag door de Belastingdienst nu correct is vastgesteld. De kantonrechter acht voorts de stelling van [eiseres 2] aannemelijk dat indien op voorhand duidelijk was geweest dat de schenkbelasting moest worden betaald, van de schenking was afgezien dan wel dat deze op een andere manier en/of op een ander tijdstip had plaatsgevonden ten einde het voldoen van schenkbelasting te voorkomen. Dit heeft [gedaagde] ook niet gemotiveerd betwist. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande zal de vordering van [eiseres 2] worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde rente als hierna vermeld nu hiertegen geen zelfstandig verweer is gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Ook de buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen, nu uit de overgelegde stukken blijkt van voldoende werkzaamheden die deze kosten rechtvaardigen. De buitengerechtelijke  incassokosten worden toegewezen tot een bedrag van € 859,28 volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe [gedaagde] zal worden veroordeeld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De proceskosten van [eiseres 2] komen voor de helft voor rekening van [gedaagde], omdat hij jegens [eiseres 2] (en niet jegens [eiseres 1]) ongelijk krijgt. Daarbij wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling van € 120,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiseres 2] worden gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De vordering van [eiseres 1] wordt afgewezen. [eiseres 1] is geen partij bij de overeenkomst van opdracht. [eiseres 1] baseert haar vordering op een onrechtmatige daad. Echter, naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiseres 1] onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat [gedaagde] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en op die grond schadeplichtig is Daar komt bij dat, zoals volgt uit de aangifte schenkbelasting onder 6c, [eiseres 2] de schenkbelasting betaalt. In die zin heeft [eiseres 1] geen schade geleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De proceskosten van [gedaagde] betreffende de vordering van [eiseres 1] komen voor rekening van [eiseres 1]. Niet is echter gebleken dat [gedaagde] proceskosten heeft gemaakt. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering van [eiseres 1] af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres 2] van € 6.703,00, te vermeerderen met de door de Belastingdienst gehanteerde rente daarover tot aan de dag van de gehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres 2] van € 859,28 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2020 tot aan de dag van algehele betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van [eiseres 2], die de kantonrechter aan de kant van [eiseres 2] tot en met vandaag vaststelt op:</para>
        <para>dagvaarding	€	50,45</para>
        <para>griffierecht	€	118,00</para>
        <para>salaris gemachtigde	€	300,00;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres 2] van € 120,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiseres 2] worden gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst de vordering van [eiseres 2] voor het overige af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>