<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:5308</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-25T14:00:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/267193 HA ZA 17/830</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNHO:2020:9743" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Inachtneminghersteluitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hersteluitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2020:9743</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2020-0518</rdf:li>
          <rdf:li>GZR-Updates.nl 2020-0232</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:5308">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:5308</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-16T11:50:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:5308 Rechtbank Noord-Holland , 22-07-2020 / C/15/267193 HA ZA 17/830</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:5308:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Personenschade. Huisarts, dokters delay. Klacht over ernstige haaruitval (alopecia cicatricialis met schimmelinfectie). Tussenvonnis na rapport van deskundige dermatoloog.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:5308:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="61c282aa-28fb-48c6-8c12-2ffac5e97991" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1e9edf6e-32fe-44ea-b039-f3e4de791ecb" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    <para>
      <?linebreak?>zaaknummer / rolnummer: C/15/267193 HA ZA 17/830</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 22 juli 2020 (bij vervroeging)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [L]
        </emphasis>,<?linebreak?>wonende te [woonplaats],<?linebreak?>eiseres bij dagvaarding van 21 november 2017,</para>
      <para>advocaat: mr. N. Muntjewerff te Alkmaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      <?linebreak?>1. [H],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],<?linebreak?>2. de naamloze vennootschap VVAA Schadeverzekeringen N.V.,<?linebreak?>statutair gevestigd te Utrecht,</title>
    <para>gedaagden,<?linebreak?>advocaat: mr. E.J.C. de Jong te Utrecht.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna “[L]” respectievelijk “[H]” en “VvAA” genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:<?linebreak?>-	de tussenvonnissen van 20 februari 2019 en 11 september 2019;<?linebreak?>-	het deskundigenrapport van 25 februari 2020 van prof. dr. H.A.M. Neumann;</para>
        <para>-	de conclusie na deskundigenbericht van 10 juni 2020 van [L];<?linebreak?>-	de antwoordconclusie na deskundigenbericht van [H] en VvAA.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte is hebben partijen op 24 juni 2020 opnieuw vonnis gevraagd. <?linebreak?></para>
        <para>2.	DE VERDERE BEOORDELING</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het laatste tussenvonnis van 11 september 2019 heeft de rechtbank aan de deskundige dermatoloog prof. dr. Neumann vragen gesteld. Deze zijn door de deskundige beantwoord in zijn rapport van 25 februari 2020. De rechtbank verenigt zich met de bevindingen van de deskundige en neemt diens conclusies over. De deskundige heeft  gerapporteerd met inachtneming van de door de rechtbank geformuleerde uitgangspunten. De deskundige heeft zijn conclusie van een begrijpelijk toelichting voorzien. De deskundige heeft voorts de in acht te nemen processuele voorschriften nageleefd. Het rapport is op een voldoende inzichtelijke en controleerbare wijze ingericht en de bevindingen van de deskundige steunen op een begrijpelijke motivering. Er zijn geen redenen de deskundigheid van de deskundige in twijfel te trekken, partijen doen dat overigens ook niet. Het rapport zal daarom door de rechtbank  als uitgangspunt worden genomen voor de verdere beoordeling van de zaak. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [L] onderschrijft de conclusies van de deskundige en meent dat haar vordering kan worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [H] en VvAA hebben in hun antwoordconclusie vooral naar voren gebracht wat zij eerder ook al als verweer hebben aangevoerd, hier en daar iets anders omschreven. Daarop is in een eerder stadium van deze procedure echter al ingegaan. De rechtbank gaat er daarom nu verder aan voorbij en zal in dit vonnis uitsluitend ingaan op wat [H] en VvAA ten aanzien van het deskundigenrapport hebben aangevoerd:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de deskundige gaat van de verkeerde feiten uit en heeft daarbij ten onrechte acht geslagen op de gegevens uit de anamnese;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige heeft een oordeel gegeven over het handelen van de huisarts en dat is niet zijn deskundigheid;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het is onduidelijk waarop de deskundige zijn conclusie baseert dat de schimmelinfectie hoogstwaarschijnlijk is ontstaan op het moment dat de puistjes aan de haargrens verschenen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Gezien dit alles  nemen [H] en VvAA het standpunt in dat het deskundigenrapport niet kan bijdragen aan het door [L] te leveren bewijs, zodat de vordering moet worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank zal hierna ingaan op de beantwoording van de vragen, in reactie op het verweer van VvAA en voor zover relevant voor de beoordeling van de vordering. Daarbij wordt in cursief geciteerd uit het rapport van de deskundige.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">(i)	Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk onderzoek?