<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2018:1241</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T16:25:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1571020515 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:1241">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:1241</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-15T11:00:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2018:1241 Rechtbank Noord-Holland , 13-02-2018 / 1571020515 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2018:1241:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming na oplichting. Aan benadeelde partijen toegekende bedragen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel worden in mindering gebracht op het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2018:1241:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Alkmaar</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/710205-15 (ontneming) (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 13 februari 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 4 januari 2018 ten aanzien van de feiten in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e leden 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>feitelijk verblijvende op het adres [adres] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hierna: veroordeelde.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier heeft bij vordering van 4 januari 2018 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e lid 5 van het Wetboek van Strafrecht zal vaststellen op </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">€ 46.141,43</emphasis> en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie baseert de vordering op de strafbare feiten waarvoor veroordeelde is gedagvaard om op 30 januari 2018 te verschijnen voor de meervoudige strafkamer in deze rechtbank en op andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende strafdossier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 30 januari 2018, bij welke gelegenheid is gehoord de gemachtigde raadsman van veroordeelde, mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal, en de officier van justitie, mr. R. Hagemeier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering voorgedragen en de vordering naar beneden bijgesteld tot een bedrag van € 21.530,62, nu ter zake van de overige geldbedragen geen aangifte door de gedupeerden is gedaan.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de verdediging</title>
    <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien de vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen, deze bedragen in mindering dienen te worden gebracht op de ontnemingsvordering.</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">4. De beoordeling van de rechtbank</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_60d937cf-4b85-4b4f-8247-4c1255c8eb04" />
    </para>
    <para>Bij vonnis van deze rechtbank en kamer van 13 februari 2018 is veroordeelde veroordeeld ter zake van: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten 1 tot en met 7, telkens primair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">oplichting.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het vorenstaande kan aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van of uit de baten van de ingevolge dat vonnis bewezenverklaarde strafbare feiten en door andere feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vonnis en de bewijsmiddelen waarop dit berust, komt naar voren dat veroordeelde zich heeft schuldig gemaakt aan oplichting waarbij veroordeelde de aangevers heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen. Een deel van deze bedragen heeft veroordeelde terugbetaald aan de aangevers. Veroordeelde heeft van de navolgende aangevers derhalve de volgende, niet terugbetaalde geldbedragen wederrechtelijk verkregen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 1] en [benadeelde 2] : 		€ 2.803,45</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 3] : 				€ 1.087,11</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 4] en [benadeelde 5] :		€ 7.164,83</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 6] :				€ 3.096,48</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 7] :				€ 1.350,21</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 8] :				€ 1.884,71</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 9] :				€ 1.183,18</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts is de vordering mede gegrond op verkregen voordeel uit andere strafbare feiten die niet onder bovenstaand parketnummer aan veroordeelde zijn ten laste gelegd. </para>
