<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:9508</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-18T08:58:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/301237 / HA ZA 20-197</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:9508">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:9508</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-18T08:57:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:9508 Rechtbank Noord-Holland , 11-11-2020 / C/15/301237 / HA ZA 20-197</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:9508:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident. Oproeping in vrijwaring toegewezen. Is er sprake geweest van vertegenwoordiging bij de verbouwingswerkzaamheden? In de vrijwaringsprocedure zal moeten worden onderzocht welke rechtsverhouding heeft bestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:9508:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="38ea984a-4b67-4a92-ba18-1bcbff90970e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a3ce6368-b661-41ac-986c-ba133d7e9c12" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/301237 / HA ZA 20-197</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 11 november 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] h.o.d.n. [naam 1] AANNEMERSBEDRIJF</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. T.R. Dicke te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J. Veenis te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 tot en met 7;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord in het incident met producties 8 tot en met 11.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert dat haar wordt toegestaan de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ) in vrijwaring op te roepen. [gedaagde] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij recht en belang heeft bij het in vrijwaring oproepen van [naam 2] . [gedaagde] stelt dat niet zijzelf de opdrachten tot meerwerk aan [eiser] heeft verstrekt, althans niet de omvang zoals door [eiser] in de hoofdzaak is gesteld, maar zich heeft laten vertegenwoordigen door [naam 2] . Als in de hoofdzaak vast komt te staan dat [eiser] aanspraak kan maken op betaling van opgedragen meerwerk, heeft [naam 2] zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid overtreden. Dan geldt dat [naam 2] jegens [gedaagde] aansprakelijk is voor de door haar geleden schade. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] voert verweer. Hij verzet zich tegen de gevorderde oproeping in vrijwaring en stelt daartoe onder meer dat [gedaagde] zelf de opdrachten heeft verstrekt aan [eiser] . [gedaagde] is zelf verantwoordelijk voor de betaling van de facturen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat de partij die een derde in vrijwaring wenst op te roepen zich beroept op een rechtsverhouding met de derde die meebrengt dat de partij de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak op die derde kan afwentelen. Het daadwerkelijk bestaan van de gestelde rechtsverhouding behoeft nog niet vast te staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat [naam 2] haar heeft vertegenwoordigd gedurende de verbouwingswerkzaamheden aan haar woning. [eiser] legt dat ook (mede) aan zijn vordering ten grondslag (zie alinea 7 van de dagvaarding). Dat [naam 2] [gedaagde] tijdens de bouwwerkzaamheden heeft vertegenwoordigd en daarbij mogelijk zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft overschreden, kan tot gevolg hebben dat [naam 2] gehouden is om [gedaagde] te vrijwaren voor de gevolgen van een eventueel veroordelend vonnis in de hoofdzaak. In de vrijwaringsprocedure zal moeten worden onderzocht welke rechtsverhouding tussen [gedaagde] en [naam 2] heeft bestaan en of die rechtsverhouding ertoe leidt dat, en in hoeverre, de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak door [gedaagde] op [naam 2] kunnen worden afgewenteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Dit betekent dat de incidentele vordering van [gedaagde] tot oproeping in vrijwaring van [naam 2] zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat toe dat de heer [naam 2] door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van <emphasis role="bold">9 december 2020,</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 543,00,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">23 december 2020</emphasis> voor conclusie van antwoord.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2020.<footnote-ref linkend="_57c66b39-7bf5-43c9-b21f-2c4e0ff2be9d" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_57c66b39-7bf5-43c9-b21f-2c4e0ff2be9d" label="1">
    <para>type: DdD  </para>
    <para>coll: JG</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>