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In 2010 heeft patiënte ontdekt dat aan de frontale haargrens puistjes ontstonden waarvoor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">patiënte opnieuw de arts [H] consulteerde. Deze stelde de diagnose folliculitis en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">schreef fucidine voor waarna de afwijkingen zijn verdwenen. Echter is er vanaf die periode</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">progressie haaruitval opgetreden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze vraag heeft de deskundige beantwoord na anamnestisch onderzoek van [L], de gegevens uit het vonnis van 20 februari 2019 en een lichamelijk onderzoek van [L] op 24 oktober 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan [H] stelt, is de deskundige hierbij niet van verkeerde feiten uitgegaan. [L] meldde zich immers inderdaad niet met klachten over haaruitval, maar met klachten over puistjes aan de haargrens. Dat schrijft de deskundige ook. De deskundige vervolgt met op te merken dat “vanaf die periode” <emphasis role="italic">progressief</emphasis> haaruitval is opgetreden. Ook dat is juist, gelet op de bevindingen in het dossier. </para>
        <para>Dat de rechtbank in het vonnis van 20 februari 2019 bij de weergave van de consulten op 30 maart 2010 en 29 april 2010 ook “haaruitval” heeft opgenomen, is afgeleid van de patiëntenkaart, die in het geding is gebracht. Weliswaar onder het kopje “episode” en niet “elders in het dossier”, zoals [H] betoogt, maar bij de desbetreffende data. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">(ii)	Kunt u een beschrijving geven van het na verwijzing naar een dermatoloog door deze te verrichten gebruikelijke onderzoek, indien bij een patiënt sprake is van een medische voorgeschiedenis en behandeling ter zake van haaruitval zoals beschreven in het rapport van Dr. Ram met betrekking tot [L]? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag uitgaan van de hypothetische situatie dat [L] medio 2010 werd verwezen? Omvat dat onderzoek ook onderzoek naar het bestaan van schimmel-/gistinfecties of zijn daar nadere indicaties voor nodig?</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 29 april 2010 had dermatologisch onderzoek dienen plaats te vinden. Men bedenke ook</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat dermatologisch onderzoek niet alleen des dermatologen is. Iedere arts die zich ontfermt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">over een patiënt met huid- haar- en nagel of slijmvliesproblemen, het gebied waar typisch de dermatoloog bekwaam is, zal gebruik moeten maken van standaard dermatologische</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onderzoekstechnieken. Wel is het zo dat het in de huisartsenpraktijk doorgaans niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">doendelijk zal zijn om onderzoek met Woodslicht te verrichten, dan wel een biopsie af te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nemen. Dat laatste is technisch zeker mogelijk maar het is van buitengewoon groot belang</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat ook de juiste plaats waar de biopsie afgenomen moet worden deskundig wordt bepaald.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vandaar dat het beter is dit aan een dermatoloog over te laten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er valt uiteraard geen uitspraak te doen wanneer nacontroles moeten plaats vinden als er</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nog geen diagnose is gesteld. Immers een diagnose wordt veelal gevolgd door een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">behandelplan. Dit plan bepaald de controles. Bij een eventueel expectatief beleid zou een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">controle binnen 4 weken redelijk zijn.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bevindingen welke de patholoog bij het door Navadeh afgenomen biopt heeft</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">weergegeven zijn sluitend voor de diagnose dermatomycose van het behaarde hoofd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft de deskundige hiermee voldoende duidelijk naar voren gebracht dat de kennis van de huisarts en die van de dermatoloog elkaar op het vakgebied dermatologie gedeeltelijk overlappen.</para>
        <para>Dat heeft de deskundige overigens ook naar aanleiding van een vraag van VvAA in zijn rapport verklaard (vraag 12). Het verweer dat de deskundige met zijn oordeel op dit onderdeel buiten zijn vakgebied is getreden, wordt daarom verworpen.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">(iii)	Kunt u, mede gezien het gebruikelijke verloop van een schimmel- / gistinfectie, een indicatie geven van het moment dat de schimmel- / gistinfectie is ontstaan en/of wanneer deze bij (pathologisch) onderzoek had kunnen worden vastgesteld? Kunt u daarbij de mate van waarschijnlijkheid van de juistheid van die indicatie aangeven?</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In onderhavige casus is sprake van een dermatomycose dus een schimmelinfectie en geen gistinfectie.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Patiënte werd door [H] behandeld met topicaal fucidine voor een bacteriële folliculitis, juist op de haargrens en het is goed mogelijk dat deze folliculitis niet van de bacteriële aard was maar dat dit al een teken was dat er sprake was van een mycotische infectie van de haarzakjes.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wanneer een schimmelinfectie daadwerkelijk aanwezig is, kan deze bewezen worden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierbij zal de arts gebruik maken van onderzoek met Woodslicht, een direct mycologisch</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">haarpreparaat, een schimmelkweek van de schilfers en/of eventueel een biopsie (zie boven).