      <para>De volgende bedragen die in de berekening van de officier van justitie zijn opgenomen voor deze andere strafbare feiten, kunnen worden meegenomen bij de berekening van het door veroordeelde verkregen voordeel omdat de rechtbank van oordeel is dat voldoende aanwijzingen bestaan dat deze bedragen in verband staan met feiten die door veroordeelde zijn begaan:</para>
    </parablock>
    <para>- [benadeelde 10] heeft € 1.325,67 overgemaakt aan [bedrijf] , in de veronderstelling dat [veroordeelde] van [bedrijf] hem in anderhalf jaar van zijn schulden zou afhelpen. [benadeelde 10] hoorde een reclame op de radio van het bedrijf [bedrijf] Op 30 januari 2014 kwam [veroordeelde] bij [benadeelde 10] thuis om de werkwijze van [bedrijf] uit te leggen. [veroordeelde] liet een visitekaartje achter met de naam [veroordeelde] en zijn telefoonnummers en e-mailadres. [benadeelde 10] heeft zijn werkgever verteld dat zijn volledige loon naar [veroordeelde] moest gaan. [veroordeelde] zou alle vaste lasten voor [benadeelde 10] en zijn vrouw betalen. Het overgebleven geld zouden [benadeelde 10] en zijn vrouw krijgen.<footnote-ref linkend="_7fcb1362-2949-4371-ba00-6d80956677b4" /> [benadeelde 10] heeft een bedrag van € 410,00 retour ontvangen van [bedrijf] en heeft derhalve een bedrag van<?linebreak?>€ 915,67 tegoed van [bedrijf]<footnote-ref linkend="_667dfadb-2401-4be7-8d8b-9a633e881ec0" />;</para>
    <para>- [benadeelde 11] heeft eenmaal zijn uitkering van € 1.000,00 overgemaakt aan [bedrijf] op het rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [vader veroordeelde] , in de veronderstelling dat [veroordeelde] hem van zijn schulden zou afhelpen. [benadeelde 11] hoorde een reclame op de radio van het bedrijf [bedrijf] Op 23 maart 2014 kwam [veroordeelde] van [bedrijf] bij hem thuis om [benadeelde 11] ’s financiële situatie te bespreken. [veroordeelde] zou ervoor zorgen dat [benadeelde 11] ’s vaste lasten zouden worden betaald en dat er afspraken zouden worden gemaakt met deurwaarders en schuldeisers. Van dat geld (€ 1.000,00) zou [benadeelde 11] ook weekgeld ontvangen. [veroordeelde] heeft nooit een rekening van [benadeelde 11] betaald. Via WhatsApp heeft [benadeelde 11] [veroordeelde] geconfronteerd met de betalingsachterstand. [veroordeelde] heeft hier nooit op gereageerd.<footnote-ref linkend="_9d674895-7569-47aa-9e68-cd51c14b5b49" /> [benadeelde 11] heeft een bedrag van € 145,00 retour ontvangen van [bedrijf] en heeft derhalve een bedrag van € 855,00 tegoed van [bedrijf]<footnote-ref linkend="_dd6c88c7-868f-425e-a875-68f086a4cf43" />;</para>
    <para>- [benadeelde 12] heeft eenmaal € 1.210,48 overgemaakt aan [bedrijf] op het rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [vader veroordeelde] , in de veronderstelling dat [veroordeelde] hem van zijn schulden zou afhelpen. [benadeelde 12] hoorde een reclame op de radio van het bedrijf [bedrijf] Op 10 maart 2014 kwam [veroordeelde] bij [benadeelde 12] thuis. [veroordeelde] heeft [benadeelde 12] en zijn vrouw middels praatjes ervan te weten overtuigen hun financiën door hem te laten beheren. Hun hele map met papieren inzake schulden hebben zij aan [veroordeelde] meegegeven. [veroordeelde] zou ervoor zorgen dat hun vaste lasten zouden worden betaald. [veroordeelde] vertelde dat hij zou regelen dat [benadeelde 12] en zijn vrouw failliet verklaard zouden worden door de rechtbank in Zutphen. [benadeelde 12] en zijn vrouw zijn bij de rechtbank in Zutphen geweest, waar het verzoek tot faillietverklaring werd afgewezen.<footnote-ref linkend="_df908277-1182-4a55-9548-b05a77e456f3" /> [benadeelde 12] heeft een bedrag van € 300,00 retour ontvangen van [bedrijf] en heeft derhalve een bedrag van € 910,48 tegoed van [bedrijf]<footnote-ref linkend="_e9b50133-bbfa-4dd7-9f1b-b9023b57b25e" />;</para>
    <para>- [benadeelde 13] heeft eenmaal € 279,50 overgemaakt aan [bedrijf] op het rekeningnummer [rekeningnummer] , in de veronderstelling dat [veroordeelde] van [bedrijf] haar van haar schulden zou helpen. [veroordeelde] vroeg haar formulieren in te vullen, waarna [benadeelde 13] failliet verklaard zou kunnen worden. Nadat [benadeelde 13] deze formulieren had ingevuld en het geldbedrag van € 279,50 had overgemaakt, heeft zij hem één keer kunnen bereiken. [veroordeelde] deelde haar mede dat hij de stukken had ontvangen en ermee aan de slag zou gaan, waarna zij nooit meer iets van hem heeft gehoord.