<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:3158</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-28T13:54:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8216723 CV EXPL 19-19064</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:3158">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:3158</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-28T13:49:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:3158 Rechtbank Noord-Holland , 25-03-2020 / 8216723 CV EXPL 19-19064</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:3158:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekvonnis. Ambtshalve toetsing. Kredietovereenkomst. Niet voldaan aan de voorwaarden voor vervroegde opeisbaarheid. Vordering afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:3158:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8216723 CV EXPL 19-19064</para>
      <para>Uitspraakdatum: 25 maart 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrow Global Limited</emphasis>, </para>
      <para>te Manchester, Verenigd Koninkrijk,</para>
      <para>hierna: Arrow Global,</para>
      <para>gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] , </para>
      <para>hierna: [gedaagde] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Arrow Global heeft [gedaagde] gedagvaard. Tegen [gedaagde] is verstek verleend. Bij tussenvonnis van 31 december 2019 heeft de kantonrechter Arrow Global in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 29 januari 2020 heeft gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] en LaSer-Lafayette Services Nederland B.V. (hierna: LaSer) hebben op 20 april 2007 een kredietovereenkomst gesloten, waarbij aan [gedaagde] een creditcard is verstrekt met een bestedingslimiet van € 1.250,-. Er is geen einddatum overeengekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 11.1 van de algemene voorwaarden staat:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De door de Rekeninghouder aan de Maatschappij uit hoofde van de Overeenkomst verschuldigde bedragen zullen vervroegd opeisbaar zijn, indien en zodra de Rekeninghouder (…) gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een door hem aan de Maatschappij verschuldigd vervallen termijnbedrag en, na door de Maatschappij in gebreke te zijn gesteld, nalatig blijft in de volledige nakoming van zijn verplichtingen terzake (…).”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Arrow Global is LaSers rechtsopvolgster onder bijzonder titel. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van Arrow Global moet worden afgewezen, om de volgende reden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:77 lid 1, onderdeel c, BW zijn niet toegelaten bedingen waarbij vervroegde opeisbaarheid van het door de consument verschuldigde kredietbedrag wordt bedongen, anders dan voor het geval dat de consument, die ten minste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen termijnbedrag, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gelet op artikel 6:82 lid 1 BW is voor een ingebrekestelling een schriftelijke aanmaning vereist waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Uit artikel 11.1 van de door Arrow Global overgelegde algemene voorwaarden blijkt dat het krediet vervroegd opeisbaar is als het verschuldigde openstaande kredietbedrag na minstens twee maanden niet is betaald, ook niet nadat aan de consument is gevraagd te betalen en de consument in gebreke is gesteld. Dit beding voldoet op zichzelf aan de eisen van artikel 7:77 lid 1, onderdeel c, BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Arrow Global stelt dat [gedaagde] bij brief van (waarschijnlijk) een datum in juli 2009 in gebreke is gesteld met betrekking tot de op dat moment bestaande achterstand van € 1.438,33. Arrow Global beschikt niet over de ingebrekestelling, zij heeft daarom de ‘template’ van een ‘opeisingsbrief na ingebrekestelling’ ingezonden. Volgens Arrow Global hoeft het feit dat het een ‘template’ betreft, niet aan toewijzing van de vordering in de weg te staan. Arrow Global heeft daarnaast een opeisingsbrief van 14 augustus 2009 overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De overgelegde opeisingsbrief van 14 augustus 2009 voldoet niet aan de vereisten die de wet en de algemene voorwaarden stellen aan een ingebrekestelling. In die brief wordt immers het uitstaande kredietbedrag direct geheel opgeëist, zonder dat is gebleken van een voorafgaande gelegenheid, aanmaning of termijn om tot betaling van de achterstallige termijnbedragen over te gaan. De door Arrow Global in die brief genoemde eerdere aanmaningen zijn niet overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Aan de overgelegde ‘template’ van de (opeising na) ingebrekestelling komt geen betekenis toe, nu daaruit niet kan blijken welke informatie een eventueel aan [gedaagde] gezonden brief bevat. Daarbij komt dat ook in die ‘brief’ het uitstaande kredietbedrag direct geheel wordt opgeëist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De conclusie is dat aan de voorwaarden voor vervroegde opeisbaarheid niet is voldaan. De vordering moet daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Arrow Global wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Nu [gedaagde] niet in het geding is verschenen, worden de kosten aan zijn zijde begroot op nihil. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Arrow Global tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vaststelt op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>