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is onverstandig om bij verdenking van een schimmelinfectie van het behaarde hoofd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zonder aanvullend onderzoek ‘blind” een therapie in te zetten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De eerste haaruitval dateert van 2005. Echter betreft dit uitsluitend de uitval van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wenkbrauwharen. Het is op grond van de anamnese niet aannemelijk dat deze uitval berust</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op een infectieus proces zoals een mycose. Derhalve zie ik dit als een separaat probleem.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De mycose van het behaarde hoofd zal dus later, hoogstwaarschijnlijk op het moment dat de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">puistjes aan de haargrens verschenen, ontstaan zijn.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezien het feit dat er geen precieze dermatologische beschrijving van het ziektebeeld aan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de haargrens van 2010 is gegeven, is het heel moeilijk om thans vast te stellen of in der tijd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">sprake was van een folliculitis op basis van een dermatomycose. Een bacteriële infectie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">behoort immers ook tot de mogelijkheden. Dit evenals een gesupponeerde bacteriële</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">folliculitis bij een bestaande dermatomycose. Daarnaast komen er ook nog andere</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">pustuleuze afwijking op het behaarde hoofd voor welke een niet infectieuze aard kennen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">doch deze worden meestal meer aan de occipitale zijde waargenomen. Theoretisch moet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">nog rekening worden gehouden dat er ook sprake zou kunnen zijn geweest van een frontale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">fibroserende alopecia dan wel een andere inflammatoire dermatose die eveneens met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verlittekening gepaard gaat. Echter gaan deze ziekten alle met duidelijk zichtbare afwijkingen van de hoofdhuid gepaard. De schimmelinfectie moet in deze casus, gezien de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">histopathologie, echter als bewezen beschouwd worden. Ook het feit dat de progressie van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de haaruitval geheel gestopt is na adequate behandeling onderstreept de oorzaak van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">haaruitval, namelijk de dermatomycose.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">(iv)	Indien u de eerste onder (iii) bedoelde vraag met “nee” heeft beantwoord, kunt u dan aangeven of en zo ja, met welke mate van waarschijnlijkheid, het </emphasis>
          <emphasis role="bold underline italic">denkbaar</emphasis>
          <emphasis role="bold italic"> is dat de schimmelinfectie medio 2010 (wanneer de nacontrole had moeten plaatsvinden) al aanwezig en vast te stellen was?</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoewel vraag (iii) zo goed mogelijk beantwoord is, is het zeker denkbaar dat de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">schimmelinfectie medio 2010 al aanwezig was. Zie de argumenten hiervoor bij punt (iii).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met betrekking tot wanneer er nagecontroleerd moet worden het volgende:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eerst dient een goede diagnose gesteld te worden. Bij het ontbreken van een goede</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">diagnose kan een huisarts besluiten om op grond van een goed onderbouwde differentiële</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">diagnose enige tijd af te wachten om te bezien of het ziektebeeld meer specifieke kenmerken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontwikkelt met het doel de differentiële diagnose op een later tijdstip als nog tot een sluitende diagnose te laten leiden. In dat geval dient de huisarts het niet aan het initiatief van de patiënt over te laten, doch zelf een datum voor een vervolgconsult te plannen. Een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">expectatieve termijn van maximaal 4 weken lijkt aanvaardbaar bij huidziekten van het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">behaarde hoofd. Een patiënt dient daarbij wel de juiste instructies mee te krijgen en contact</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op te nemen als het ziektebeeld progressie vertoont. Zie hiervoor ook het rapport van dr. Ram. Wanneer kennis en kunde te kort schiet om een adequate diagnose te stellen, behoort een huisarts de patiënt naar een medisch specialist te verwijzen deskundig op het gebied welke bij klachten en afwijkingen passen; in casu de dermatoloog.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na het instellen van een behandeling dient altijd nacontrole plaats te vinden of ook</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daadwerkelijk het beoogde therapeutisch effect bereikt is. 100% garantie kan immers geen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">enkele arts bieden en zeker niet bij infectieziekten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beantwoording van de vragen iii en iv geven naar het oordeel van de rechtbank voldoende weer hoe de deskundige tot zijn oordeel is gekomen dat de schimmelinfectie hoogstwaarschijnlijk in 2010 is ontstaan, toen de puistjes aan de haargrens verschenen. Het verweer van VvAA wordt daarom gepasseerd.</para>