<footnote-ref linkend="_5d0472dc-7928-4c8e-9bfb-a28268ce786c" /> [benadeelde 13] heeft geen geld retour ontvangen en heeft derhalve € 279,50 tegoed van [bedrijf]<footnote-ref linkend="_36ef19ad-b3b5-4c09-b11d-234dcd98fa87" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde heeft van de laatstgenoemde aangevers derhalve de volgende, niet terugbetaalde geldbedragen wederrechtelijk verkregen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 10] :				€ 915,67</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 11] :				€ 855,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 12] :					€ 910,48</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde 13] :			€ 279,50</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de overige bedragen die in de schriftelijke vordering zijn opgenomen, niet kunnen worden meegenomen bij de berekening van het door veroordeelde verkregen voordeel omdat er onvoldoende aanwijzingen bestaan dat deze bedragen in verband staan met strafbare feiten die door veroordeelde zijn begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het totale door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel komt daarmee op <?linebreak?>€ 21.530,62. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 36e lid 9 Sr dient bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, de verplichting tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van het slachtoffer als bedoeld in artikel 36f Sr in mindering te worden gebracht, voor zover die is voldaan. Met de laatste toevoeging sedert de wetswijziging van 1 januari 2014 kunnen de bevoegdheden tot ontneming onverkort worden ingezet zolang niet is voldaan aan bedoelde betalingsverplichting.<?linebreak?>De rechtbank is derhalve niet gehouden om betalingen aan de Staat in het kader van de schadevergoedingsmaatregel in mindering te brengen op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, indien die betalingen nog niet zijn voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank doet de wetswijziging niet af aan haar bevoegdheid daartoe.<?linebreak?>In deze zaak acht de rechtbank termen aanwezig om die betalingen in mindering te brengen. <?linebreak?></para>
      <para>In het vonnis in de onderliggende hoofdzaak zijn aan de benadeelde partijen [benadeelde 3] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7] , respectievelijk, de bedragen van € 1.087,11, € 3.011,04 en € 1.350,21 aan schadevergoeding toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze bedragen zullen in mindering worden gebracht op het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal gelet op het vorenstaande het door veroordeelde te betalen bedrag vaststellen op € 16.082,26.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wettelijke bepaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op € 21.530,62 (eenentwintigduizend vijfhonderddertig euro en zesentwintig cent). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van <emphasis role="bold">€ 16.082,26 (zestienduizend tweeëntachtig euro en zesentwintig cent) </emphasis>ter ontneming van door hem  wederrechtelijk verkregen voordeel.7<emphasis role="bold">. </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold" />
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. M.E. Francke, voorzitter, </para>
      <para>mr. P.H.B. Littooy en mr. N.O.P. Roché, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. Z.T. Pronk,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_60d937cf-4b85-4b4f-8247-4c1255c8eb04" label="1">
    <para> De hierna door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fcb1362-2949-4371-ba00-6d80956677b4" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 10] d.d. 21 maart 2014 (dossierpagina’s 269 en 270).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_667dfadb-2401-4be7-8d8b-9a633e881ec0" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 10] d.d. 28 november 2014 (dossierpagina 263).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9d674895-7569-47aa-9e68-cd51c14b5b49" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 11] d.d. 1 mei 2014 (dossierpagina’s 292 en 293).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd6c88c7-868f-425e-a875-68f086a4cf43" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 11] d.d. 28 november 2014 (dossierpagina 287).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df908277-1182-4a55-9548-b05a77e456f3" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 12] d.d. 5 juni 2014 (dossierpagina’s 318 tot en met 320).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9b50133-bbfa-4dd7-9f1b-b9023b57b25e" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 12] d.d. 28 november 2014 (dossierpagina 310).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d0472dc-7928-4c8e-9bfb-a28268ce786c" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 13] d.d. 3 juni 2014 (dossierpagina’s 354 en 355).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_36ef19ad-b3b5-4c09-b11d-234dcd98fa87" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen transacties [benadeelde 13] d.d. 1 december 2014 (dossierpagina 349).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>