<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2017:6277</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:20:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4938412/CV EXPL 16-3100</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_mededingingsrecht">Civiel recht; Mededingingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2021:2599" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2021:2599</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2019:4304" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2019:4304</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/4358</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:6277">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:6277</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-18T11:29:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2017:6277 Rechtbank Noord-Holland , 26-07-2017 / 4938412/CV EXPL 16-3100</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2017:6277:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Mededinging – agentuurovereenkomst. Vordering van ex-agent tot verklaring van recht over nietigheid en tot schadevergoeding, vanwege een onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen gedaagde principaal en een andere agent die ertoe strekte de mededinging te verhinderen, vervalsen of beperken; ogv artikel 6 lid 1 Mededingingswet is o.a.f.g. van rechtswege nietig alsook de opzegging van de overeenkomst door principaal. Volgens principaal was de opzegging van de overeenkomsten met eiseres en 1000 andere agenten het gevolg van een autonoom bepaalde strategie. </para>
        <para>Vordering afgewezen; onvoldoende feiten en rechten gesteld die tot toewijzing van de vordering zouden kunnen leiden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2017:6277:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Sectie Kanton – locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 4938412/CV EXPL 16-3100</para>
      <para>Uitspraakdatum: 26 juli 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">PRIJSVRIJ.NL B.V.  </emphasis></para>
      <para>gevestigd te ‘s-Hertogenbosch</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: PrijsVrij</para>
      <para>gemachtigden: mr. L.E.J. Jonker en K.V.A.J.M.M. de Bonth</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <?linebreak?><emphasis role="bold">CORENDON INTERNATIONAL TRAVEL B.V. </emphasis></para>
      <para>gevestigd te Amsterdam </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: Corendon</para>
      <para>gemachtigden: mr. R.Elkerbout en mr. G.A. Smit</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>PrijsVrij heeft bij dagvaarding van 9 maart 2016 een vordering tegen Corendon ingesteld. Corendon heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 13 juli 2016 is een comparitie van partijen gelast, welke zitting op 31 oktober 2016 heeft plaatsgevonden. Beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen. Van wat partijen verder ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht is proces-verbaal opgemaakt.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Corendon heeft nog een akte houdende uitlating producties genomen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>PrijsVrij is een (online) aanbieder van reizen van verschillende touroperators. PrijsVrij berekent haar klanten geen boekingskosten. Corendon is een touroperator en reisorganisator, principaal en rechtstreekse verkoper die reizen aanbiedt naar veelal zonnige bestemmingen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>PrijsVrij en Corendon hebben met elkaar een agentuurovereenkomst gesloten waarbij Corendon PrijsVrij heeft aangesteld als handelsagent en Corendon optrad als principaal. In eerste instantie ging het om een mondelinge overeenkomst en op 20 juni 2012 heeft Corendon  deze op schrift gesteld, waarna deze op 5 december 2012 door PrijsVrij is ondertekend. In de agentuurovereenkomst staat <emphasis role="italic">Corendon B.V. </emphasis> als reisorganisator en contractspartner van PrijsVrij vermeld, maar partijen hebben ter zitting verklaard dat daarmee gedaagde Corendon is bedoeld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para> Op basis van de agentuurovereenkomst ging PrijsVrij als agent bemiddelen bij de totstandkoming en uitvoering van overeenkomsten tussen Corendon en reizigers. Corendon bepaalde de condities, waaronder de door de reizigers verschuldigde reissom. De reiziger betaalde de verschuldigde reissom via PrijsVrij aan Corendon. PrijsVrij droeg de door haar ontvangen reissommen verminderd met de provisie periodiek aan Corendon af. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>PrijsVrij heeft Corendon bij brief van 4 april 2013 onder meer laten weten dat zij Corendon sommeert tot het per direct staken van het manipuleren van prijzen en tot compensatie van de door PrijsVrij geleden schade.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Corendon heeft omstreeks 2 juli 2013 de agentuurovereenkomsten met ongeveer 1000 reisagenten opgezegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij e-mail van 2 juli 2013 en een brief van 19 juli 2013 heeft Corendon aan Prijsvrij meegedeeld de agentuurovereenkomst per 31 oktober 2013 te willen beëindigen aangezien “<emphasis role="italic">het huidige aantal wederverkopers niet meer past in de bedrijfsstrategie van Corendon International Travel B.V.</emphasis>” </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij dagvaarding van 23 oktober 2013 heeft PrijsVrij een procedure tegen Corendon aanhangig gemaakt waarbij onder meer werd gevorderd dat voor recht zou worden verklaard dat Corendon tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de agentuurovereenkomst en dat Corendon zou worden veroordeeld tot betaling van onder meer een goodwillvergoeding. Corendon heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 19 juni 2014. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 3 november 2015 uitspraak gedaan en de vorderingen van PrijsVrij deels toegewezen. Tegen dat arrest heeft PrijsVrij cassatieberoep ingesteld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Bij brief van 22 december 2015 heeft PrijsVrij de nietigheid van de opzegging van de agentuurovereenkomst ingeroepen. Zij heeft daarbij Corendon gesommeerd de overeenkomst te blijven nakomen, Corendon heeft PrijsVrij laten weten dat zij aan die sommatie geen gehoor zal geven.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Prijsvrij vordert dat de kantonrechter</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat de opzegging door Corendon van de agentuurovereenkomst zoals gesloten tussen Corendon en PrijsVrij nietig is;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Corendon gebiedt de tussen Corendon en PrijsVrij geldende agentuurovereenkomst zoals schriftelijk vastgelegd op 20 juni 2012 jegens PrijsVrij na te komen en te blijven nakomen, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 per dag als Corendon daarmee in gebreke zou blijven;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Corendon veroordeelt tot betaling van € 3.065.220,40, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, althans Corendon te veroordelen de schade van PrijsVrij nader op te maken bij staat, te voldoen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat Corendon gehouden is de door PrijsVrij nog te lijden schade als gevolg van het niet nakomen van de tussen partijen bestaande agentuurovereenkomst na oktober 2016 te vergoeden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Corendon veroordeelt tot betaling van de kosten van het geding en in de nakosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Corendon veroordeelt tot betaling van de kosten van de conservatoire beslaglegging.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>PrijsVrij baseert haar vordering – samengevat – op het volgende.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In de loop van de procedure in hoger beroep (zie hiervoor onder 2.7) is PrijsVrij gebleken dat de opzegging van de agentuurovereenkomst door Corendon nietig is. De opzegging in strijd is met het mededingingsrecht, in het bijzonder op grond van artikel 6 lid 1 Mededingingswet (hierna: Mw). Corendon heeft met Tomorrow Travel B.V., die als handelsnaam onder meer Tjingo voert (hierna: Tjingo), afgestemd om de relatie met PrijsVrij te beëindigen. Tjingo zou daarna nog de enige retailer zijn die online korting verstrekt op het aanbod van Corendon. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Deze afspraak/gedraging van Corendon blijkt onder meer uit de e-mails van [betrokkene 1] , directeur van Tjingo, aan [betrokkene 2] , directeur van Corendon, van 4 december 2012 en 5 december 2012 (producties 9 en 10 bij dagvaarding) met voorstellen voor een oplossing van het tussen hen gerezen zakelijk conflict. [betrokkene 1] schrijft op 4 december 2012 onder meer:  <?linebreak?