<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:5315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-16T16:10:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/028143-20 en 15/130729-18 (tul) (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:5315">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:5315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-16T16:10:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:5315 Rechtbank Noord-Holland , 16-06-2020 / 15/028143-20 en 15/130729-18 (tul) (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:5315:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden wegens zinloos geweld (mishandeling en zware mishandeling). Toewijzing vordering BP tot een bedrag van € 5.406,64, bestaande uit € 3.656,64 materiële schade en € 1.750,- immateriële schade.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:5315:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Team Straf, locatie Haarlem</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 15/028143-20 en 15/130729-18 (tul) (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 16 juli 2020</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 juli 2020 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] ,</para>
      <para>thans gedetineerd in de [detentieadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. G. Visser en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.A. Bloemberg, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feit 1:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 31 januari 2020 te Beverwijk aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten één of meer breuken in één of meer breuken botten van het aangezicht en/of kaak waarbij chirurgisch ingrijpen noodzakelijk is, heeft toegebracht door die [slachtoffer 1] middels een beenveeg naar de grond te brengen en/of over [slachtoffer 1] heen hangend [slachtoffer 1] (meermalen) met zijn al dan niet tot vuist gebalde hand(en) (telkens) met kracht tegen het hoofd te slaan en/of te stompen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 31 januari 2020 te Beverwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- zich naar die [slachtoffer 1] heeft begeven, en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- op een gegeven moment die [slachtoffer 1] middels een beenveeg naar de grond heeft gebracht, en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- over [slachtoffer 1] heen hangend [slachtoffer 1] (meermalen) met zijn al dan niet tot vuist gebalde hand(en) (telkens) met kracht tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 31 januari 2020 te Beverwijk [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] middels een beenveeg naar de grond te brengen en/of over [slachtoffer 1] heen hangend [slachtoffer 1] (meermalen) met zijn al dan niet tot vuist gebalde hand(en) (telkens) met kracht tegen het hoofd te slaan en/of te stompen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feit 2:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 31 januari 2020 te Beverwijk [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] met zijn geschoeide rechtervoet (met kracht) tegen het linkerbovenbeen te schoppen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet op zwaar lichamelijk letsel. Nu verdachte feit 2 ontkent, dient hij ook van dat feit te worden vrijgesproken. </para>
        <para>Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1 primair</emphasis>
          </para>
          <para>Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - in dit geval zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 1] - is aanwezig indien verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Voor de vaststelling dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan een dergelijke kans is niet alleen vereist dat verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.</para>
          <para>Toegespitst op de onderhavige zaak volgt uit het dossier dat verdachte het slachtoffer met een beenveeg naar de grond heeft gewerkt en hem vervolgens, terwijl het slachtoffer op de grond lag, meermalen met kracht in het gezicht heeft geslagen. Die kracht was zodanig dat het slachtoffer diverse botbreuken in zijn gezicht heeft opgelopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een kwetsbaar lichaamsdeel is dat vele vitale functies herbergt. Daarnaast doet verdachte aan kickboksen. Hij weet dan ook wat de gevolgen kunnen zijn wanneer je iemand op een dergelijke manier in het gezicht slaat. </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de kans dat het slachtoffer door deze met kracht gegeven slagen in het gezicht zwaar lichamelijk letsel zou oplopen naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Verdachte heeft met zijn handelen dan ook willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Aanwijzingen voor het tegendeel zijn de rechtbank niet gebleken. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Feit 1 primair:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">hij op 31 januari 2020 te Beverwijk aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten breuken in botten van het aangezicht waarbij chirurgisch ingrijpen noodzakelijk is, heeft toegebracht door die [slachtoffer 1] middels een beenveeg naar de grond te brengen en over [slachtoffer 1] heen hangend [slachtoffer 1] meermalen met zijn al dan niet tot vuist gebalde hand telkens met kracht tegen het hoofd te slaan en/of te stompen;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Feit 2:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">hij op 31 januari 2020 te Beverwijk [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] met zijn geschoeide rechtervoet tegen het linkerbovenbeen te schoppen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">T.a.v. feit 1: zware mishandeling;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">T.a.v. feit 2: mishandeling. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, inclusief oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden van een meldplicht, ambulante behandeling en begeleid wonen. </para>
        <para>De officier van justitie verzoekt hierbij de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen, inclusief oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht de voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar te verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zware mishandeling op het station in Beverwijk. Het slachtoffer heeft daarbij meerdere breuken in het gezicht opgelopen en heeft als gevolg daarvan een operatie moeten ondergaan. Uit de ter zitting afgelegde slachtofferverklaring blijkt dat het slachtoffer nog lange tijd daarvan de gevolgen heeft ondervonden en nog steeds ondervindt. Op diezelfde dag heeft verdachte de persoon die het slachtoffer te hulp was geschoten mishandeld door die persoon tegen haar been te schoppen. Verdachte heeft op deze manier de lichamelijke integriteit van beide slachtoffers geschonden. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij jegens de slachtoffers in het openbaar zinloos geweld heeft toepast. Slachtoffers en getuigen van dergelijke incidenten kunnen nog langere tijd gevoelens van angst en onveiligheid ervaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 9 juni 2020, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van een geweldsdelict onherroepelijk is veroordeeld en ter zake nog in een proeftijd loopt;</para>
