<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2017:2808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-19T10:01:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/256131 / FA RK 17-1364</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:2808">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:2808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-19T09:59:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2017:2808 Rechtbank Noord-Holland , 06-04-2017 / C/15/256131 / FA RK 17-1364</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2017:2808:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek van de vrouw om ten laste van de man een partnerbijdrage vast te stellen is toegewezen, nu de man op grond van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) onvoldoende inzage heeft gegeven in zijn financiële situatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2017:2808:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND		</bridgehead>
    <para>Sectie Familie &amp; Jeugd</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para>GD</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>voorlopige voorzieningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnr.: C/15/256131 / FA RK 17-1364</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 6 april 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. M.L. Molenaar, kantoorhoudende te Noord-Scharwoude,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat mr. K. Yigit, kantoorhoudende te Zaandam, gemeente Zaanstad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 9 maart 2017;</para>
      <para>- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de man, ingekomen op 24 maart 2017; </para>
      <para>- het bericht, met bijlagen, van de advocaat van de man, ingekomen op 27 maart 2017;</para>
      <para>- het bericht, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw, ingekomen op 28 maart 2017;</para>
      <para>- het bericht, met bijlagen, van de advocaat van de man, ingekomen op 28 maart 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 maart 2017 in aanwezigheid van de vrouw, bijgestaan door mr. M.L. Molenaar voornoemd, en de man, bijgestaan door mr. K. Yigit voornoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Mr. Molenaar heeft ter zitting het woord gevoerd aan de hand van een overgelegde pleitnotitie.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten en omstandigheden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] gehuwd op huwelijkse voorwaarden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit het huwelijk van partijen zijn twee kinderen geboren, te weten:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en inmiddels meerderjarig, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [kind] en [kind] wonen bij de man.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De vrouw heeft bij wijze van voorlopige voorziening verzocht te bepalen dat de man aan haar als bijdrage in het levensonderhoud een bedrag van € 4.000,-- bruto per maand dient te betalen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Verweer en zelfstandig verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De man heeft hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De man heeft van zijn kant verzocht te bepalen dat de vrouw aan hem als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [kind] een bedrag van € 381,-- per maand dient te betalen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil de door de vrouw verzochte partnerbijdrage en de door de man verzochte kinderbijdrage. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Aan de hand van de in deze procedure overgelegde stukken stelt de rechtbank vast dat de vrouw  een inkomen heeft van € 15.007,-- bruto per jaar uit haar werkzaamheden bij [bedrijf] en een inkomen van € 7.084,-- bruto per jaar uit haar dienstverband bij een van de ondernemingen van de man. Daarnaast voert de vrouw samen met een vriendin de onderneming [V.O.F.] , deze onderneming is de vrouw op 9 oktober 2015 gestart. Blijkens de overgelegde stukken heeft de vrouw over 2016 een winst uit onderneming gerealiseerd van € 6.072,42, waarvan de helft, € 3.036,- als medevennoot aan de vrouw toekomt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>De man is onder meer directeur grootaandeelhouder van [B.V.] . Voornoemde B.V. is voor 50% aandeelhouder van [B.V.] . Daarnaast is de man voor 50% directeur en aandeelhouder van de [B.V.] . De man ontvangt thans een DGA-salaris van € 56.116,-- bruto per jaar. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt in algemene zin dat artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) met zich brengt dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht. Deze verplichting geldt ook in onderhavige procedure. De vrouw heeft in eerste instantie niet gehandeld conform deze verplichting door haar inkomsten uit de V.O.F. niet te melden. De vrouw heeft dit gebrek voorafgaande aan de zitting hersteld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het verzoek van de vrouw, haar verweer tegen het verzoek van de man en haar onderbouwde toelichting ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat de man de feiten rondom zijn inkomenspositie niet volledig en niet inzichtelijk heeft aangevoerd. Het doel van een voorlopige voorziening procedure ex. artikel 822 Rv is het op korte termijn treffen van (tijdelijke) ordemaatregelen. De aard van deze procedure kan met zich brengen dat er geen diepgaand en langdurig onderzoek wordt verricht naar de jaarstukken, de bedrijfsstructuren en de onderlinge samenhang daartussen. Het is echter wel van belang dat partijen -in dit geval de man- de rechtbank op essentiële onderdelen inzichtelijk informeert over –in deze zaak- de financiële positie.  </para>
        <para>Gelet op het partijdebat had het op de weg van de man moeten liggen om de jaarstukken van 2013 en 2014 volledig te overleggen alsmede de beschikbare aangiften en aanslagen IB, waaronder ook voorlopige aanslagen. Wat betreft de jaarstukken 2015 acht de rechtbank het opmerkelijk dat uit gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat deze stukken wel zijn gedeponeerd, maar niet in de procedure zijn ingebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder is de rechtbank van oordeel dat de wel overgelegde jaarstukken 2014 van [B.V.] vragen oproepen ten aanzien van bijvoorbeeld de dividenduitkeringen. Desgevraagd heeft de man tijdens de zitting aangegeven dat niet eerder, behoudens 2014, dividend is uitgekeerd, maar in de jaarstukken 2014 staat op bladzijde 14 vermeld dat in 2013 een bedrag van € 350.000,-- als dividend is uitgekeerd. Aan wie, om welke reden en voor welk bedrag het dividend is uitgekeerd kan niet worden vastgesteld, nu de jaarstukken van de overige ondernemingen van de man, dan wel een geconsolideerde jaarrekening niet zijn overgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook de omvang en besteding van de door de man ontvangen management fee van </para>
        <para>€ 110.000,- roept zonder toelichting, welke ontbreekt, vragen op. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft de man ter zitting, desgevraagd verklaard dat [B.V.] , waarvan de man voor 50% directeur en aandeelhouder is, op jaarbasis uit verhuur van onroerend goed een winst behaald van ca. € 50.000,-. Zonder toelichting, die ontbreekt, is het voor de rechtbank niet duidelijk geworden waarom de man een deel van deze winst niet aan zichzelf zou kunnen uitkeren. Ten slotte heeft de man verklaard ook nog een pand in privé te verhuren. Ook hiervan is niet duidelijk welke inkomsten de man hieruit ontvangt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De man heeft samengevat in ernstige mate nagelaten voldoende inzicht te verschaffen in zijn financiële situatie. Het verzoek van de vrouw heeft de man daarmee onvoldoende weersproken, zodat de door haar verzochte partnerbijdrage zal worden toegewezen. Het verzoek van de man om ten laste van de vrouw een kinderbijdrage vast te stellen zal worden afgewezen, omdat voor de beoordeling van dit verzoek ook inzicht in de financiële positie van de man noodzakelijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Vooruitlopend op de te verwachten echtscheidingsprocedure met nevenverzoeken rondom de partner- en kinderbijdrage en de afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden, overweegt de rechtbank reeds nu dat het over en weer niet verstrekken van de door de andere partij verlangde stukken doorgaans niet productief en probleemoplossend is. De rechtbank verwacht van partijen dat zij elkaar over en weer op een behoorlijke wijze inzage geven in de stukken die van belang zijn om te onderzoeken of partijen op deelaspecten tot afspraken kunnen komen. Onderhavige beschikking behoeft er niet aan in de weg te staan dat partijen alsnog in overleg treden over een regeling ter zake ieders kosten van levensonderhoud gedurende de echtscheidingsprocedure.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>bepaalt de door de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw op € 4.000,-- bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kleefmann, rechter, in tegenwoordigheid van G.S. Doornbosch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2017</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>