><emphasis role="italic">2. Corendon verwijdert in 2012 haar volledige aanbod bij alle kortinggevende retailers (behalve Tjingo) van het Internet. Het gaat o.a. om </emphasis><emphasis role="underline italic">WTC</emphasis><emphasis role="italic">, alle sites van Pelikaan en </emphasis><emphasis role="underline italic">Prijsvrij</emphasis><emphasis role="italic">, maar ook toekomstige retailers/agenten die online korting geven na 2012. Tjngo is de enige retailer in NL die online korting geeft voor de resterende periode van ons contract.</emphasis><?linebreak?>In zijn e-mail van 5 december 2012 staat onder meer: <emphasis role="italic">Ik heb er ook even een nachtje over geslapen, maar punt 2 is echt belangrijk voor ons. Ik kan je wel helpen om dit goed en snel te regelen. Want dat kan. Bel me even als je tijd hebt.</emphasis><?linebreak?>Verder is van belang de e-mail van 26 oktober 2013 van [betrokkene 2] (productie 11 bij dagvaarding) waaruit blijkt dat een voorstel wordt gedaan wat betreft de samenwerking tussen Corendon en Tjingo. Onder punt 3 in deze e-mail staat: <?linebreak?><emphasis role="italic">Zoals afgesproken  hebben wij de samenwerking met Pelikaan en PrijsVrij opgezegd. Zo ook de agentuurschap van 1000 andere agenten opgezegd. Wij werken exclusief met D-reizen, 40 select agenten en met Tjingo.</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Deze afspraak/gedraging kwalificeert als een onderling afgestemde feitelijke gedraging (hierna ook: o.a.f.g). Deze strekt ertoe de mededinging op de Nederlandse markt te verhinderen, beperken en/of vervalsen. Ook is deze in strijd met artikel 101 lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) omdat de gedragingen ook een effect op de interstatelijke handel kunnen hebben gehad. De krachtens deze artikelen verboden overeenkomsten en besluiten zijn van rechtswege nietig, aldus de artikelen 6 lid 2 Mw en 101 lid 2 VWEU.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Corendon betwist de vordering. Zij voert daartoe onder meer het volgende aan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De opzegging van de agentuurovereenkomst was rechtmatig en zeker niet het gevolg van afspraken met Tjingo zoals PrijsVrij beweert. De opzegging was het gevolg van een autonoom bepaalde strategie die in 2012 was vormgegeven, waartoe zij zelfstandig had beslist in de turbulente zomer van 2012 tijdens een strategiesessie op het Griekse eiland Kos. Vanwege gewijzigde marktomstandigheden waarbij de verhoogde prijstransparantie via internet een belangrijke rol speelde, wilde Corendon zaken blijven doen met slechts een select aantal reisagenten. Corendon heeft de overeenkomsten met zo’n 1000 agenten waaronder PrijsVrij beëindigd op basis van haar eigen keuzes en beleid. Geen van de andere agenten heeft de opzegging aangevochten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Nog los van het gewijzigde commerciële beleid van Corendon had zij met PrijsVrij al een zeer problematische relatie die naar mate de tijd voortschreed onhoudbaar werd, zowel in zakelijk als relationeel opzicht. Er bestond eveneens een uiterst getroebleerde relatie tussen Corendon en Tjingo, gekenmerkt door allerhande verwijten, zakelijke geschillen en diverse juridische procedures. De email, die volgens PrijsVrij bewijst dat Corendon met Tjingo heeft afgestemd dat de overeenkomst van Corendon met PrijsVrij zou worden beëindigd en afkomstig was van de directeur van Tjingo, [betrokkene 1] , bevatte het voorstel van Tjingo ter oplossing van een conflict en dateerde van na de beslissing van Corendon om de relatie met PrijsVrij te beëindigen. Op dat voorstel heeft Corendon niet gereageerd, laat staan dat zij daarop is ingegaan, zoals ook blijkt uit de e-mail van 1 mei 2013 van [betrokkene 1] (productie 16 bij conclusie van antwoord). <?linebreak?>Het door PrijsVrij aangehaalde e-mailbericht van 26 oktober 2013 van Corendon betrof één van de schikkingspogingen die zijn gedaan; de dag ervoor hadden Corendon en Tjingo met hun advocaten een uitvoerige bespreking gehad. In het Word-bestand bij die e-mail staat een onhandige verschrijving, waar <emphasis role="italic">afgesproken</emphasis> is vermeld had <emphasis role="italic">besproken</emphasis> moeten staan. Die hield verband met het feit dat [betrokkene 2] in geschrift regelmatig de finesses mist van de Nederlandse taal alsook met de haast van [betrokkene 2] die, kort voorafgaand aan een belangrijke sportwedstrijd waar hij als hoofdsponsor en gastheer zijn relaties wilde ontvangen, vanuit zijn auto op de laptop deze tekst had geschreven in vervolg op de bespreking de vorige dag.