<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2019:11502</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-18T10:49:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/285701 / KG RK 19-152</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:11502">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:11502</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-18T10:49:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2019:11502 Rechtbank Noord-Holland , 25-04-2019 / C/15/285701 / KG RK 19-152</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2019:11502:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Definitieve staat van verdeling en bevelschrift ex 485 Rv in een rangregeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2019:11502:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f5bf3e78-71b4-4834-a0e8-abcb76697999" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="539aaa97-810c-49db-95c0-7a487df25b67" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>proces-verbaal</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/285701 / KG RK 19-152</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal tevens bevelschrift ex artikel 485 Rv </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake de door </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NSI KANTOREN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>verzoekster, hierna te noemen NSI Kantoren,</para>
      <para>advocaat mr. B.P. van Overeem te Amsterdam </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzochte staat van verdeling van de netto veilingopbrengst (na aftrek van kosten) van € 74.792,75 van de executoriaal verkochte onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [plaats] , welk bedrag blijkens het verzoekschrift is gestort op de kwaliteitsrekening van [notaris] te Haarlem, ten laste van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>belanghebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 3 april 2019 heeft de rechter-commissaris een beschikking gewezen, houdende een staat van verdeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tegen de door de rechter-commissaris opgemaakte staat van verdeling hebben de belanghebbende en de schuldeisers bezwaren kunnen aanvoeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Door [belanghebbende] is bij brief van 16 april 2019 bezwaar gemaakt tegen de opgemaakte staat van verdeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Verder zijn er geen bezwaren aangevoerd tegen de staat van verdeling door schuldeisers en/of belanghebbenden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de brief van 16 april 2019 heeft [belanghebbende] haar bezwaren tegen de opgemaakte staat van verdeling uiteengezet. Haar bezwaren richten zich echter opnieuw tegen de gang van zaken rond de executoriale verkoop van de onroerende zaak. Zoals in de beschikking van 3 april 2019 reeds is overwogen (rechtsoverweging 2.4) staat die gang van zaken in deze procedure niet ter discussie. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Voor zover [belanghebbende] bezwaren richt tegen de vordering van NSI Kantoren, geldt dat in de staat van verdeling reeds is geconstateerd dat die vordering haar grondslag vindt in het vonnis van 27 juni 2018, welk vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Tevens heeft de rechter-commissaris geconstateerd dat NSI Kantoren (rechtsgeldig) executoriaal beslag heeft gelegd. Hetgeen [belanghebbende] ten aanzien van de vordering van NSI Kantoren heeft opgemerkt kan het voorgaande niet anders maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Nu [belanghebbende] geen bezwaren tegen de staat van verdeling als zodanig heeft aangevoerd, en de overige belanghebbende(n) evenmin, ziet de rechter-commissaris geen aanleiding om een zitting te bepalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Nu er geen tegenvoorstellen zijn ontvangen, zal het proces-verbaal overeenkomstig het bepaalde in artikel 485 Rv worden gesloten. Tevens zal een bevelschrift worden afgegeven aan de houder van de netto-opbrengst.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>- bepaalt dat de navolgende vorderingen ten laste van [belanghebbende] tijdig zijn ingediend en meedelen in deze rangregeling: </para>
    <para> NSI Kantoren		€ 2.860,36</para>
    <para />
    <para>- maakt de volgende definitieve staat van verdeling op:</para>
    <para>te verdelen bedrag: € 74.792,75;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>o aan NSI Kantoren komt een bedrag toe van € 2.860,36</para>
      <para>o aan [belanghebbende] komt vervolgens het restant toe;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- sluit het proces-verbaal ex artikel 485 lid 1 Rv in samenhang met artikel 552 Rv;</para>
    <para />
    <para>- beveelt de houder van de netto-opbrengst van de verkoop van het registergoed, zijnde [notaris] te Haarlem, aan genoemde schuldeiser uit te betalen hetgeen haar volgens de in dit proces-verbaal vermelde staat van verdeling toekomt, met dien verstande dat de onder de rangregeling vermelde vorderingen nog naar rato vermeerderd dienen te worden met de over het depotbedrag verschenen depotrente. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is ingevolge artikel 490d Rv niet vatbaar voor hoger beroep.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>