<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2019:11014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-24T16:15:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7668825 CV EXPL 19-4292</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:11014">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:11014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-24T16:12:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2019:11014 Rechtbank Noord-Holland , 24-12-2019 / 7668825 CV EXPL 19-4292</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2019:11014:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartzaak. Beroep op buitengewone omstandigheden onvoldoende onderbouwd. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2019:11014:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 7668825 CV EXPL 19-4292 </para>
      <para>Uitspraakdatum: 24 december 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [Passagier sub 1]</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.   [Passagier sub 2] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , Verenigde Staten van Amerika</para>
      <para>eisers</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen de passagiers</para>
      <para>gemachtigde D.E. Lof</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">British Airways Plc</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Harmondsworth, Verenigd Koninkrijk en kantoorhoudende te Amsterdam</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen British Airways</para>
      <para>gemachtigde mr. J.W.A. Lameijer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben bij dagvaarding van 12 maart 2019 een vordering tegen British Airways ingesteld. British Airways heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna British Airways een schriftelijke reactie heeft gegeven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben met British Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan British Airways de passagiers op 26 maart 2017 diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol naar Londen, Verenigd Koninkrijk, met vluchtnummer BA423, en van Londen naar Houston, Verenigde Staten van Amerika, met vluchtnummer: BA195. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Volgens de overeenkomst zou vlucht BA423 om 6.00 uur UTC vertrekken vanaf Amsterdam-Schiphol en om 7.15 uur UTC aankomen in Londen. Vlucht BA195 zou om 8.55 uur UTC vertrekken en om 19.15 uur UTC arriveren in Houston.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Vlucht BA423, hierna: de vlucht, is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers hun aansluitende vlucht hebben gemist. De passagiers zijn omgeboekt en zijn met een vertraging van meer dan drie uur op hun eindbestemming aangekomen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De passagiers hebben compensatie van British Airways gevorderd in verband met voornoemde vertraging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>British Airways heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagiers vorderen dat British Airways bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf  26 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- 	€ 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>-	de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat British Airways vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>British Airways betwist de vordering en doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Vlucht BA423 heeft bij vertrek een vertraging van 33 minuten opgelopen door instructies van het luchtverkeersbeheer in Amsterdam vanwege instelde beperkingen ten aanzien van London Heathrow waardoor vlucht BA423 22 minuten <emphasis role="italic">air holding delay</emphasis> opliep. British Airways kon dit niet meer compenseren en had met dergelijke vertragingen bij het plannen van de vlucht geen rekening hoeven houden. Instructies van het luchtverkeersbeheer en <emphasis role="italic">air holding delays</emphasis> dienen als buitengewone omstandigheden te worden aangemerkt. De passagiers zijn omgeboekt naar de eerstvolgende beschikbare vlucht, aldus British Airways. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>British Airways betwist voorts buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor British Airlines. Dit is anders indien British Airlines kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de Verordening. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>In overweging 15 van de Considerans van de Verordening is – voor zover relevant – vermeld dat er wordt geacht sprake te zijn van buitengewone omstandigheden wanneer een besluit van het luchtverkeersbeheer voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt, ook al heeft de betrokken luchtvaartmaatschappij alle redelijke inspanningen geleverd om de vertragingen of annuleringen te voorkomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>British Airlines voert aan dat sprake is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. De vlucht is met 54 minuten vertraging vanaf Amsterdam-Schiphol vertrokken. Ter onderbouwing van haar verweer verwijst British Airways naar het <emphasis role="italic">OPNL Legs Report.</emphasis> Zij licht toe dat vlucht BA423 gepland stond te vertrekken om 6.00 uur UTC, maar een later slot toegewezen kreeg om 6.23 UTC. Na vertrek van de gate mocht het toestel evenwel niet opstijgen. Het toestel kreeg eerst om 6.56 uur UTC toestemming om te vertrekken. Het toestel is met een vertraging van 54 minuten om 8.09 uur UTC aangekomen in Londen, aldus British Airways. De passagiers betwisten dat er sprake was van buitengewone omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat het opleggen van een nieuw slot kan worden gezien als een besluit van de luchtverkeersleiding ten aanzien van een specifiek vliegtuig op een specifieke dag in de zin van overweging 15 van de Considerans van de Verordening, zodat het een buitengewone omstandigheid kan opleveren. British Airways heeft ter onderbouwing van de gestelde buitengewone omstandigheden enkel interne documenten overgelegd. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende. Het had op de weg van British Airways gelegen om berichten van het luchtverkeersbeheer te overleggen waaruit blijkt van een besluit van het luchtverkeersbeheer voor het specifieke vliegtuig. Het beroep van British Airways op buitengewone omstandigheden faalt. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen. De overige verweren van British Airways behoeven derhalve geen bespreking meer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. British Airways heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagiers hebben hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten komen voor rekening van British Airways omdat deze ongelijk krijgt.  De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
        <para>6. <emphasis role="bold">De beslissing	</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt British Airways tot betaling aan de passagiers van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2017 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt British Airways tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
        <para>dagvaarding 	€ 	104,39;<?linebreak?>griffierecht	€ 	231,00;<?linebreak?>salaris gemachtigde	€ 	360,00; <?linebreak?>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper , kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>