<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2019:4443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-25T17:21:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6983287 \ CV EXPL  18-4736</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:4443">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:4443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-25T16:58:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2019:4443 Rechtbank Noord-Holland , 22-05-2019 / 6983287 \ CV EXPL  18-4736</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2019:4443:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartclaim. Geen sprake van langdurige vertraging in de zin van de Verordening. Aangesproken luchtvaartmaatschappij heeft geen vervoersovereenkomst met de passagier gesloten en kan ten aanzien van de opvolgende vlucht evenmin worden gezien als de uitvoerende luchtvaartmaatschappij. Uit de overgelegde stukken volgt ook niet dat sprake is van rechtstreeks aansluitende vluchten of separate vluchten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2019:4443:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 6983287 \ CV EXPL  18-4736</para>
      <para>Uitspraakdatum: 22 mei 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de passagier]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] (Spanje)</para>
      <para>eiser</para>
      <para>hierna te noemen de passagier</para>
      <para>gemachtigde mr. H. Yildiz</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen Transavia</para>
      <para>gemachtigde mr. M. Reevers</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagier heeft bij dagvaarding van 30 mei 2018 een vordering tegen Transavia ingesteld. Transavia heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia een schriftelijke reactie heeft gegeven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagier heeft bij eDreams vervoersovereenkomsten gesloten op grond waarvan de passagier vervoert diende te worden van Barcelona (Spanje) met een tussenstop op Amsterdam-Schiphol Airport naar Cali (Colombia) op 2 juni 2016.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vlucht van Barcelona naar Amsterdam-Schiphol Airport is met een vertraging van 1 uur en 47 minuten in Amsterdam aangekomen waardoor de passagier zijn opvolgende vlucht naar Cali heeft gemist. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagier heeft compensatie van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Transavia heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagier vordert dat Transavia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 690,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>-	de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Transavia vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Transavia betwist de vordering. Zij voert primair aan dat de passagier niet-ontvankelijk is in zijn vordering, omdat hij niet over een bevestigde boeking beschikt. Subsidiair voert Transavia aan dat alleen de vlucht van Barcelona naar Amsterdam-Schiphol Airport door Transavia is uitgevoerd. Deze vlucht is met een vertraging van 1 uur en 47 minuten in Amsterdam aangekomen, derhalve is geen sprake van een langdurige vertraging. Meer subsidiair voert Transavia aan dat de vertraging van de vlucht is te wijten aan een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening, namelijk een staking die gevolgen heeft gehad voor de vluchtuitvoering van Transavia en een besluit van luchtverkeersbeheer welke heeft gezorgd voor een vertraging. Dit zijn omstandigheden waarop Transavia geen controle kan uitoefenen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van het door Transavia primair gevoerde verweer overweegt de kantonrechter het volgende. Artikel 3 lid 2 van de Verordening bepaalt dat voor toepassing van de Verordening vereist is dat de passagier een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie heeft en zich - behalve in geval van annulering als bedoeld in artikel 5 - (tijdig) bij de incheckbalie meldt. De bewijslast ter zake hiervan rust op de passagier. De passagier heeft in de onderhavige procedure een boekingsspecificatie overgelegd afgegeven door eDreams. In artikel 2 sub g van de Verordening wordt onder boeking verstaan: <emphasis role="italic">“het feit dat de passagier een ticket heeft of een ander bewijs dat de boeking is aanvaard en geregistreerd door de luchtvaartmaatschappij of de touroperator.” </emphasis>De kantonrechter overweegt dat in de boekingsspecificatie een e-ticket nummer is opgenomen. In het onderhavige geval acht de kantonrechter dit voldoende om aan te nemen dat de boeking is aanvaard door de luchtvaartmaatschappij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Subsidiair heeft Transavia aangevoerd dat de tweede vlucht van Amsterdam-Schiphol Airport naar Cali niet door Transavia maar door KLM is uitgevoerd. De passagier heeft tegenover de betwisting van Transavia dat het tweede deel van de vlucht door Transavia is uitgevoerd gesteld dat sprake is geweest van codesharing met KLM. De kantonrechter overweegt dat de tickets zijn geboekt bij eDreams en dat op de overgelegde boekingsspecificatie alleen KLM staat vermeld als uitvoerende vliegtuigmaatschappij. Aldus komt de kantonrechter tot de conclusie dat Transavia geen vervoersovereenkomst met de passagier heeft gesloten en ook niet, zonder nadere onderbouwing, kan worden gezien als de uitvoerende luchtvaartmaatschappij in de zin van de Verordening. Daarbij volgt ook niet uit de overgelegde stukken dat sprake is van rechtstreeks aansluitende vluchten of separate vluchten geboekt bij eDreams. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Amsterdam-Schiphol Airport als eindbestemming voor de door Transavia uitgevoerde vlucht heeft te gelden. De passagier is met een vertraging van 1 uur en 47 minuten aangekomen in Amsterdam, derhalve is geen sprake van een langdurige vertraging in de zin van de Verordening. De conclusie is dan ook dat het verweer van Transavia slaagt en dat zij geen compensatie aan de passagier hoeft te betalen. Op hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd zal de kantonrechter niet ingaan omdat dit niet tot een andere beslissing leidt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt. De nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Transavia worden gemaakt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Transavia worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van Transavia. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt de passagiers tot betaling van € 60,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door de Transavia worden gemaakt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>