<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2018:5308</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-11T15:02:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5617545 / CV EXPL 16-12070</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:5308">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:5308</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-11T15:00:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2018:5308 Rechtbank Noord-Holland , 10-01-2018 / 5617545 / CV EXPL 16-12070</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2018:5308:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaartzaak. De Nederlandse rechter is niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2018:5308:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Sectie Kanton - locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 5617545 / CV EXPL 16-12070</para>
      <para>Uitspraakdatum: 10 januari 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [passagier 1] ,</title>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <bridgehead role="bold">2. [passagier 2] ,</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">3. [passagier 3] ,</emphasis>pro se en in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis> en <emphasis role="bold">[minderjarige 2] ,</emphasis></para>
    <para>allen wonende te [woonplaats] , Suriname,</para>
    <bridgehead role="bold">4. [passagier 4] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <bridgehead role="bold">5. [passagier 5] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">6. [passagier 6] ,</bridgehead>
    <para>beiden wonende te [woonplaats] , </para>
    <bridgehead role="bold">7. [passagier 7] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>hierna te noemen: de passagiers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.L. Heenk (Green Claim B.V.),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap naar het recht van de Republiek Suriname Surinaamse Luchtvaart Maatschappij, </emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd te Paramaribo , Suriname en kantoorhoudende te Amsterdam, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna te noemen: SLM,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J.F. Gonesh.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben bij dagvaarding van 6 december 2016 een vordering tegen SLM ingesteld. SLM heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna SLM een schriftelijke reactie heeft gegeven. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben met SLM een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan SLM de passagiers zou vervoeren van Amsterdam naar Paramaribo (Suriname) op              20 september 2015 met vluchtnummer PY0993, hierna: de vlucht.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vlucht is geannuleerd. De passagiers hebben een alternatieve vlucht aangeboden gekregen en zijn uiteindelijk 24 uur later dan gepland aangekomen in Paramaribo . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben compensatie van SLM gevorderd in verband met voornoemde vertraging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>SLM heeft geweigerd tot betaling over te gaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagiers vorderen dat SLM, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling aan hen van:<?linebreak?>-	€ 5.400,00, in totaal, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- 	€ 847,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;<?linebreak?>-	de proceskosten en de nakosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en het Sturgeon‑arrest van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 november 2009. De passagiers stellen dat SLM vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hem te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>SLM betwist de vordering. SLM stelt dat sprake was van buitengewone omstandigheden. De vertraging van de vlucht is ontstaan als gevolg van een botsing op de luchthaven van Paramaribo tussen een toestel van de KLM en het toestel van SLM waarmee de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd. SLM voert aan dat de botsing heeft plaatsgevonden door toedoen van derden, waaronder het luchthaven beheer in Paramaribo en KLM. Na de botsing is schade aan het toestel geconstateerd, te weten een probleem met een navigatielamp. Het toestel moest hersteld worden. Hiervoor moesten onderdelen worden ingevlogen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>SLM heeft de kantonrechter verzocht een viertal prejudiciële vragen te stellen en heeft tevens verzocht de zaak aan te houden. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Allereerst dient de kantonrechter te beoordelen of zij bevoegd is van onderhavig geschil kennis te nemen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 6 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis) wordt, in geval de gedaagde geen woonplaats heeft in de Europese Unie, de bevoegdheid in elke lidstaat geregeld door de wetgeving van die lidstaat. In het voorliggende geval is de gedaagde statutair gevestigd te Paramaribo , Suriname. Dit betekent dat de Brussel I bis Verordening niet van toepassing is en dat de rechtsmacht dient te worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse procesrecht.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>In artikel 2 Rv is bepaald dat in zaken die met een dagvaarding worden ingeleid de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien de gedaagde in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. Op grond van artikel 1:10 lid 2 BW heeft een rechtspersoon woonplaats daar waar hij volgens zijn statuten of reglementen zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. SLM is statutair gevestigd te Paramaribo , maar houdt daarnaast kantoor te Amsterdam. Op grond van artikel 1:14 BW kan een kantoor of filiaal mede als woonplaats worden aangemerkt voor wat betreft aangelegenheden die dit kantoor of filiaal betreffen. Gesteld noch gebleken is dat het kantoor van SLM te Amsterdam enige betrokkenheid heeft gehad bij de vlucht en het vervoer van de passagiers van Amsterdam naar Paramaribo . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Gelet op bovenstaande kan de Nederlandse rechter geen rechtsmacht ontlenen aan het bepaalde in artikel 2 Rv juncto artikel 1:10 lid 2 en 1:14 BW.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De kantonrechter zal zich onbevoegd verklaren om van de vordering kennis te nemen.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd van de vordering kennis te nemen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter en op              10 januari 2017 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>