<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2019:1118</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-26T10:26:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/284743 / KG RK 19-104</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:1118">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:1118</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-26T10:25:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2019:1118 Rechtbank Noord-Holland , 12-02-2019 / C/15/284743 / KG RK 19-104</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2019:1118:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek conservatoir beslag afgewezen, omdat niet summierlijk is gebleken van de deugdelijkheid van een op dit moment bestaande vordering. Voorts is de noodzaak van het gevraagde beslagverlof onvoldoende toegelicht, gelet op de al eerder gelegde beslagen door verzoekster.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2019:1118:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2f1b1d12-0973-48d9-a229-a0cdc272e06b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="410359bc-099b-47ed-9a1d-638e506d0341" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
      <para>NB/LS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/284743 / KG RK 19-104</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 12 februari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [L]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzoekster</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. S.W. Polak te Wognum </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [S]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gerekwestreerde</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als verzoekster en gerekwestreerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Op 11 februari 2019 is bij het bureau voorzieningenrechter van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift van verzoekster, strekkende tot het leggen van conservatoir beslag op onroerende zaken die aan gerekwestreerde in eigendom toebehoren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na telefonisch contact met de griffier heeft verzoekster op 11 februari 2019 twee producties toegezonden, te weten een uittreksel uit het kadaster en een voorlopige schadestaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn voormalige echtelieden. De echtscheidingsbeschikking is op 12 september 2014 ingeschreven. Tussen partijen is bij deze rechtbank een procedure aanhangig waarbij verzoekster vordering tot verrekening uit hoofde van de huwelijkse voorwaarden heeft ingesteld. Tot zekerheid van verhaal van deze vordering heeft verzoekster, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, conservatoir beslag gelegd op de woning en terreinen (akkerbouw) van gerekwestreerde gelegen aan de [adres].  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is bij deze rechtbank voorts een procedure aanhangig waarbij verzoekster een verklaring voor recht heeft gevraagd dat gerekwestreerde aansprakelijk is voor alle door verzoekster geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade wegens onrechtmatig handelen van gerekwestreerde, alsmede te veroordelen tot schadevergoeding, op te maken bij staat. Volgens verzoekster bestaat het onrechtmatig handelen van gerekwestreerde eruit dat hij haar op 5 juni 2017 heeft mishandeld door haar aan het haar naar achteren te trekken waardoor zij met haar hoofd op de grond is gevallen en gewond is geraakt. Hierdoor heeft zij fysieke en mentale gezondheidsklachten gekregen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In het verzoekschrift heeft verzoekster gesteld dat de exacte omvang van haar schade onbekend is en dat deze naar schatting ten hoogste € 100.000,- zal bedragen. Gelet op de staffel in de beslagsyllabus verzoekster om haar vordering te begroten op € 130.000,-.</para>
        <para>Tot verhaal van deze vordering wenst verzoekster (wederom) conservatoir beslag te doen leggen op de hiervoor onder 2.1. vermelde aan gerekwestreerde in eigendom toebehorende onroerende zaken gelegen aan de [adres].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De griffier heeft aan de advocaat van verzoekster verzocht om de gestelde schade van € 100.000,- te onderbouwen. Hierop heeft de advocaat een voorlopige schadestaat opgesteld en toegezonden. In deze schadestaat is onder meer het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold underline italic">Verlies arbeidsvermogen (VAV)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de bodemprocedure wordt een verklaring voor recht gevorderd dat de wederpartij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aansprakelijk is. De schade is daarom nog niet gedetailleerd in kaart gebracht. De</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">schadepost VAV is nog niet goed te beoordelen. De reden daarvan is dat er nog geen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">medische eindtoestand is. Cliente is wel al sinds het ongeval uitgevallen voor haar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkzaamheden. Of zij weer aan het werk kan, en zo ja, in welke mate kan op dit moment nog</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet worden beoordeeld. Om die reden wordt voor deze schadestaat pragmatisch uitgegaan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van een periode van 10 jaar schade wegens VAV.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Totaal verlies arbeidsvermogen tot en met 05-06-2029 		€ 81.600,00”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Verzoekster heeft in het geheel geen stukken ter onderbouwing van deze <?linebreak?>- in financiële zin belangrijkste - schadepost overgelegd. Verder is van belang dat in de overgelegde dagvaarding van 14 juni 2018 in de hoofdzaak onder punt 4.5. wordt vermeld dat verzoekster een vast dienstverband heeft en “Tot op heden wordt haar salaris 100% doorbetaald”. Daarmee staat voorts vast dat de vordering van verzoekster voor het grootste deel ziet op mogelijke toekomstige schade. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder vindt de voorzieningenrechter van belang dat verzoekster eerder reeds beslag heeft gelegd op de hier aan de orde zijnde onroerende zaken en zij door deze bijzondere omstandigheid niet hoeft te vrezen dat gerekwestreerde deze vermogensbestanddelen aan het verhaal van verzoekster zal onttrekken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Alles overziende is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet summierlijk is gebleken van de deugdelijkheid van een op dit moment bestaande vordering. Voorts is de noodzaak van het gevraagde beslagverlof onvoldoende toegelicht, gelet op de al eerder gelegde beslagen door verzoekster. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>