<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:11626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:32:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8706331 AO VERZ 20-128</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2021-0195</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2021-0195</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:11626">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:11626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-15T09:31:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:11626 Rechtbank Noord-Holland , 17-11-2020 / 8706331 AO VERZ 20-128</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:11626:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling gedane uitspraak ex art 30p Rv. Ontslag op staande voet houdt geen stand. Onmiddellijke beëindiging van de arbeidsrelatie is de zwaarste sanctie die het arbeidsrecht kent. Werkgever wordt veroordeeld tot wedertewerkstelling en betaling van loon.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:11626:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8706331 AO VERZ 20-128</para>
      <para>Uitspraakdatum: 17 november 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (vonnis) van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [werknemer]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>verder te noemen: [werknemer]</para>
      <para>gemachtigde: mr. P. Goettsch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap<?linebreak?><emphasis role="bold">CTS Group Handling B.V.</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Nieuw-Vennep </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: CTS</para>
      <para>procederend bij HR-Manager ( [HR-manager] )</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>CTS heeft [werknemer] op 17 juni 2020 op staande voet ontslagen omdat hij zoals CTS in de ontslagbrief heeft geschreven tot drie keer toe redelijke instructies en opdrachten niet heeft opgevolgd. CTS ziet dat als werkweigering en als een zodanig ernstig vergrijp dat van CTS niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [werknemer] betwist de feitelijke toedracht. Hij stelt dat hij best de schoonmaakwerkzaamheden wilde verrichten maar dat het te druk was op zijn eigen afdeling dus dat dat niet goed uitkwam.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Wat exact de feitelijke toedracht is geweest kan in het midden blijven. Onmiddellijke beëindiging van de arbeidsrelatie is de zwaarste sanctie die het arbeidsrecht kent. Deze sanctie heeft tot gevolg dat [werknemer] met onmiddellijke ingang zijn inkomsten is verloren en ook geen aanspraak kan maken op een uitkering.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is daarom van oordeel dat, ook al is de toedracht zoals door CTS  geschetst, de onmiddellijke beëindiging een te zware sanctie is en dat met een andere sanctie volstaan had kunnen worden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Dat betekent dat het verzoek van [werknemer] zal worden toegewezen, zodat de kantonrechter:</para>
      <para>a. a) de opzegging vernietigt;</para>
      <para>b) bepaalt dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd per 17 juni 2020;</para>
      <para>c) CTS [werknemer] te werk stelt met ingang van maandag 16 november 2020;</para>
      <para>d) CTS veroordeelt tot betaling van het loon totdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd en matigt de wettelijke verhoging tot 10% over het te laat betaalde loon;</para>
      <para>e) CTS veroordeelt tot ongedaanmaking van invordering van de studiekosten;</para>
      <para>f) CTS veroordeelt tot ongedaanmaking inhouding vakantie-uren;</para>
      <para>h) CTS veroordeelt in de kosten van de procedure, te weten het griffierecht van € 83,- en het salaris van de gemachtigde van € 720,-; </para>
      <para />
      <para>i. i) verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>vernietigt de opzegging van 17 juni 2020 en bepaalt dat de arbeidsovereenkomst niet op deze datum is geëindigd;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>bepaalt dat CTS [werknemer] te werk stelt met ingang van maandag 16 november 2020;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>veroordeelt CTS tot betaling van het loon van [werknemer] totdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 10% over het te laat betaalde loon; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>veroordeelt CTS tot het ongedaan maken van invordering van de studiekosten;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>veroordeelt CTS tot het ongedaan maken van inhouding van de vakantie-uren;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>veroordeelt CTS tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de zijde van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op:<?linebreak?>griffierecht	: 						€   83,00;<?linebreak?>salaris gemachtigde:		€	720,00;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>