<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:8002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-09T10:39:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/740457-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlemmermeer</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:8002">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:8002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-09T10:30:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:8002 Rechtbank Noord-Holland , 14-09-2020 / 15/740457-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:8002:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte verdacht van meerdere oplichtingen, valsheid in geschrift en bedrieglijke bankbreuk. OM niet-ontvankelijk wegens het overlijden van verdachte. Benadeelde partijen kunnen daarom ook niet worden ontvangen in de vorderingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:8002:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlemmermeer</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/740457-11  </para>
      <para>Uitspraakdatum: 14 september 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 september 2020 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>overleden op [datum] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. M. van Oosten en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. E.J.M.J. Damen, advocaat te Arnhem, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. (Medeplegen van) oplichting van [slachtoffer 1] in de periode 1 oktober 2009 t/m </para>
      <para>1 oktober 2010;</para>
      <para>2. Oplichting van [slachtoffer 2] in de periode 1 juli 2009 t/m 22 oktober 2009; </para>
      <para>3. (Medeplegen van) oplichting van [slachtoffer 3] in de periode 25 januari 2010 t/m 26 oktober 2010;</para>
      <para>4. (Medeplegen van) het geven van opdracht tot dan wel feitelijk leidinggeven aan oplichting van [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] door [naam] in de periode 1 juni 2010 t/m 4 oktober 2010; </para>
      <para>5. (Medeplegen van) het geven van opdracht tot dan wel feitelijk leidinggeven aan oplichting van [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] door [naam] in de periode </para>
      <para>1 juli 2010 t/m 30 september 2010;</para>
      <parablock>
        <para>6. ( (Medeplegen van) het geven van opdracht tot dan wel feitelijk leidinggeven aan oplichting van [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] door [naam] in de periode 8 oktober 2010 t/m 26 oktober 2010;</para>
        <para>6. ( (Medeplegen van) het geven van opdracht tot dan wel feitelijk leidinggeven aan oplichting van [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] door [naam] in de periode 23 juni 2010 t/m 31 december 2010;</para>
        <para>6. ( (Medeplegen van) bedrieglijke bankbreuk in de periode 20 september 2010 t/m 30 oktober 2010;</para>
        <para>6. ( (Medeplegen van) valsheid in geschrifte in/omstreeks de periode 16 december 2010 t/m 11 juni 2012 en/of (medeplegen van) het op 11 juni 2012 gebruiken en of afleveren en of voorhanden hebben van een valselijk opgemaakt of vervalst geschrift.</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>1.2</para>
        <para>De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie </title>
    <para>De rechtbank heeft van de raadsman van verdachte een afschrift ontvangen van een akte van overlijden, op [datum] opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, waaruit blijkt dat verdachte op [datum] te                   ’ [plaats] is overleden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering door de dood van verdachte vervallen en zal het Openbaar Ministerie - overeenkomstig zijn vordering - niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vorderingen benadeelde partijen</title>
    <para>Aangezien het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging, kan de rechtbank de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] evenmin ontvangen in de vorderingen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. M. Hoendervoogt, voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.M. ten Bos en J. Lintjer, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.S. Clements,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>