<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:4910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:21:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8460780 \ AO VERZ  20-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zaanstad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2020-0733</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2020-0733</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:4910">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:4910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-03T10:31:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:4910 Rechtbank Noord-Holland , 18-06-2020 / 8460780 \ AO VERZ  20-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:4910:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Het verzoek van werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een bedrijfseconomische reden wordt toegewezen. Werknemer heeft geen verweerschrift ingediend en is ook niet op de zitting is verschenen. De kantonrechter oordeelt dat op het verzoek van werkgever kan worden beslist zonder nadere oproeping van de werknemer en zonder nadere zitting, omdat vast staat dat de gemachtigde van werknemer op de hoogte is van datum en tijdstip van de zitting en van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:4910:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Zaanstad</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./repnr.: 8460780 \ AO VERZ  20-15</para>
      <para>Uitspraakdatum: 18 juni 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">Event Rental Solutions B.V. </emphasis></para>
      <para>gevestigd te Zaandam</para>
      <para>verzoekende partij</para>
      <para>verder te noemen: ERS</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.G. Jansen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
      <para>verwerende partij</para>
      <para>verder te noemen: [verweerder]</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.M. Feringa</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>ERS heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 18 juni 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. ERS en haar gemachtigde zijn verschenen. [verweerder] en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verweerder], geboren [verweerder] 1986, is sinds 1 januari 2018 in dienst bij ERS. De functie van [verweerder] is algemeen medewerker met een salaris van € 1.850,00 bruto per maand. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In een beslissing van 19 februari 2020 heeft het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) aan ERS toestemming geweigerd om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te mogen opzeggen wegens bedrijfseconomische redenen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ERS verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege – kort gezegd – een bedrijfseconomische reden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend en is niet op zitting verschenen, en heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat [verweerder] geen verweerschrift heeft ingediend en ook niet op de zitting is verschenen. Omdat [verweerder] niet in de procedure is verschenen, zou een oproeping voor de zitting in beginsel bij aangetekende brief moeten plaatsvinden. In dit geval ziet de kantonrechter reden om te bepalen dat kon worden volstaan met een oproeping bij gewone brief, zoals de rechtbank heeft gedaan met een brief van 6 mei 2020, en dat op het verzoek van ERS kan worden beslist zonder nadere oproeping of zitting. Vast staat immers dat de gemachtigde van [verweerder] telefonisch contact heeft gehad met de griffie van de locatie Zaanstad van de rechtbank en met de gemachtigde van ERS, en dat uit dit contact is gebleken dat de gemachtigde van [verweerder] op de hoogte is van datum en tijdstip van de zitting en van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen. Gelet op het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat [verweerder] ervoor heeft gekozen geen verweer te voeren en niet op de zitting te verschijnen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>ERS heeft aan het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten grondslag gelegd dat sprake is van een bedrijfseconomische reden. Volgens de wet, het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), kan op deze grond ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden verzocht, omdat het Uwv bij eerdergenoemde beslissing heeft geweigerd om aan ERS op die grond toestemming te geven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:671b lid 1, onderdeel b, BW).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is (artikel 7:669 lid 3 BW). Naar het oordeel van de kantonrechter is er een redelijke grond voor ontbinding. ERS heeft namelijk voldoende gemotiveerd en onderbouwd dat sprake is van een bedrijfseconomische reden voor het vervallen van de arbeidsplaats van [verweerder] en dat herplaatsing niet mogelijk is. [verweerder] heeft daartegen ook geen verweer gevoerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De conclusie is daarom dat de kantonrechter het verzoek van ERS zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 augustus 2020. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure (artikel 7:671b lid 9 BW).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Ook het verzoek van ERS om te bepalen dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding van € 1.609,50 bruto kan worden toegewezen, omdat daarover geen geschil bestaat. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter: </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2020;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [verweerder] recht heeft op een transitievergoeding van € 1.609,50 bruto;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>
          <?linebreak?>Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier																												De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>