<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:2356</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-31T11:26:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7973668 CV EXPL 19-11945</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:2356">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:2356</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-31T11:24:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:2356 Rechtbank Noord-Holland , 25-03-2020 / 7973668 CV EXPL 19-11945</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:2356:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartzaak. Door het ondertekenen van het assignmentformulier is de passagier niet langer bevoegd zelf over het gepretendeerde vorderingsrecht te beschikken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:2356:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem	</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 7973668 CV EXPL 19-11945</para>
      <para>Uitspraakdatum: 25 maart 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de passagier] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] (Oekraïne) </para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: de passagier</para>
      <para>gemachtigden: mr. D.E. Lof en mr. E.J. Hoekstra</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse rechtspersoon  <emphasis role="bold">Turk Havayollari A.O.</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Ankara (Turkije) </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: Turkish Airlines</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.J. Ziedses des Plantes</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagier heeft bij dagvaarding van 6 augustus 2020 een vordering tegen Turkish Airlines ingesteld. Turkish Airlines heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Turkish Airlines een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagier heeft met Turkish Airlines een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Turkish Airlines de passagier diende te vervoeren op 5 juni 2019 van Amsterdam Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport naar Kiev Borispol Airport, Oekraïne, hierna te noemen: de vlucht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De buitenlandse rechtspersoon AirHelp Limited (hierna: AirHelp) heeft compensatie van Turkish Airlines gevorderd wegens vertraging van de vlucht. Turkish Airlines heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De gemachtigde van de passagier heeft namens AirHelp op 24 juni 2019 Turkish Airlines schriftelijk aangemaand tot betaling over te gaan uiterlijk twee weken later, aan welke aanmaning Turkish Airlines geen gevolg heeft gegeven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagier vordert dat de kantonrechter Turkish Airlines veroordeelt tot betaling van <?linebreak?>€ 400,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag van betaling, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 60,00 en tot betaling van de kosten van dit geding. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagier legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de vlucht van Schiphol via Istanbul naar Kiev op 5 juni 2019 vertraging heeft opgelopen als gevolg waarvan hij meer dan drie uur later op de eindbestemming is aangekomen. Aangezien de afstand van de reis 1818 kilometer bedraagt, stelt de passagier dat hij op grond van artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van 11 februari 2004 recht heeft op € 400,00 compensatie. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Turkish Airlines betwist de vordering. Zij voert als primair verweer aan – samengevat – dat de passagier zijn veronderstelde vorderingsrecht door het ondertekenen van een akte van cessie (het assignmentformulier) heeft overgedragen aan AirHelp en daardoor niet langer bevoegd is zelf over het gepretendeerde vorderingsrecht te beschikken en daarom <?linebreak?>niet-ontvankelijk is. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Door de passagier is niet weersproken dat hij het assignmentformulier dat door AirHelp wordt gebruikt, heeft ondertekend, zodat dit vaststaat. In vergelijkbare zaken heeft de kantonrechter eerder, onder meer op 25 september 2019 (ECLI:NL:RBNHO:2019:8072), geoordeeld dat het assignmentformulier zoals door AirHelp wordt gebruikt, kwalificeert als een akte van cessie waarmee de vordering door de passagier in eigendom wordt overgedragen aan AirHelp. Door het ondertekenen van het assignmentformulier is de passagier niet langer bevoegd zelf over het gepretendeerde vorderingsrecht te beschikken. De conclusie is dat het primaire verweer van Turkish Airlines slaagt. De passagier zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. Nu het primaire verweer slaagt, behoeven de overige verweren van Turkish Airlines geen bespreking meer.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verklaart de passagier niet-ontvankelijk in zijn vordering;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Turkish Airlines worden vastgesteld op een bedrag van € 144,00 aan salaris van de gemachtigde van Turkish Airlines en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>