<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:3558</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-19T10:53:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7782939 CV EXPL 19-6824</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNHO:2020:1995" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2020:1995</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:3558">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:3558</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-19T10:50:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:3558 Rechtbank Noord-Holland , 13-05-2020 / 7782939 CV EXPL 19-6824</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:3558:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartzaak. Veroordeling gemachtigden op grond van artikel 245 Rv in de proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:3558:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 7782939 CV EXPL 19-6824</para>
      <para>Uitspraakdatum: 13 mei 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [passagier sub 1]</title>
    <para>wonende te [woonplaats] , [land] </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr> [passagier sub 2]</title>
    <para>wonende te [woonplaats] , [land] </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr> [passagier sub 3]</title>
    <para>wonende te [woonplaats] , [land] </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr> [passagier sub 4]</title>
    <para>Wonende te [woonplaats] , [land] </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>eisers</para>
      <para>verder te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigden: mr. D.E. Lof en mr. E.J. Hoekstra</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse rechtspersoon<emphasis role="bold"> Turk Havayollari A.O.</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Ankara (Turkije) </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: Turkish Airlines</para>
      <para>gemachtigden: mr. R. Faasen en mr. G.J. Ziedses des Plantes</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het verdere verloop van de procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 18 maart 2020 is in deze zaak tussenvonnis gewezen (hierna: het tussenvonnis). Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de kantonrechter naar wat daarover in het tussenvonnis is overwogen. De kantonrechter neemt hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist over.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>In het tussenvonnis heeft de kantonrechter het incidentele verzoek tot tussenkomst van AirHelp Limited afgewezen, de passagiers niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering en de proceskosten aan de zijde van Turkish Airlines vastgesteld op € 1.291,48 aan salaris gemachtigde. De gemachtigden van de passagiers zijn in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over hetgeen in het tussenvonnis onder 5.18 is overwogen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op de rol van 15 april 2020 hebben de gemachtigden van de passagiers een akte proceskostenveroordeling (hierna: de akte) genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis heeft de kantonrechter (onder 5.18) overwogen dat, nu er door de gemachtigden kennelijk zonder deugdelijke machtiging en wellicht zelfs buiten medeweten van de passagiers is geprocedeerd, en de garantie dat AirHelp het procesrisico draagt zonder betekenis is, het naar het oordeel van de kantonrechter onredelijk is om de passagiers in de proceskosten te veroordelen, te meer nu Turkish Airlines om een integrale proceskostenveroordeling heeft verzocht en de kantonrechter dat verzoek zal honoreren. De kantonrechter heeft daarom het voornemen geuit om niet de passagiers, maar de gemachtigden van de passagiers op de voet van artikel 245 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hoofdelijk in de proceskosten te veroordelen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de akte geven de gemachtigden aan dat zij zich op het standpunt blijven stellen dat zij over machtigingen van de passagiers beschikken om in de onderhavige zaak te kunnen procederen. De gemachtigden laten echter wederom na die machtigingen in het geding te brengen dan wel anderszins aan te tonen of aannemelijk te maken dat zij door de passagiers expliciet zijn gemachtigd op hun naam en voor hun risico een procedure te voeren. Wel wordt in de akte de tekst van een beweerdelijk door AirHelp aan de passagiers verzonden e-mail weergegeven. Of deze e-mail daadwerkelijk aan de passagiers is verstuurd, is op grond van de enkele weergave van de tekst in de akte niet vast te stellen. Wat daarvan verder ook zij, de tekst van deze e-mail bevestigt alleen maar datgene wat ook al op de pleidooizitting van 5 februari 2020 door mr. Lof is verklaard, namelijk dat hij uitgaat van “impliciete machtiging” door de passagiers, waarbij er geen uitdrukkelijke bevestiging van de passagiers wordt gevraagd. De kantonrechter blijft daarom bij zijn conclusie dat de gemachtigden kennelijk zonder deugdelijke machtiging een procedure op naam van de passagiers zijn begonnen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De akte luidt, voor zover van belang, verder als volgt:<?linebreak?><emphasis role="italic">“ 3.		De passagier heeft zich tot AirHelp gewend teneinde compensatie te verkrijgen. Het Assignment form is daartoe ondertekend door passagier. Airhelp heeft gemachtigden ingeschakeld teneinde de compensatie te verkrijgen voor de passagier. De afspraken (garantie) tussen de passagier en AirHelp gelden nog steeds en hebben derhalve wel degelijk betekenis Dit blijkt overigens ook uit de verklaring van AirHelp d.d.21 januari 2020, welke in de onderhavige procedure is overgelegd en waarin AirHelp nogmaals aangeeft de kosten en het risico van de procedure te dragen.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold italic">Conclusie</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">4.	Gemachtigden menen, gelet op hetgeen hiervoor overwogen, dat AirHelp Limited in de proceskosten veroordeeld dient te worden in plaats van gemachtigden.”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In het tussenvonnis (onder 5.16) was de kantonrechter tot de slotsom gekomen dat het standpunt van Turkish Airlines juist is dat de passagiers in deze procedure slechts een “spookpartij” zijn, die als formele procespartij naar voren is geschoven, mogelijk zelfs zonder  dat zij weten dat hun naam wordt gebruikt, waarbij alles er op wijst dat de in Hongkong gevestigde claimorganisatie AirHelp Limited, hoewel formeel geen partij in deze procedure, de feitelijke procespartij is die achter de schermen aan de touwtjes trekt en de gemachtigden instrueert. Dat deze conclusie juist was, wordt klip en klaar bevestigd door het gestelde in de akte waarin de gemachtigden nota bene concluderen dat AirHelp Limited in de proceskosten moet worden veroordeeld in plaats van de gemachtigden. Klaarblijkelijk delen de gemachtigden het oordeel van de kantonrechter, zoals verwoord in overweging 5.18 van het tussenvonnis, dat het onredelijk zou zijn om de passagiers in de proceskosten te veroordelen. Voor het veroordelen van AirHelp in de proceskosten is evenwel geen grond, nu AirHelp formeel geen partij is in deze procedure. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de gemachtigden van de passagiers, mr. D.E. Lof en mr. E.J. Hoekstra, op de voet van artikel 245 Rv. hoofdelijk zal veroordelen in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt mr. D.E. Lof en mr. E.J. Hoekstra hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van Turkish Airlines bij tussenvonnis van 18 maart 2020 zijn vastgesteld op € 1.291,48 aan salaris gemachtigde, en verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>