<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2018:11396</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-28T14:50:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/278312 / HA RK 18/151</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:11396">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:11396</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-28T14:49:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2018:11396 Rechtbank Noord-Holland , 28-08-2018 / C/15/278312 / HA RK 18/151</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2018:11396:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betreft wraking van de rechters van de wrakingskamer tijdens een zitting van de wrakingskamer. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn verzoek om wraking, reden waarom het verzoek buiten behandeling wordt gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2018:11396:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c5e4c94a-6b10-433a-8f98-d9531232071c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="30945e39-4eb1-47d0-ab3d-8c2754d572e1" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/278312 / HA RK 18/151</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 28 augustus 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Nieuw-Vennep,</para>
      <para>verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gericht tegen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mrs. Th.S. Röell, J.M. Janse van Mantgem en W. Veldhuijzen van Zanten</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechters.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 28 augustus 2018 is ter zitting het wrakingsverzoek (zaaknummer C/15/276646 / HA RK 18/119) behandeld. Ter zitting van de wrakingskamer heeft verzoeker de rechters van de wrakingskamer gewraakt. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van verzoeker</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Uit het proces-verbaal van de zitting van 28 augustus 2018 blijkt dat verzoeker de leden van de wrakingskamer wraakt omdat zij werkzaam zijn in hetzelfde arrondissement als mr. Sassenburg, zijnde de gewraakte politierechter in de zaak met zaaknummer C/15/276646 / HA RK 18/119. Verzoeker wraakt de hele rechtbank Noord-Holland en wenst dat zijn wrakingsverzoek naar een ander arrondissement wordt verwezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub d, in samenhang met paragraaf 4.3 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking van de wrakingskamer alsmede de hele rechtbank kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. Ingevolge voornoemde bepalingen kan alleen een rechter die de zaak behandelt gewraakt worden en niet het hele college.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bovendien kan een wrakingsverzoek alleen gebaseerd worden op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dergelijke feiten en omstandigheden zijn niet aangevoerd, ook niet voor zover het de rechters betreft die het verzoek tot wraking van verzoeker behandelen. Het enkele feit dat de rechters in de rechtbank Noord-Holland werkzaam zijn levert geen grond op voor wraking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij deze stand van zaken moet verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan een inhoudelijke behandeling kan dus niet worden toegekomen, zodat er voor een mondelinge behandeling ter terechtzitting geen grond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om wraking en stelt het verzoek daarom buiten behandeling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechters een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>beveelt dat het proces in het in de hoofdzaak aanhangig gemaakte wrakingsincident wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. Th.S. Röell, voorzitter, mr. J.M. Janse van Mantgem en mr. W. Veldhuijzen van Zanten, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Naeije, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier						voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>