<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:3577</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-13T11:31:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8143596 CV EXPL 19-17050</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2020, afl. 4, p. 195</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:3577">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:3577</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-15T11:16:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:3577 Rechtbank Noord-Holland , 20-05-2020 / 8143596 CV EXPL 19-17050</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:3577:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartzaak. Niet-ontvankelijkverklaring eisers. Wettelijke vervaltermijn van artikel 8:1835 BW (één dag) verlopen ten tijde van indienen vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:3577:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8143596 CV EXPL 19-17050</para>
      <para>Uitspraakdatum: 20 mei 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] , <emphasis role="bold">wonende te [plaats]</emphasis></title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>, wonende te [plaats]</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[eiser 3]</emphasis>, wonende te [plaats]</para>
    <parablock>
      <para>eisers</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen de passagiers</para>
      <para>gemachtigde A. El Aissati</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">FINNAIR OYJ</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Helsinki, Finland, mede kantoorhoudende te Schiphol-Rijk</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen Finnair</para>
      <para>gemachtigde mr. T. Teke</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben bij dagvaarding van 28 oktober 2019 een vordering tegen Finnair ingesteld. Finnair heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, hebben de passagiers geen conclusie van repliek ingediend.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben met Finnair een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Finnair de passagiers op 26 oktober 2017 diende te vervoeren van XI An Xianyang Airport, China naar Helsinki, Finland met vlucht AY060 en op diezelfde datum van Helsinki, Finland naar eindbestemming Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht AY845 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Vlucht AY060 heeft twee uur en 39 minuten vertraging opgelopen, als gevolg waarvan de passagiers vlucht AY845 hebben gemist.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Na een omboeking zou Finnair de passagiers op 26 oktober 2017 vervoeren van Helsinki, Finland naar Kopenhagen, Denemarken met vlucht AY667 en nog steeds diezelfde dag van Kopenhagen, Denemarken naar Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht SK549.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervangende vlucht AY667 heeft één uur en 7 minuten vertraging opgelopen, als gevolg waarvan de passagiers vlucht SK549 ook hebben gemist.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Na een tweede omboeking heeft Finnair de passagiers op 27 oktober 2017 vervoerd van Kopenhagen, Denemarken naar Riga, Letland met vlucht SK1642 en eveneens op 27 oktober 2017 van Riga, Letland naar Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht BT619.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De passagiers hebben compensatie van Finnair gevorderd in verband met voornoemde vertraging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Finnair heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagiers vorderen dat Finnair, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 1.800,00, althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen;<?linebreak?>-	€    270,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen;<?linebreak?>-	de proceskosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis;<?linebreak?>-	de nakosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Finnair vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Finnair betwist de vordering. Het meest verstrekkende verweer van Finnair is – kort gezegd – dat de passagiers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering, omdat de vordering na de wettelijke vervaldatum is ingediend. Subsidiair voert Finnair aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening, zodat zij niet verplicht is compensatie te betalen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat het hier – zoals Finnair terecht stelt – gaat om een vordering ter zake van een overeenkomst van luchtvervoer in de zin van artikel 8:1390 Burgerlijk Wetboek (BW). Deze vaststelling is onder meer daarom van belang nu artikel 8:1835 BW bepaalt dat iedere vordering uit hoofde van een dergelijke overeenkomst vervalt door verloop van twee jaren, welke termijn aanvangt met de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming of de dag waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of van de onderbreking van het luchtvervoer. Ook een vordering ter zake van compensatie bij vertraging als bedoeld in artikel 5 en 7 van de Verordening is onderworpen aan deze vervaltermijn (vgl. HvJ EU 22 november 2012, ECLI:EU:E:2012:741).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De vlucht van de passagiers is uiteindelijk aangekomen op 27 oktober 2017. De vervaltermijn vangt derhalve aan op 28 oktober 2017. De laatste dag waarop de passagiers hun vordering hadden kunnen indienen is dan ook 27 oktober 2019, zijnde de laatste dag voordat de vervaltermijn van twee jaar is verlopen. De dagvaarding is echter uitgebracht op 28 oktober 2019. Op die dag was de wettelijke vervaltermijn van artikel 8:1835 BW reeds verlopen, zodat de vordering is vervallen en het meest verstrekkende verweer van Finnair slaagt. Hetgeen de passagiers c.q. Finnair overigens hebben gesteld, behoeft om die reden geen verdere bespreking meer.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de passagiers nu zij niet ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Finnair worden vastgesteld op een bedrag van € 180,00 aan salaris van de gemachtigde van Finnair.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>