<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2017:6030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-17T14:38:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/223950-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:6030">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:6030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-21T15:55:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2017:6030 Rechtbank Noord-Holland , 04-07-2017 / 15/223950-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2017:6030:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openlijke geweldpleging. Vrijspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2017:6030:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15.223950.16  (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 18 juli 2017</para>
      <para>Tegenspraak (artikel 279 Sv.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>4 juli 2017 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. J.G. Hendriks en van hetgeen de raadsvrouw van verdachte, mr. R.S.J. Hoogstraaten, advocaat te Den Haag, naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 juni 2016 te Beverwijk, althans in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een auto (Volkswagen Polo) en/of een perso(o)n(en), zijnde [aangever 1] en/of [aangever 2] , welk geweld bestond uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het dreigend opdringen en/of rennen in de richting van die [aangever 1] </para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- het dreigend opdringen en/of rennen in de richting van die auto en/of [aangever 1] en/of [aangever 2] , althans gewapend met knuppel(s) zich begeven in de richting van die auto </para>
    <para>en/of (vervolgens)</para>
    <para>- het slaan met (een) knuppel(s) op/tegen die auto en/of (vervolgens)</para>
    <para>- het met (een) knuppel(s) inslaan van de voorruit van die auto</para>
    <para>- het ter aanmoediging en/of ondersteuning aanwezig zijn bij één of meer van bovengenoemde handelingen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw van verdachte heeft primair vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging op grond van noodweer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Aanleiding</emphasis>
        </para>
        <para>Op 11 juni 2016 is aangever [aangever 1] (hierna: [aangever 1] ) met [betrokkene 1] telefonisch overeen gekomen dat hij een personenauto van het merk BMW van hem zou kopen. Als [aangever 1] de volgende dag contact opneemt met het telefoonnummer van [betrokkene 1] om te zeggen dat hij onderweg is naar Beverwijk om de auto te halen, wordt hem door de vrouw van [betrokkene 1] meegedeeld dat de auto al verkocht is en dat hij niet meer hoeft te komen. [aangever 1] laat weten dat hij evengoed naar Beverwijk komt. [betrokkene 1] belt met de politie en de politie belt naar [aangever 1] . [aangever 1] gelooft echter niet dat hij daadwerkelijk de politie aan de lijn heeft. Als [aangever 1] bij de woning aankomt, wordt hem (nogmaals) medegedeeld dat de auto reeds is verkocht. Er ontstaat vervolgens een woordenwisseling tussen [betrokkene 2] en [aangever 1] waarbij [aangever 1] op een gegeven moment door hem wordt vastgepakt bij zijn polsen. Verdachte besluit een honkbalknuppel uit de achterbak van zijn auto te pakken. [medeverdachte 1] loopt vervolgens ook met een honkbalknuppel de woning uit in de richting van [aangever 1] en ook [medeverdachte 2] pakt een honkbalknuppel en verlaat de woning om achter [aangever 1] aan te gaan. [betrokkene 1] belt wederom met de politie. [aangever 1] rent in de richting van zijn auto en stapt in. Het voertuig staat geparkeerd met de achterkant naar [betrokkene 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte toe.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vrijspraak </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het geweld tegen personen</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat verdachte uit de achterbak van zijn auto een honkbalknuppel heeft gepakt en een stukje achter [aangever 1] is aangelopen. Verdachte is echter vervolgens op een afstandje blijven staan omdat het, zoals hij zelf heeft verklaard, niet zijn ruzie was. [medeverdachte 1] heeft bevestigd dat verdachte aan de andere kant van de straat stond. Vervolgens is [aangever 1] met volle vaart op hem ingereden. Verdachte, die op dat moment nog altijd een honkbalknuppel in zijn hand had, heeft daarbij wellicht met de honkbalknuppel het voertuig van [aangever 1] geraakt maar niet is gebleken dat verdachte op enig moment opzettelijk op of tegen het voertuig van [aangever 1] heeft geslagen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de aangifte van [aangever 1] en de verklaring van verdachte kan het dreigend opdringen in de richting van (de auto van) [aangever 1] en het gewapend met knuppels zich begeven in de richting van de auto van [aangever 1] door verdachte en anderen wel bewezen worden verklaard maar kan dit naar het oordeel van de rechtbank niet worden gekwalificeerd als ‘geweld’ als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafrecht. Anders dan de casus in het door de officier van justitie aangehaalde arrest (HR 17 november 1992, NJ1993, 292), heeft het dreigend opdringen door verdachte niet plaatsgevonden binnen het verband van een groep personen die op dat moment ook daadwerkelijk geweld gebruikten tegen aangever. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem onder het eerste en tweede gedachtestreepje ten laste is gelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het geweld tegen goederen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat verdachte op enige wijze de overige geweldshandelingen heeft ondersteund of anderszins heeft bijgedragen aan het ontstaan of het voortduren daarvan. Mitsdien is niet komen vast te staan dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde geweld tegen goederen, zodat hij eveneens ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Vordering benadeelde partij</title>
    <para>De benadeelde partij [aangever 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.133,79 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat nu aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht evenmin toepassing heeft gevonden, de benadeelde partij niet in de vordering kan worden ontvangen.</para>
      <para>Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter,</para>
      <para>mr. P.H. Lauryssen en mr. B.C. Swier, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. V.J.M. Goldschmeding,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Swier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>