<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2018:7340</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T16:25:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15.040880.18 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:7340">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:7340</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-24T08:14:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2018:7340 Rechtbank Noord-Holland , 09-08-2018 / 15.040880.18 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2018:7340:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij vonnis van 9 augustus 2018 heeft deze rechtbank geoordeeld dat veroordeelde zich heeft schuldig gemaakt aan – kort gezegd – mensensmokkel. Op grond van deze veroordeling kan aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van of uit de baten van het ingevolge dat vonnis bewezenverklaarde strafbare feit.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank is op basis van het strafdossier gekomen tot een integrale veroordeling. Hoewel de rechtbank in het veroordelend vonnis heeft overwogen het zeer aannemelijk te achten dat veroordeelde geldelijke beloningen heeft ontvangen voor zijn strafbare handelen en dit ook zijn drijfveer is geweest, is de rechtbank op basis van het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 15 juni 2018, het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende duidelijk geworden dát en voor welk bedrag veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft genoten door middel van of uit de baten van het bewezen verklaarde feit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2018:7340:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15.040880.18 (ontneming) (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 9 augustus 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 13 juli 2018 ten aanzien van de feiten in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 / 36e lid 3 / 36e leden 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , thans gedetineerd in Detentiecentrum Schiphol HvB.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering</title>
    <para>De officier heeft bij vordering van 13 juli 2018 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 van het Wetboek van Strafrecht zal vaststellen op € 19.103,88 en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie baseert de vordering op het strafbare feit waarvoor veroordeelde is gedagvaard om op 26 juli 2018 te verschijnen voor de meervoudige strafkamer in deze rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>De officier van justitie heeft bovengenoemde vordering aanhangig gemaakt met de oproeping van veroordeelde om te verschijnen op de terechtzitting van deze rechtbank op 26 juli 2018. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 26 juli 2018. Daarbij zijn gehoord de veroordeelde, zijn raadsman mr. H. Sytema, advocaat te ’s-Gravenhage en de officier van justitie mr. E. Visser. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten en is bepaald dat op 9 augustus 2018 uitspraak zal worden gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende strafdossier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering voorgedragen en  </para>
      <para>naar beneden bijgesteld tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 17.203,38.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de raadsman </title>
    <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen omdat uit niets is gebleken dat veroordeelde voordeel heeft genoten door het uit hem ten laste gelegde. Uit de rekeningafschriften van veroordeelde blijkt niet dat hij geld heeft ontvangen. Veroordeelde heeft juist schulden. Die zijn weliswaar klein, maar die zijn evengoed niet te rijmen met de stelling dat hij veel geld zou hebben verdiend.  </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van de rechtbank </title>
    <para>Bij vonnis van 9 augustus 2018 heeft deze rechtbank geoordeeld dat veroordeelde zich heeft schuldig gemaakt aan – kort gezegd – mensensmokkel. Op grond van deze veroordeling kan aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van of uit de baten van het ingevolge dat vonnis bewezenverklaarde strafbare feit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op basis van het strafdossier gekomen tot een integrale veroordeling. Hoewel de rechtbank in het veroordelend vonnis heeft overwogen het zeer aannemelijk te achten dat veroordeelde geldelijke beloningen heeft ontvangen voor zijn strafbare handelen en dit ook zijn drijfveer is geweest, is de rechtbank op basis van het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 15 juni 2018, het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende duidelijk geworden dát en voor welk bedrag veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft genoten door middel van of uit de baten van het bewezen verklaarde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bewijsmiddelen volgt weliswaar dat veroordeelde via WhatsApp-gesprekken met anderen heeft gesproken over financiële beloningen, maar niet is komen vast te staan dat veroordeelde deze beloningen ook daadwerkelijk heeft ontvangen. De rechtbank merkt in dat verband op dat uit de WhatsApp-gesprekken niet is gebleken van concrete afspraken over geldbedragen of de overhandiging daarvan aan veroordeelde. Verder volgt uit het dossier dat noch onder veroordeelde, noch onder zijn vrouw of in hun woning grote geldbedragen zijn aangetroffen. Ook is uit het onderzoek naar de bankrekening van veroordeelde en zijn vrouw niet gebleken dat de levensstijl van het gezin drastisch is veranderd naar aanleiding van onverklaarbare geldstromen. . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vermoedens die uit het dossier volgen dat veroordeelde financieel wijzer is geworden van het door hem gepleegde strafbare feit, zijn onvoldoende om de vordering van de officier van justitie toe te wijzen. De rechtbank zal om die reden de vordering van de officier van justitie afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</title>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. E.M. ten Bos,                                                                           		voorzitter,<?linebreak?>mr. E.C. Smits en mr. B. de Wilde,                                   		 	rechters,<?linebreak?>in tegenwoordigheid van mr. R.I. Robijns,                                              	griffier.</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mr. De Wilde is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>