<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2019:6617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T23:34:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19_1853</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0037552&amp;artikel=3.1&amp;g=2017-01-01">Wet natuurbescherming 3.1</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JNA 2019/90</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:6617">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:6617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-30T14:01:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2019:6617 Rechtbank Noord-Holland , 14-05-2019 / 19_1853</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2019:6617:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 20 maart 2019 heeft gs N-H aan HeliCentre onder voorschriften ontheffing verleend van het verbod om buiten een luchthaven te landen en op te strijgen vanaf het Circuit Park Zandvoort. Afwijzing verzoek voorlopige voorziening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2019:6617:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: HAA 19/1853</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 mei 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Duinbehoud e.a., te Leiden, verzoekers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: M.P.J.M. Janssen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. M.J.P. Kamp, R.Vervaart en H.Schoorlijk).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: HeliCentre BV, te Lelystad</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. G.A.M. van de Wouw).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan HeliCentre onder voorschriften ontheffing verleend van het verbod om buiten een luchthaven te landen en op te stijgen vanaf het Circuit Park Zandvoort [adres] , zoals opgenomen in de bijlage bij het besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2019. Verzoekers zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Namens derde-partij zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door voornoemde gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst af het verzoek een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter maakt de vraag of sprake is van een overtreding van de in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen verboden geen onderdeel uit van het beoordelingskader dat van toepassing is op een ontheffing voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik als door verweerder verleend. De stelling van verzoekers dat ten onrechte geen natuurtoets is gemaakt voorafgaand aan de verlening van de ontheffing volgt de voorzieningenrechter dan ook niet.</para>
    <para />
    <para>3. Gelet op een efficiënte afdoening van de zaak, begrijpt de voorzieningenrechter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening echter aldus dat niet alleen schorsing wordt gevraagd van het besluit, maar dat het verzoek ook ziet op het voorkomen van de helikoptervluchten op 17, 18 en 19 mei 2019. Dat vraagt om een nadere belangenafweging.</para>
    <para />
    <para>4. Dienaangaande hebben verzoekers gesteld dat de helikoptervluchten (broedende) vogels zullen verstoren, hetgeen in strijd is met artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat verstoring van de vogels slechts dan een overtreding oplevert van artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb indien sprake is van een storing die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een vogelsoort als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wnb. Dat volgt uit artikel 3.1, vijfde lid, van de Wnb. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu verzoekers (op dit moment) niet aannemelijk hebben gemaakt dat de te verwachten verstoring – die door verweerder en derde partij niet wordt weersproken – van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van enige vogelsoort als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wnb, prevaleert (op dit moment) het belang van derde partij bij het kunnen uitvoeren van de helikoptervluchten. Zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – is namelijk niet aannemelijk dat het in artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb beschermde belang door die helikoptervluchten in het geding is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Omdat het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding te bepalen dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt. </para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. J. Maarleveld, rechter, in aanwezigheid van<?linebreak?>mr. P.C. van der Vlugt, griffier, op 14 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>