<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2019:3935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-09T18:11:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/287426 / KG RK 19-244</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#conservatoireMaatregel">Conservatoire maatregel</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:3935">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:3935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-09T18:09:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2019:3935 Rechtbank Noord-Holland , 16-04-2019 / C/15/287426 / KG RK 19-244</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2019:3935:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Hoewel er bij het verzoek tot het leggen van een conservatoir derdenbeslag geen  vrees voor verduistering behoeft te worden gesteld, dient in het beslagrekest wel te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is. Dat wordt ook vermeld in de Beslagsyllabus 2019, A. Voorwaarden conservatoir beslag, onder punt 4: “In het beslagrekest zal moeten worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is”.</para>
        <para>Met het feit dat een wederpartij een vordering betwist, is de noodzaak voor conservatoire maatregelen echter nog niet gegeven. Ook het enkele feit dat gerekwestreerde een financiële holding is, is onvoldoende om aan te nemen dat er voor verzoekster geen verhaalsmogelijkheden meer zullen zijn, indien de vordering zal worden toegewezen. Dit nog daargelaten de mogelijkheid dat gerekwestreerde in dat geval aan een veroordeling zal voldoen. </para>
        <para>Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de noodzaak om het verhaal voor de gestelde vordering door middel van een conservatoir beslag te verzekeren onvoldoende is onderbouwd.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2019:3935:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7e7a7d3b-8d83-43de-8af3-13aaf0633b7e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="303c49cc-5890-40ea-9f5f-d16ab27ec335" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/287426 / KG RK 19-244</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 16 april 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">AJ MEDIA HOLDING B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. R.F. de Jong te Amsterdam </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TECH BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Alkmaar,</para>
      <para>gerekwestreerde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het eerste verzoek strekte tot het verkrijgen van verlof om conservatoir</para>
        <para>derdenbeslag te mogen leggen onder de bank (Rabobank te Utrecht) van gerekwestreerde </para>
        <para>voor een door verzoekster begrote vordering van € 29.250,-. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Dat verlof is niet verleend. De voorzieningenrechter heeft verzoekster gevraagd om </para>
        <para>nader te onderbouwen waarom het noodzakelijk was dat er voor de gestelde vordering </para>
        <para>conservatoir beslag zou moeten worden gelegd. In een aanvullend verzoekschrift heeft </para>
        <para>verzoekster een nadere toelichting gegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het verzoekschrift en de door verzoekster overgelegde stukken blijkt het </para>
        <para>volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op of omstreeks 25 september 2018 heeft gerekwestreerde van verzoekster alle </para>
        <para>aandelen in de besloten vennootschap PhoneWorld B.V. gekocht voor een prijs van </para>
        <para>€ 375.000,-. Daarnaast heeft verzoekster met gerekwestreerde op of omstreeks </para>
        <para>1 oktober 2018 een overeenkomst gesloten voor de overdracht van software tegen een </para>
        <para>betaling van een koopsom van € 22.500,-. Op grond van de overeenkomst zou de betaling </para>
        <para>geschieden voor de overdracht van oude werkende LCD schermen. </para>
        <para>Wanneer niet betaald kon worden door deze LCD schermen zou er met contante middelen </para>
        <para>worden afgerekend. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster heeft gerekwestreerde op 16 januari 2019 gesommeerd om binnen </para>
        <para>veertien dagen over te gaan tot nakoming van haar verplichting om de LCD schermen te </para>
        <para>leveren en vervolgens op 14 februari 2019 om over te gaan tot betaling van een bedrag van </para>
        <para>€ 22.500,-. Gerekwestreerde heeft hieraan geen gevolg gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster stelt dat gerekwestreerde zich op het standpunt stelt dat verzoekster </para>
        <para>geen eigenaar zou zijn geweest van de software die door middel van de koopovereenkomst </para>
        <para>is overgedragen en dat gerekwestreerde zich - in het geval verzoekster toch eigenaar van de </para>
        <para>software is - beroept op verrekening met het bedrag dat gerekwestreerde uit hoofde van de </para>
        <para>koopovereenkomst met betrekking tot de aandelenoverdracht nog van verzoekster heeft te </para>
        <para>vorderen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>In de nadere toelichting voert verzoekster het volgende aan.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Indien geen conservatoir beslag wordt gelegd, heeft gerekwestreerde de mogelijkheid om </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gedurende de hoofdprocedure de gelden die zij op haar bankrekeningen aanhoudt te </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verduisteren. Dit geldt te meer nu gerekwestreerde een financiële holding is die op </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">eenvoudige wijze gelden zou kunnen doorsluizen naar derden. Verzoekster loopt dan het </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">risico dat, in het geval dat gerekwestreerde in de hoofdprocedure mocht worden </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeeld tot betaling van de ingestelde vorderingen, er geen verhaalsmogelijkheden </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">meer zijn.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Hoewel er bij het verzoek tot het leggen van een conservatoir derdenbeslag geen  vrees voor verduistering behoeft te worden gesteld, dient in het beslagrekest wel te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is. Dat wordt ook vermeld in de Beslagsyllabus 2019, A. Voorwaarden conservatoir beslag, onder punt 4: <emphasis role="italic">“In het beslagrekest zal moeten worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is”.</emphasis></para>
        <para>Uit de bij het verzoekschrift overgelegde conceptdagvaarding blijkt dat gerekwestreerde uitvoerig verweer voert. Over het geschil tussen partijen over de gevolgen van de tussen hen gesloten overeenkomsten zal een rechterlijke beslissing (moeten) volgen, nu verzoekster een vordering tegen gerekwestreerde zal instellen. Met het feit dat een wederpartij een vordering betwist, is de noodzaak voor conservatoire maatregelen echter nog niet gegeven. Ook het enkele feit dat gerekwestreerde een financiële holding is, is onvoldoende om aan te nemen dat er voor verzoekster geen verhaalsmogelijkheden meer zullen zijn, indien de vordering zal worden toegewezen. Dit nog daargelaten de mogelijkheid dat gerekwestreerde in dat geval aan een veroordeling zal voldoen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de noodzaak </para>
        <para>om het verhaal voor de gestelde vordering door middel van een conservatoir beslag te </para>
        <para>verzekeren onvoldoende is onderbouwd. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos op 16 april 2019.<footnote-ref linkend="_04f1f7c7-f1bd-4770-a927-fb2135bb28bf" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_04f1f7c7-f1bd-4770-a927-fb2135bb28bf" label="1">
    <para>LK/LS</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>