      </parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">(v)	Indien u de eerste onder (iii) bedoelde vraag met “ja” heeft beantwoord, kunt u dan, veronderstellenderwijs aannemende dat er medio 2010 daadwerkelijk sprake was van een vast te stellen schimmel- / gistinfectie, beschrijven hoe bij een adequate behandeling van die infectie het verloop van de haaruitval vanaf dat moment zou zijn geweest? Kunt u het verschil tussen de situatie aan het begin en het einde van die behandeling beschrijven?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien er in 2010 reeds een dermatomycose aanwezig was, had deze via de gangbare</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">diagnostiek vastgesteld kunnen worden (…).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het behandelen van een dermatomycose van de behaarde hoofdhuid is met de huidige</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">medicatie nagenoeg altijd effectief.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naar gelang de ernst van het verloop van de schimmelinfectie zijn er meer of minder blijvende kale plekken. Bij vroegtijdige behandeling van een dermatomycose van het behaarde hoofd hoeft er in het geheel geen blijvend haarverlies op te treden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">(vi)	Is er sprake van een medische eindsituatie bij [L] met betrekking tot de haaruitval of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de haaruitval bij [L]? Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij [L] bestaat een eindsituatie van een uitgebreide frontale verlittekening van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoofdhuid waarbij de haarfollikels volledig verdwenen zijn. Hergroei van haar is hier niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">meer mogelijk. Het betreft hier een eindsituatie.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">(vii)	Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van de zaak?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [L] heeft het cosmetisch ernstig verstorend gevolg van een dermatomycose van haar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">behaarde hoofd. Op dit moment gecompenseerd met het dragen van een haarwerk, echter is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">er bij onderzoek ook geconstateerd dat er al sprake is van een ortho-ergisch contacteczeem,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">waar patiënte mogelijk in de toekomst nog steeds meer last van krijgt op basis van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">plakmiddelen die gebruikt moeten worden om het haarstuk op de juiste plaats te houden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoewel een chirurgische ingreep als een haartransplantatie en dan speciaal de longitudinale partiële follikel haartransplantatie techniek een verbetering van het optisch resultaat kan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geven, zal ook bij een chirurgische behandeling nimmer meer een volledig normale haardos</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gecreëerd kunnen worden. Een haartransplantatie valt overigens wel te overwegen, vooral</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">als het eczeem het dragen van een haarstuk onmogelijk maakt.</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op grond van wat eerder in de vorige tussenvonnissen is overwogen en van wat de deskundige heeft gerapporteerd, is de rechtbank van oordeel dat het verband tussen de tekortkoming van [H] en de bij [L] vastgestelde alopecia cicatricialis met schimmelinfectie voldoende vaststaat. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Daarmee staat echter nog niet vast dat de vordering geheel toewijsbaar is. VvAA heeft immers in haar conclusie van antwoord inhoudelijk verweer gevoerd tegen de gestelde schade. Omdat eerst de vraag naar de verdere aansprakelijkheid van [H] moest worden beantwoord, heeft [L] daar nog niet op gereageerd. Zij zal daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld. De zaak zal daarom naar de rol worden verwezen. [L] kan dan een akte nemen, uitsluitend over de onderbouwing van haar schade. Vervolgens zal VvAA bij antwoordakte daarop kunnen reageren. De rechtbank zal een comparitie van partijen gelasten, die zal worden gehouden na de aktewisseling. Bij gelegenheid van die comparitie kunnen mogelijk nog bestaande vragen over de hoogte van de schade worden beantwoord. Ook wil de rechtbank op die comparitie graag van VvAA vernemen of een minnelijke regeling inmiddels tot de mogelijkheden behoort. In het laatste geval is overigens ook denkbaar dat partijen op korte termijn verder met elkaar overleggen, buiten de rechtbank om.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Teneinde de procedure zo spoedig mogelijk te kunnen voortzetten, zal dit vonnis bij vervroeging worden gewezen en zal ook alvast een datum van de comparitie worden bepaald. Indien een van partijen op de voorgestelde datum verhinderd is, dient deze dat uiterlijk op de rol van 5 augustus 2020 mee te delen, onder opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">19 augustus 2020 </emphasis>voor het nemen van een akte aan de zijde van [L], ter nadere onderbouwing van haar schade;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [H] en VvAA vervolgens een <emphasis role="bold">termijn van vier weken</emphasis> krijgen om bij antwoordakte op voornoemde akte van [L] te reageren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling ten overstaan van mr. L.J. Saarloos, in het gerechtsgebouw te Alkmaar aan de Kruseman van Eltenweg 2, </para>
        <para>op <emphasis role="bold">woensdag 14 oktober 2020, 15.00 uur;</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat indien een van partijen op de voorgestelde datum verhinderd is, deze dat <emphasis role="underline">uiterlijk op de rol van 5 augustus 2020</emphasis> dient mee te delen, onder opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de maanden oktober en november 2020;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: LJS<?linebreak?>coll: CHL</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>