      <para />
      <para>- het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 25 juni 2020 van <?linebreak?>[reclasseringswerker] reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen de deskundige drs. J.J.F.M. de Man, psychiater, ter zitting naar voren heeft gebracht, onder meer inhoudende dat bij verdachte, ook ten tijde van de feiten waar hij van wordt verdacht, sprake is van externaliserende agressieproblematiek en een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis. Er is in de visie van de deskundige geen sprake van een (gedrags)stoornis waardoor verdachte niet in staat is geweest zijn handelen te sturen. De psychiater acht verdachte dan ook volledig toerekeningsvatbaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met deze conclusie van de psychiater kan de rechtbank zich verenigen en ze maakt deze conclusie dan ook tot de hare.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de straf en de hoogte daarvan heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en naar hetgeen als uitgangspunt wordt geformuleerd in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Voorzitters van de Strafsectoren (LOVS). Gelet hierop en mede gelet op de inmiddels lange duur van het voorarrest ziet de rechtbank geen mogelijkheid meer om een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Daarnaast ziet de rechtbank geen heil in het opleggen van de geadviseerde bijzondere voorwaarden, nu de reclassering heeft aangegeven grote twijfels te hebben over de haalbaarheid van een begeleidingstraject omdat verdachte geen zelf- en probleeminzicht toont en ook niet bereid is tot gedragsverandering. Ook acht de reclassering de kans op onttrekking aan de voorwaarden hoog. </para>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van <emphasis role="bold">6 maanden</emphasis> moet worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</title>
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 13.106,56 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.</para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering integraal toe te wijzen.</para>
      <para>De raadsvrouw heeft verzocht de tandartskosten, de reis- en parkeerkosten, de kosten van het sportschoolabonnement en de kosten in verband met de studievertraging af te wijzen. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht de immateriële kosten te matigen. Zij heeft daarbij verwezen naar soortgelijke zaken waarin bedragen van € 1.100,00 en € 1.500,00 aan immateriële schadevergoeding zijn toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, mede gelet op de namens de benadeelde partij gegeven onderbouwing, van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 3.656,64 rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 primair bewezen verklaarde feit. Dit bedrag bestaat uit de volgende posten: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>telefoonkosten € 10,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>declaraties tandarts € 54,82 en € 91,49;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten als gevolg van studievertraging € 1.739,58 en € 520,75;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gederfde inkomsten € 1.240,- (ex BTW),</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de posten ‘telefoonkosten’ en ‘gederfde inkomsten’ heeft daarnaast nog te gelden dat deze posten door de verdediging niet zijn betwist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij in zijn vordering ten aanzien van de reis- en parkeerkosten, de misgelopen stage, zijn misgelopen ervaring en het sportschoolabonnement niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. Ten aanzien van de reis- en parkeerkosten merkt de rechtbank nog op dat onvoldoende is onderbouwd dat verdachte degene is geweest die deze schade heeft geleden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens komt de rechtbank een gedeeltelijke vergoeding van de gestelde immateriële schade billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering, het verhandelde ter terechtzitting en hetgeen in soortgelijke zaken bij wijze van een dergelijke vergoeding wordt toegewezen. </para>
      <para>In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 1.750,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in zijn vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op € 9,67.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1 primair bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: zware mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vordering tot tenuitvoerlegging</title>
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van 26 september 2018 in de zaak met parketnummer 15/130729-18 heeft de politierechter te Noord-Holland verdachte ter zake van wederspannigheid met letsel veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke geldboete van € 250,-. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 18 oktober 2018 aan verdachte toegezonden.</para>
      <para>De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 11 oktober 2018 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.</para>
      <para>De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd. De raadsvrouw heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen omdat verdachte de geldboete niet kan betalen en dit zou betekenen dat hij de vervangende hechtenis moet uitzitten.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <parablock>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para>Artikelen 36f, 57, 63, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3 weergegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de onder 1 primair en onder 2 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4 vermelde strafbare feiten opleveren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">6 maanden;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst gedeeltelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [slachtoffer 1]
        </emphasis>, geleden schade tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 5.406,64</emphasis>, bestaande uit € 3.656,64 als vergoeding voor de materiële en € 1.750,- als vergoeding voor de immateriële schade, </para>
      <para>en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] tegen behoorlijk bewijs van kwijting;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op € 9,67 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer, [slachtoffer 1] , </para>
      <para>de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.406,64, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 62 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering tot tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
      <para>wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/130729-18 en gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde geldboete ten bedrage van € 250,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, opgelegd bij vonnis van de politierechter te Noord-Holland d.d. 26 september 2018;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. M.E. Francke, voorzitter,</para>
      <para>mr. K.I. de Jong en mr. P.S. Lambertina, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. R. Winter,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 juli 2020.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">mr. P.S. Lambertina is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>