<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:5621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-29T10:41:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7878568</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:5621">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:5621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-29T10:36:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:5621 Rechtbank Noord-Holland , 01-04-2020 / 7878568</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:5621:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Facturen ouderbijdrage buitenschoolse opvang. Eindvonnis na akte eiser over handtekening onder overeenkomst. Overeenkomst niet gesloten met gedaagde (vader van het kind dat werd opgevangen). Afwijzing van de vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:5621:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>Locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 7878568 CV EXPL 19-9589</para>
      <para>Uitspraakdatum: 1 april 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Partou B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Vianen </para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: Partou</para>
      <para>gemachtigde: Agin Boeder Gerechtsdeurwaarders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 8 januari 2020 is de zaak naar de rol verwezen van 5 februari 2020 voor akte uitlating Partou omtrent de producties die [gedaagde] bij zijn conclusie van antwoord heeft overgelegd. Partou heeft van die gelegenheid gebruikt gemaakt en een akte overgelegd met één productie. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. </para>
        <para>Partou is daarbij in de gelegenheid gesteld een akte te nemen omtrent de producties die [gedaagde] bij zijn conclusie van antwoord heeft overgelegd. De kantonrechter overweegt omtrent die door Partou genomen akte het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partou heeft naar aanleiding van de door [gedaagde] overgelegde handtekeningen beaamd dat het niet waarschijnlijk is dat de handtekening op de overeenkomst die van [gedaagde] is. Daarmee slaagt het verweer van [gedaagde] dat de overeenkomst, waarvan nakoming wordt gevorderd, niet door hem is gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Partou heeft in haar akte gesteld dat zij er desondanks gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij de overeenkomst met [gedaagde] heeft gesloten. Partou heeft echter niet onderbouwd op grond van welke feiten, omstandigheden en gedragingen zij dat vertrouwen mocht hebben. Het enkele feit dat [gedaagde] de vader is van het kind dat werd opgevangen bij Partou is hiervoor onvoldoende. Dat geldt temeer omdat [gedaagde] onbetwist heeft gesteld dat hij en zijn ex ( [XXX] ) al maanden voorafgaand aan die opvang uit elkaar waren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verder heeft Partou gesteld dat het bankrekeningnummer op de incassomachtiging van [gedaagde] is. Daartoe overweegt de kantonrechter dat het bankrekeningnummer op de overeenkomst op naam van [XXX] staat. Zelfs al zou het bankrekeningnummer op de incassomachtiging op naam van [gedaagde] staan, dan doet dat enkele gegeven geen overeenkomst tussen Partou en [gedaagde] ontstaan. Evenmin doen de pogingen van Partou geld van deze rekening te incasseren een overeenkomst tussen partijen ontstaan. Dat zijn eenzijdige pogingen van Partou tot uitvoering van een overeenkomst, die niet met [gedaagde] is aangegaan. [gedaagde] heeft de facturen ook nooit betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Partou heeft zowel [gedaagde] als [XXX] een incassobrief gestuurd. [XXX] heeft naar aanleiding daarvan contact opgenomen met Partou. [gedaagde] nam pas contact met Partou op nadat hij gedagvaard was. Het feit dat [gedaagde] toen een poging heeft gedaan om te komen tot een afbetalingsregeling, is onvoldoende om te concluderen dat [gedaagde] daarmee de vordering heeft erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Partou zal afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van Partou, omdat zij ongelijk krijgt. Omdat [gedaagde] zich niet door een professionele gemachtigde heeft laten bijstaan, komen op grond van het bepaalde bij artikel 238 Rv, afgezien van hier niet aan de orde zijnde verletkosten, voor vergoeding slechts de noodzakelijke reis- en verblijfkosten in aanmerking. Nu [gedaagde] eenmaal ter zitting aanwezig is geweest, zullen de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden vastgesteld op € 25,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Partou tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] tot op heden zijn vastgesteld op € 25,00 wegens de noodzakelijk reis- en verblijfkosten.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door A.K. Korteweg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. W. Aardenburg, rolrechter, in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>