<?linebreak?>Dat voorstel is overigens niet door Tjingo aanvaard, wat onder meer blijkt uit de e-mails van [betrokkene 1] van 28 oktober 2013 en 21 november 2013 (producties 21 en 22 bij de conclusie van antwoord) waaruit blijkt dat Corendon en Tjingo nog steeds in conflict waren. Daarna hebben dan ook verdere juridische correspondentie en procedures plaatsgevonden en de hoog oplopende conflicten met Tjingo zijn blijven bestaan tot 20 oktober 2014, de dag waarop zij een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Corendon wijst er voorts op dat PrijsVrij niet aan haar stel- en bewijsplicht heeft voldaan ter zake van de door haar opgeworpen schending van het mededingingsrecht. Noch aan de formele noch aan de materiële vereisten, nodig voor de conclusie van inbreuk op het kartelverbod, is voldaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Corendon betwist voor zover nodig dat PrijsVrij de nietigheid van de opzegging kan inroepen en dat PrijsVrij een vordering tot nakoming heeft, terwijl Corendon eveneens de schadeberekening betwist. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op de stelling dat sprake was van een onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen Corendon en Tjingo die ertoe strekt de mededinging te verhinderen, vervalsen of beperken, dat op grond van artikel 6 lid 1 Mw de o.a.f.g. van rechtswege nietig is en dat de opzegging door Corendon van de agentuurovereenkomst eveneens nietig is. De o.a.f.g is ook in strijd met artikel 101 lid 1 VWEU  als één van partijen bij de afspraak c.q. gedraging activiteiten ontplooit in een andere lidstaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Corendon heeft uitgebreid gemotiveerd betwist dat de door PrijsVrij gestelde o.a.f.g plaats heeft gevonden en dat PrijsVrij is geslaagd in haar stel- en bewijsplicht wat betreft het beroep op de onder 5.1 genoemde artikelen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para> Naar het oordeel van de kantonrechter heeft PrijsVrij niet voldaan aan haar stel- en bewijsplicht. PrijsVrij stelt wel dat Corendon haar beslissing tot beëindiging van de agentuurovereenkomst met PrijsVrij, met Tjingo afgestemd zou hebben, maar Corendon heeft daartegen uitgebreid verweer gevoerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Corendon heeft uiteengezet waar, wanneer en waarom zij gekomen is tot de beslissing om de agentuurovereenkomsten met zo’n 1000 agenten waaronder PrijsVrij op te zeggen. PrijsVrij heeft dat verweer onvoldoende weerlegd. De e-mails van Tjingo uit 2012 en de e-mail met het Word document van Corendon van 23 oktober 2013 gericht aan Tjingo waaruit zou blijken dat zij tot afstemming zijn gekomen over de opzeggingen van de andere agentuurovereenkomsten, zijn daarvoor onvoldoende. Dat Corendon is ingegaan op de voorstellen van Tjingo in 2012 is niet gesteld of gebleken, terwijl Corendon haar e-mail van 23 oktober 2013 in een ander daglicht heeft gesteld en erop heeft gewezen dat die e-mail dateert van ruim na de opzegging per e-mail van 2 juli 2013 per 31 oktober 2013. Voorts heeft PrijsVrij het verweer van Corendon dat Tjingo het betreffende voorstel van Corendon niet heeft aanvaard, onvoldoende weersproken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para> PrijsVrij heeft aldus tegenover het gemotiveerde verweer onvoldoende feiten en rechten gesteld die, mits bewezen, tot toewijzing van de vordering zouden leiden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para> Nu niet vast staat dat sprake is geweest van een onderling afgestemde feitelijke gedraging, terwijl de vorderingen daar wel op zijn gebaseerd, moeten de vorderingen worden afgewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van wat in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van PrijsVrij, omdat zij ongelijk krijgt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt PrijsVrij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Corendon worden vastgesteld op een bedrag van € 3.000,00 aan salaris van de gemachtigde van Corendon. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door H.A.M. Röell-Mulder en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>