<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2019:8031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-19T16:11:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/292595</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:8031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:8031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-19T16:10:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2019:8031 Rechtbank Noord-Holland , 21-08-2019 / C/15/292595</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2019:8031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing beslagrekest. Verzoeker heeft als toelichting voor de noodzaak van het beslag aangevoerd dat hij vreest dat wanneer hij eerst gaat dagvaarden en na een veroordelend vonnis tot executoriaal beslag overgaat, gerekwestreerden ervoor zullen zorgdragen dat hun tegoeden bij de bank voordien tot nihil zullen worden teruggebracht zodat hij bij een veroordelend vonnis alsnog het nakijken heeft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de noodzaak voor het beslag daarmee onvoldoende is onderbouwd. Iedere schuldeiser zou die redenering kunnen hanteren en daarmee zou de voorwaarde in de Beslagsyllabus zinledig worden. Beslagsyllabus, augustus 2019, A. Voorwaarden conservatoir beslag, onder punt 4.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2019:8031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dc44ef2b-3550-4b0e-8a83-17d4e778feb3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="98cce00c-9098-488c-899b-0daf76277fc7" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/292595 / KG RK 19-572</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 21 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        [woonplaats],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzoeker</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. V.E. de Haas te Schagen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de maatschap </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gerekwestreerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        [woonplaats],</para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">[gerekwestreerde]</emphasis>,</para>
    <para>
      [woonplaats]
    </para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[gerekwestreerde]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>
        [woonplaats],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gerekwestreerden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als verzoeker en gerekwestreerden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <parablock>
      <para>Op 20 augustus 2019 is bij het bureau voorzieningenrechter van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift van verzoeker, strekkende tot het leggen van conservatoir derdenbeslag.</para>
      <para>Na telefonisch contact met de griffier heeft verzoeker op 20 augustus 2019 een aanvullend verzoekschrift toegezonden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het eerste verzoek van 20 augustus 2019 strekte tot het verkrijgen van verlof om conservatoir derdenbeslag te mogen leggen onder de bankinstelling van gerekwestreerde voor een door verzoeker begrote vordering van € 31.500,-. <?linebreak?>Dat verlof is niet verleend. De voorzieningenrechter heeft verzoeker gevraagd om nader te onderbouwen waarom het noodzakelijk was dat er voor de gestelde vordering conservatoir beslag zouden moeten worden gelegd. In een aanvullend verzoekschrift heeft verzoeker een nadere toelichting gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het verzoekschrift en de door verzoeker overgelegde stukken blijkt het volgende.</para>
        <para>Verzoeker heeft met gerekwestreerden in 2017 een overeenkomst gesloten. Verzoeker heeft daarbij 9,7 ha. land verhuurd aan gerekwestreerden. Hij heeft hiervoor aan de gerekwestreerden een bedrag van € 19.885,- in rekening gebracht bij factuur van 24 augustus 2017. Gerekwestreerden hebben dat bedrag onbetaald gelaten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verzoeker heeft gerekwestreerden op 5 maart 2018 aangemaand, waarna evenmin betaling is gevolgd. Ook na aanmaning op 19 augustus 2019 door de advocaat van verzoeker hebben gerekwestreerden niet betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In de nadere toelichting voert verzoeker het volgende aan.<?linebreak?><emphasis role="italic">“Verzoeker vreest dat wanneer hij eerst gaat dagvaarden en na een veroordelend vonnis tot executoriaal beslag overgaat, gerekwestreerden er voor zullen zorgdragen dat hun tegoeden bij de ABN AMRO Bank voordien tot nihil zullen zijn teruggebracht zodat hij bij een veroordelend vonnis alsnog het nakijken heeft.”</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Verzoeker stelt dat gerekwestreerden niet tot betaling van de openstaande factuur is overgegaan en dat verzoeker daarom genoodzaakt is om gerekwestreerden in rechte te betrekken. Dat is juist, maar nog geen grond om conservatoir beslag te mogen leggen. Hoewel er bij het verzoek tot het leggen van een conservatoir derdenbeslag geen vrees voor verduistering behoeft te worden gesteld, dient in het beslagrekest wel te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is. Dat wordt ook vermeld in de Beslagsyllabus, augustus 2019, A. Voorwaarden conservatoir beslag, onder punt 4: “In het beslagrekest zal moeten worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Mede gelet op de gevolgen die een beslag onder een bankinstelling voor gerekwestreerden kan hebben is de voorzieningenrechter van oordeel dat de noodzaak om het verhaal voor de gestelde vordering door middel van een conservatoir beslag te verzekeren onvoldoende is onderbouwd. Indien de door verzoeker gegeven toelichting als voldoende zou worden beoordeeld, zou iedere schuldeiser die redenering kunnen hanteren en zou de voorwaarde in de Beslagsyllabus zinledig worden.</para>
        <para>
          <?linebreak?>Het verzoek zal daarom worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos op 21 augustus 2019.<footnote-ref linkend="_5e333b84-58bb-42f2-8739-c4631ddc0ca9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5e333b84-58bb-42f2-8739-c4631ddc0ca9" label="1">
    <para>type: ljs</para>
    <para>coll: nb </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>