<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2018:2798</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-13T10:17:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 18 _ 606</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:3&amp;g=1998-01-01">Algemene wet bestuursrecht 1:3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:2798">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:2798</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-13T10:17:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2018:2798 Rechtbank Noord-Holland , 22-03-2018 / AWB - 18 _ 606</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2018:2798:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herinrichtingsbesluit geen besluit in de zin van de Awb. Geen sprake van niet beslissen op een verzoek, omdat niet duidelijk is dat een verzoek is gedaan. Beroep ongegrond. Vovo afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2018:2798:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: HAA 18/606 en 18/259 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 22 maart 2018 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde mr. L. van Hezik</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [Naam] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigden F.D.S. Bettink en V.J. Hoogeland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder het definitief ontwerp voor de herinrichting van de Vogelenzangseweg e.o. vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft het bezwaar op 5 december 2017, verzonden op 11 december 2017 (het bestreden besluit), niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 maart 2018 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter is op grond van het bepaalde in artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak en ziet hiertoe in dit geval aanleiding, omdat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak</para>
    <para />
    <para>3. De voorzieningenrechter oordeelt dat het definitief ontwerp voor de herinrichting van de Vogelenzangseweg e.o. geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, omdat een herinrichtingsplan volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet is gericht op (extern) rechtsgevolg. Er staat daarom geen beroep tegen open. Het herinrichtingsplan heeft mogelijk wel feitelijke gevolgen, maar die kunnen niet door de bestuursrechter worden getoetst.</para>
    <para />
    <para>4. De redenering van verzoeker dat het herinrichtinsplan mede moet worden gezien als een weigering om te beslissen op een verzoek om de weg veiliger te maken volgt de voorzieningenrechter niet omdat een dergelijk verzoek door verzoeker niet is ingediend. In de zienswijze van verzoeker leest de voorzieningenrechter geen verzoek tot het nemen van een dergelijk besluit. De voorzieningenrechter wijst er hierbij op dat een verzoek om een besluit te nemen klip en klaar moet zijn en expliciet gedaan moet worden, omdat het voor verweerder helder moet zijn waarop moet worden beslist. </para>
    <para />
    <para>5. Als al een verzoek zou zijn gedaan om de weg veiliger te maken, dan zou dit overigens slechts een verzoek zijn om feitelijk te handelen. Beoogd wordt immers slechts om de feitelijke situatie in overeenstemming te brengen met de al bestaande juridische situatie (30 km zone). Een besluit om een verzoek om feitelijk handelen (en een weigering om daarop te beslissen) is evenmin gericht op rechtsgevolg. Daartegen staat daarom (ook) geen beroep open.</para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft het bezwaar van verzoeker gelet op het voorgaande terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is daarom ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Voor het treffen van een voorlopige voorziening of een proceskostenveroordeling bestaat dan geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier, op 22 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak – voor zover daarbij op het beroep is beslist – kan voor zover daarbij is beslist op het beroep binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de beslissing op het verzoek om voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>