<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2019:5858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-09T08:47:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C /15/290077 / HA RK 19/134</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:5858">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:5858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-09T08:46:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2019:5858 Rechtbank Noord-Holland , 02-07-2019 / C /15/290077 / HA RK 19/134</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2019:5858:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>niet ontvankelijk verklaring van verzoeker</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2019:5858:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Wrakingskamer, locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 	C /15/290077 / HA RK 19/134</para>
      <para>datum uitspraak: 	2 juli 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het schriftelijke verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de rechtbank Alkmaar, thans de rechtbank Noord-Holland</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 17 juni 2019 heeft verzoeker bij de rechtbank Noord-Holland een wrakingsverzoek ingediende met betrekking tot de rechtbank Alkmaar, thans de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank Noord-Holland, sectie Bestuursrecht, heeft een zaak tussen verzoeker en de Belastingdienst behandeld (zaaknummer HAA 19/885). Het verzoek en het dossier zijn in handen gesteld van de wrakingskamer van deze rechtbank, locatie Alkmaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 17 juni 2019 schrijft verzoeker het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hierbij reageer ik op de uitspraak buiten zitting van 27-5-2019</para>
        <para>Zaak nummer HAA19/885</para>
        <para>Hierbij ga ik in verzet tegen de uitspraak</para>
        <para>Tevens wil ik gehoort worden in deze zaak</para>
        <para>Ik ben in bezwaar gegaan tegen de uitspraak van de belastingdienst later werd ik door de belastingdienst utrecht gebeld</para>
        <para>Er werd mij toe gezegt dat ik schriftelijk een reactie zou krijgen die ik dan kon delen met de rechter</para>
        <para>De belastingdienst heeft bewust gewacht met de brief tot dat het termijn verstreken was</para>
        <para>wat ik ook al gemeld had</para>
        <para>vervolgens laat de rechtbanktalkmaar mij griffie rechten betalen en wacht</para>
        <para>dan meer dan 2 maanden om een uitspraak te doen ik neem de rechtbank</para>
        <para>alkmaar deze handelswijze dan ook zeer kwalijk</para>
        <para>ps gezien dit fijt en meerdere zaken die bewust niet worden behandeld</para>
        <para>mede door dat ik de hr van der molen toen noch precident van de rechtbank alkmaar</para>
        <para>meerdere malen heb moeten aanspreken op zijn gedrag</para>
        <para>ben ik nu tot het besluit gekomen om de rechtbank alkmaar te vraken</para>
        <para>hierbij dien ik dan ook een vrakingsverzoek in tegen de rechtbank alkmaar ze ondermeinen hierdoor de rechtsgang</para>
        <para>Hierbij verzoek ik de De Recht bank Haarlem dan ook om hier een onder zoek naar te doen</para>
        <para>waarbij ik alle medewerking zal ver lenen</para>
        <para>het moet niet zo zijn dat ik pas in hoger beroep of zelfs bij de Raad van State in mijn gelijk</para>
        <para>word gesteld met tussen komst van brussel</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De griffier heeft dit wrakingsverzoek in handen gesteld van een wrakingskamer om op dit verzoek te beslissen. De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek door de wrakingskamer.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>BEOORDELING VAN HET VERZOEK</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. Die feiten of omstandigheden moeten zwaarwegende redenen opleveren voor objectiveerbare twijfel aan de onpartijdigheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 8:16 lid 2 Awb dient een verzoek tot wraking gemotiveerd te zijn. Dat betekent dat het verzoek de gronden voor de verzochte wraking moeten bevatten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verzoeker voert in zijn verzoekschrift een aantal zaken aan die niets met mogelijke vooringenomenheid van de leden van de rechtbank te maken hebben. Hij blijkt bezwaren te hebben tegen de handelwijze door de Belastingdienst en het uitblijven van een beslissing. De rechtbank zal deze zaken buiten beschouwing laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van zijn verzoek voert hij verder aan dat de rechtbank griffierecht heeft geheven en na meer dan twee maanden uitspraak heeft gedaan. Ook merkt hij op dat hij eerder een voormalig president van de rechtbank heeft aangesproken op zijn gedrag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De wrakingskamer leest in het voorgaande geen gronden voor wraking. Aangezien het verzoek niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 in samenhang met paragraaf 4.1 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden onder: www.rechtspraak.nl/Organisatie en contact/Rechtbanken/Rechtbank Noord-Holland/Meer regels en procedures/Regelingen – zal de wrakingskamer het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat het verzoek zonder mondelinge behandeling wordt afgedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>beveelt dat het proces in de eerste wrakingsprocedure wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond en beveelt dat de zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van de sectie Bestuursrecht van de locatie Alkmaar van de rechtbank Noord-Holland.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P.H. Littooy, voorzitter, en mr. L.J. Saarloos en mr. J.H. Gisolf, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Bruijn, griffier, ter openbare terechtzitting van 2 juli 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier						voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>