<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:1674</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-05T11:02:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/297460 / KG ZA 19-905</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNHO:2020:1360" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/herziening" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Uitspraak en herziene uitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2020:1360</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:1674">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:1674</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-05T10:57:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:1674 Rechtbank Noord-Holland , 28-02-2020 / C/15/297460 / KG ZA 19-905</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:1674:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstel van vonnis d.d. 19 februari 2020, waarin uitvoerbaar bij voorraad-verklaring ontbreekt. Verzoek herstel kennelijke schrijffout ex art. 31 Rv. Volgt aanvulling ex art. 32 Rv onder verwijzing naar Hoge Raad 1 oktober 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BM9435).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:1674:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="87df739c-a673-47d1-a940-39799f998e1b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="02a11ec5-ed8d-4a22-95d7-6adaa579550e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/297460 / KG ZA 19-905</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelvonnis van 28 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser1], wonende te [woonplaats],</title>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>ANIMA HOLDING B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Vijfhuizen,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>MADRUGADA B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Beverwijk,</para>
    </parablock>
    <para>4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>BODY ENGINEERS B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Beverwijk,</para>
    </parablock>
    <para>5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>4INVICTUS B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Beverwijk, eisers,</para>
      <para>advocaat mr. J.S. van Daal te Amsterdam, tegen</para>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>FXX-K HOLDING B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam, gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. S.H. van Santen te 's-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser1] c.s. en FXX-K genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij faxbrief van 27 februari 2020 (ter griffie ontvangen op 10:11u) heeft mr. Van Daal de voorzieningenrechter namens [eiser1] c.s. verzocht om verbetering van het op 19 februari 2020 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat het vonnis – conform de vordering daartoe bij inleidende dagvaarding – alsnog uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij faxbrief van 27 februari 2020 (11:18u) heeft mr. van Santen namens FXX-K aan de voorzieningenrechter bericht bezwaar tegen inwilliging van dat verzoek te hebben, omdat volgens hem geen</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>sprake is van een kennelijk (schrijf)fout als bedoeld in art. 31 Rv. Aangezien in r.o. 5.4 (bedoeld zal zijn r.o. <emphasis role="strike-through">5.5) van het vonnis is beslist “</emphasis><emphasis role="italic strike-through">weigert het meer of anders gevorderde</emphasis><emphasis role="strike-through">”, is wel degelijk be</emphasis>sl<emphasis role="strike-through">ist </emphasis>op de (neven)vordering strekkende tot uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het vonnis. Als gevolg van een door [eiser1] c.s. zelf ingesteld hoger beroep, en nu het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is (de werking van) het vonnis overeenkomstig artikel 350 lid 1 Rv van rechtswege geschorst, aldus nog steeds mr. Van Santen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij faxbrief van 27 februari 2020 (12:57u) heeft mr. Van Daal de voorzieningenrechter bericht dat uit</para>
        <para>r.o. 5.5 van het vonnis zijns inziens niet kan worden afgeleid dat geen sprake zou zijn van een kennelijke verschrijving die zich voor eenvoudig herstel leent.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij faxbrief van 27 februari 2020 14:02u) heeft mr. van Santen nogmaals benadrukt dat het niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren van een vonnis zich niet leent voor herstel als kennelijke (schrijf)fout als bedoeld in artikel 31 Rv.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In kortgedingvonnissen is het – gelet op de aard van een kortgedingprocedure en de daarmee samenhangende spoedeisendheid – in het algemeen gebruikelijk dat vorderingen van eisers (die vrijwel zonder uitzondering daartoe strekken) uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Aan een dergelijke uitvoerbaar bij voorraad-verklaring worden in het lichaam van het kortgedingvonnis dan geen woorden gewijd, behoudens indien sprake is van een verweer dat uitdrukkelijk is gericht op de uitvoerbaarheid bij voorraad. Van een dergelijk verweer was in het onderhavige geding geen sprake, zodat in het lichaam van het kortgedingvonnis van 19 februari 2020 ook geen overwegingen zijn opgenomen die betrekking hebben op de uitvoerbaarheid bij voorraad van dat vonnis. In het dictum is echter verzuimd om het vonnis – zoals gevorderd – uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Met [eiser1] c.s. is de voorzieningenrechter van oordeel dat in het vonnis van 19 februari 2020 sprake is van een fout. Volgens FXX-K leent uitvoerbaar bij voorraad verklaren van een vonnis zich echter niet voor eenvoudig herstel als bedoeld in artikel 31 Rv. Wat daar ook van zij, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het vonnis thans een omissie bevat doordat verzuimd is te beslissen op een onderdeel van het gevorderde. Nu het verzoek strekt tot verbetering van het vonnis, zal de voorzieningenrechter het vonnis aanvullen op de voet van artikel 32 Rv, op welk artikel de beslissing tot het alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren van een rechterlijke uitspraak volgens de Hoge Raad kan worden gegrond. Aanvulling van een uitspraak op de voet van art. 32 Rv kan ook plaatsvinden als het dictum van die uitspraak – zoals in het onderhavige geval – weliswaar een afwijzing van het "meer of anders" gevorderde dan wel verzochte bevat, maar tot de conclusie wordt gekomen dat daarbij een (deel van de) vordering over het hoofd is gezien en die afwijzing daarop dan ook geen betrekking heeft (vgl. Hoge Raad 1 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9435, r.o. 4.5.2).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Dat is aan de orde bij het kortgedingvonnis van 19 februari 2020, zodat de voorzieningenrechter het verzoek dan ook zal toewijzen als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat nrs. 5.4 en 5.5 van het op 19 februari 2020 tussen [eiser1] c.s. en FXX-K gewezen vonnis, waar staat:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">weigert het meer of anders gevorderde.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <inlinemediaobject>
            <imageobject>
              <imagedata align="center" scale="100" fileref="5a081280-8379-4310-8854-a0bbed2f7cc0" depth="2" width="13" format="image/png" />
            </imageobject>
          </inlinemediaobject>
          <emphasis role="strike-through">onder gelijktijdige vernummering worden gewijzigd in:	</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">weigert het meer of anders gevorderde.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 28 februari 2020 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 19 februari 2020,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 19 februari 2020 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Wegens ontstentenis van mr. Th.S. Röell is dit vonnis gewezen door mr. W.S.J. Thijs, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 28 februari 2020.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Conc.:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het vonnis al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>