<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2020:11453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-11T12:15:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8602682 \ CV EXPL  20-5397</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:11453">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2020:11453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-11T12:11:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:11453 Rechtbank Noord-Holland , 16-12-2020 / 8602682 \ CV EXPL  20-5397</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2020:11453:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schade aan erfafscheiding na zware storm. Aansprakelijkheid buren onvoldoende onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2020:11453:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8602682 \ CV EXPL  20-5397</para>
      <para>Uitspraakdatum: 16 december 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1]</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiser sub 2] </emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eisers</para>
      <para>verder te noemen: [eiser sub 1] c.s.</para>
      <para>gemachtigde: M.U. Smis LL.M.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1]</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde sub 2]</emphasis>
        <?linebreak?>beiden wonende te [woonplaats] </para>
      <para>gedaagden  </para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde sub 1] c.s.</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J.J. le Poole</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] c.s. heeft bij dagvaarding van 16 juni 2020 een vordering tegen [gedaagde sub 1] c.s. ingesteld. [gedaagde sub 1] c.s. heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 16 november 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiser sub 1] c.s. heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Ter zitting heeft [eiser sub 1] c.s. nog een productie overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] c.s. en [gedaagde sub 1] c.s. zijn buren. De voortuinen van partijen zijn van elkaar gescheiden door een beukenhaag (aan de kant van [gedaagde sub 1] c.s.) en een constructie bestaande uit een aantal (hoge) plantenbakken met daarin houten palen, een metalen raamwerk en beplanting (aan de kant van [eiser sub 1] c.s.).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 18 januari 2018 trok een zware storm over Nederland. Die dag is een kunststofplaat met een omvang van ca 100 bij 150 centimeter van het afdak aan de voorzijde van de woning van [gedaagde sub 1] c.s. gewaaid. Ook is die dag een deel van de erfafscheiding van [eiser sub 1] c.s. omgevallen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] c.s. heeft op enig moment de kunststofplaat weer teruggeplaatst op het afdak.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] c.s. vordert dat de kantonrechter [gedaagde sub 1] c.s. veroordeelt tot betaling van € 1.244,23 te vermeerderen met wettelijke rente. De vordering bestaat uit € 1.093,86 aan hoofdsom en € 150,37 aan buitengerechtelijke kosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] c.s. legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de afgewaaide kunststofplaat van [gedaagde sub 1] c.s. ervoor heeft gezorgd dat zijn erfafscheiding (deels) is omgevallen. [eiser sub 1] c.s. stelt dat hij daardoor schade heeft geleden en dat [gedaagde sub 1] c.s. verplicht is deze schade te vergoeden, primair op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (BW) (gebrekkige opstal), subsidiair op grond van artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad). [eiser sub 1] c.s. heeft de kosten voor herstel van zijn voortuin begroot op € 1.093,86. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] c.s. betwist (kort gezegd) dat sprake is van een gebrekkige opstal of onrechtmatig handelen. Hij voert aan dat de kunststofplaat deugdelijk was bevestigd met kit en voor de storm circa tien jaar had vastgezeten. Ook betwist [gedaagde sub 1] c.s. dat de gestelde schade veroorzaakt is door de kunststofplaat. De erfafscheiding van [gedaagde sub 1] c.s. betrof een hoog en niet-verankerd bouwwerk met een smalle basis. Volgens [gedaagde sub 1] c.s. was de erfafscheiding van [eiser sub 1] c.s. al door de wind omgevallen voordat de plaat van afdak losraakte. Subsidiair betwist [gedaagde sub 1] c.s. (de hoogte van) de gestelde schade.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Mede gelet op het debat ter zitting spitst het geding zich toe op de vraag of de schade die [eiser sub 1] c.s. stelt te hebben geleden is veroorzaakt door de afgewaaide kunststofplaat van [gedaagde sub 1] c.s. Indien dit niet komt vast te staan, behoeft de vraag of de schade aan [gedaagde sub 1] c.s. kan worden toegerekend (als bezitter van een gebrekkige opstal of op grond van onrechtmatige daad) geen beantwoording meer.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] c.s. is in de dagvaarding niet ingegaan aan de vraag op welke wijze de afgewaaide kunststofplaat de gestelde schade kan hebben veroorzaakt. Ter zitting heeft [eiser sub 1] c.s. verklaard dat het niet anders kan zijn dan dat de afgewaaide plaat de oorzaak van het omvallen van de erfafscheiding is geweest omdat deze afscheiding te goed was vast stond om ‘uit zichzelf’ om te vallen, ook bij de storm van 18 januari 2018. [eiser sub 1] c.s. heeft een scenario geschetst waarin de plaat eerst klem is komen te zitten tussen en half-boven de beukenhaag en de erfafscheiding, waarna de plaat als een soort zeil van een zeilboot wind is gaan vangen en daarmee de stormwind de kans heeft geboden zoveel druk op de  erfafscheiding uit te oefenen dat deze uiteindelijk is omgevallen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Deze verklaring overtuigt evenwel niet en dient als niet meer dan speculatief te worden aangemerkt. Hoewel het geschetste scenario niet volledig kan worden uitgesloten, zijn er door [eiser sub 1] c.s. geen concrete feiten en omstandigheden gesteld (zoals hij wel had moeten doen, nu op hem de bewijslast rust) waaruit kan worden afgeleid dat de plaat daadwerkelijk voor extra druk op de erfafscheiding is gaan zorgen. Daarbij heeft [gedaagde sub 1] c.s. tot zijn verweer verklaard dat hij heeft gezien dat de erfafscheiding al was omgevallen nog voordat de kunststofplaat van het afdak waaide. Bij deze stand van zaken dient de vordering van [eiser sub 1] c.s. als onvoldoende onderbouwd te worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [eiser sub 1] c.s., omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. Daarbij wordt [eiser sub 1] c.s. ook veroordeeld tot betaling van € 60,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [gedaagde sub 1] c.s. worden gemaakt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser sub 1] c.s. tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde sub 1] c.s. worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde sub 1] c.s., vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser sub 1] c.s. tot betaling van € 60,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [gedaagde sub 1] c.s. worden gemaakt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart vorenstaande proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.P. Ruitinga en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>