<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:6043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-11T14:30:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7943009 \ CV EXPL 19-10883</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2020, afl. 5, p. 246</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:6043">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:6043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-13T11:55:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:6043 Rechtbank Noord-Holland , 15-07-2020 / 7943009 \ CV EXPL 19-10883</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:6043:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartzaak. Sluiting Pakistaanse luchtruim wegens oorlogsdreiging is een buitengewone omstandigheid. Luchtvaartmaatschappij moest daarom een langere route vliegen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:6043:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 7943009 / CV EXPL 19-10883</para>
      <para>Uitspraakdatum: 15 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de passagier] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>hierna te noemen: de passagier</para>
      <para>gemachtigden: mr. D.E. Lof en mr. E.J. Hoekstra</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Osakeythiö Finnair OYj</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Helsinki, Finland en mede kantoorhoudende te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: Finnair</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.O. Russel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagier heeft bij dagvaarding van 13 juni 2019 een vordering tegen Finnair ingesteld. Finnair heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Finnair een schriftelijke reactie heeft gegeven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagier heeft met Finnair een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Finnair de passagier diende te vervoeren van New Delhi, India naar Helsinki, Finland met vlucht AY122 en van Helsinki naar Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht AY1305 op 27 februari 2019, hierna: de vlucht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Volgens de boekingsbevestiging zou vlucht AY122 op 27 februari 2019 om 10:35 uur lokale tijd vertrekken uit New Delhi en om 14:45 uur lokale tijd in Helsinki arriveren. Vervolgens zou de passagier om 16:40 uur lokale tijd met vlucht AY1305 vanuit Helsinki verder vliegen en om 18:15 uur lokale tijd in Amsterdam arriveren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Vlucht AY122 van New Delhi naar Helsinki is vertraagd uitgevoerd waardoor de passagier de aansluitende vlucht naar Amsterdam heeft gemist. De passagier is omgeboekt en uiteindelijke met een vertraging van meer dan 18 uur op de eindbestemming aangekomen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De passagier heeft compensatie van Finnair gevorderd in verband met voornoemde vertraging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Finnair heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagier vordert dat Finnair, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 600,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- 	€ 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>-	de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Finnair vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Finnair betwist de vordering en voert daartoe aan dat de reden voor de vertraging van de vlucht is gelegen in de sluiting van het Pakistaanse luchtruim vanwege oorlogsdreiging. Op woensdag 27 februari 2019 heeft Pakistan het luchtruim gesloten vanwege spanningen met India over de omstreden regio Kashmir. Het toestel dat de vlucht van New Delhi naar Helsinki heeft uitgevoerd zou onder normale omstandigheden de vluchtroute moeten nemen over het luchtruim van Pakistan. Door de sluiting van het luchtruim moest het toestel om het luchtruim van Pakistan heen vliegen. Daardoor is de vliegroute ongeveer twee uur langer geworden, ook omdat andere luchtvaartmaatschappijen van Azië naar Europa en andersom dezelfde route moesten vliegen. Voorts moest een tussenlanding in Dubai worden gemaakt voor het tanken van brandstof. Er waren geen (betere) alternatieven. Afghanistan accepteerde het gebruik van zijn luchtruim niet en India had een aantal luchthavens gesloten. Finnair heeft dan ook in de gegeven omstandigheden gedaan wat in redelijkheid van haar als luchtvaartmaatschappij kon worden verwacht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Subsidiair voert Finnair aan dat zij de proceskosten niet verschuldigd is aan de passagier, omdat zij niet in verzuim verkeerde. Finnair is pas door betekening van de dagvaarding op 13 juni 2019 bekend geworden met de aanspraak van de passagier op compensatievergoeding en niet zoals de (gemachtigde van de) passagier stelt in de dagvaarding onder punt 4 op 1 april 2019 door de schriftelijke aanmaning van de (gemachtigde van de) passagier. De (gemachtigde van de) passagier heeft tot voor kort (meerdere malen) gebruik gemaakt van het niet bestaande e-mailadres [e-mailadres 1] in plaats van het juiste e-mailadres [e-mailadres 2] . Finnair voert aan dat zij derhalve niet in verzuim is als bedoeld in artikel 6:81 BW. Finnair is niet in gebreke gesteld nu een schriftelijke aanmaning ontbreekt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Tevens betwist Finnair wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn aan de passagier. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor Finnair. Dit is anders indien Finnair kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5, lid 3 van de Verordening. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar beroep op buitengewone omstandigheden heeft Finnair aantal publicaties afkomstig van diverse websites overgelegd. Hieruit volgt dat het Pakistaanse luchtruim op 27 februari 2019 gesloten werd voor passagiersvluchten en dat veel vluchten om die reden moesten omvliegen (producties 2 en 5 bij antwoord) en dat Pakistan in het midden van een belangrijke luchtroute ligt (productie 3 bij antwoord). Finnair heeft ter onderbouwing een kaartje overgelegd waarop de omweg is aangegeven die vlucht AY122 moest maken (productie 4 bij antwoord). Voorts heeft Finnair een notitie overgelegd met opschrift “PAKISTANI IMPACT INFO 27 FEB 19” waaruit volgt dat Afghanistan het gebruik van zijn luchtruim niet accepteerde. Daarnaast staat in deze notitie vermeld dat het Pakistaanse luchtruim werd gesloten “until further notice”. De kantonrechter is van oordeel dat Finnair met verwijzingen naar deze stukken en een toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van de sluiting van het Pakistaanse luchtruim en de noodzaak voor vlucht AY122 om een langere route te moeten vliegen, te meer omdat de passagier, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, dit alles niet heeft betwist. Om deze reden zijn de buitengewone omstandigheden waarop Finnair zich beroept vast komen te staan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Voorts is voldoende gebleken dat de uiteindelijke vertraging van de passagier van meer dan drie uur op de eindbestemming het directe gevolg is geweest van de vertraagde uitvoering van vlucht AY122. De vertraging, ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheden, heeft het immers voor de passagier onmogelijk gemaakt om de aansluitende vlucht AY1305 naar Amsterdam te halen. De vertraging op de eindbestemming van de passagier is dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Voorts dient de vraag te worden beantwoord Finnair alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken. Tussen de aansluitende vluchten had Finnair 1 uur en 55 minuten overstaptijd ingepland, hetgeen door de kantonrechter als voldoende wordt gekwalificeerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Finnair voert aan dat zij de passagier heeft omgeboekt op het eerste alternatief. De passagier betwist dat hij is omgeboekt naar de eerste en snelste verbinding en stelt dat hij ook met vlucht KL1164  naar Amsterdam hadden kunnen vliegen, zodat hij 2 uur en 44 minuten eerder zou zijn aangekomen. De passagier heeft echter niet aangetoond dat er plaats beschikbaar was aan boord van deze vlucht, zodat niet vast is komen te staan dat de passagier sneller naar zijn eindbestemming vervoerd hadden kunnen worden. De conclusie is dat Finnair alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen, zodat het beroep van Finnair op buitengewone omstandigheden slaagt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de vordering worden afgewezen. De overige verweren van Finnair behoeven derhalve geen bespreking meer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Finnair worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van Finnair;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. </para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>