<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2017:11741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-01T20:27:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/860146-15 en 15/810413-15 (ter terechtzitting gevoegd)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:11741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:11741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-01T14:38:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2017:11741 Rechtbank Noord-Holland , 22-08-2017 / 15/860146-15 en 15/810413-15 (ter terechtzitting gevoegd)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2017:11741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De verdachte is veroordeeld voor het meermalen medeplegen van oplichting (in totaal 4 feiten) tot een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 304 dagen voorwaardelijk onder de algemene en bijzondere voorwaarden (reclasseringstoezicht, volgen van een ambulante behandeling, verblijven in een instelling voor beschermd wonen, meewerken aan dagbesteding en een verbod op middelengebruik)</para>
        <para>De vorderingen van de benadeelde partijen zijn toegewezen, incl. wettelijke rente en oplegging van de hoofdelijkheidsclausule en schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2017:11741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 15/860146-15 en 15/810413-15 (ter terechtzitting gevoegd)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 22 augustus 2017</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 augustus 2017 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. Y.M. Eising en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. T. Nieuwburg, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Met betrekking tot parketnummer 15/860146-15:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 25 juli 2015 tot en met 30 juli 2015 in de gemeente Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) met een totaalbedrag van 2.550 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) onder gebruikmaking van een valse naam te weten [naam 2] (een) geldbedrag(en) gevraagd </para>
    </parablock>
    <para>- om de aanvraag van (een) paspoort(en) te kunnen financieren en/of </para>
    <para>- om een vliegticket te kunnen kopen en/of </para>
    <para>- om een belastingschuld in Servië te kunnen betalen, </para>
    <para>waarbij verdachte en/of haar mededader (telkens) in strijd met de waarheid heeft/hebben aangegeven dat zij deze bedragen zou(den) kunnen terugbetalen uit de opbrengst van een in het buitenland te verkopen woning, waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>zij op of omstreeks 29 juli 2015 en/of 30 juli 2015 in de gemeente Haarlem ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag (van 1000 euro), in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van haar mededader(s), althans alleen, </para>
    </parablock>
    <para>- [slachtoffer 1] telefonisch heeft / hebben gevraagd en/of gesmeekt of hij de resterende 1000 euro nog voor hen/haar had, zodat ze de belastingschuld in Servië kon(den) betalen en/of </para>
    <para>- vervolgens met die [slachtoffer 1] een ontmoeting heeft/hebben gehad teneinde dat geldbedrag te incasseren terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Met betrekking tot parketnummer 15/810413-15:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 december 2015 tot en met 16 december 2015 te Haarlem, althans in Nederland, (telkens)  tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het  aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (met een totaalbedrag van 8.850,-- euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid </para>
    </parablock>
    <para>- ( telkens) (een) geldbedrag(en) gevraagd (al dan niet onder de belofte dat geld terug te betalen) om voor een woning in aanmerking te kunnen komen en/of om onkosten te kunnen financieren in verband met de verkoop van een woning in Kroatie en/of </para>
    <para>- ( telkens) meegedeeld dat de man van haar, verdachte, zou zijn overleden en/of dat zij, verdachte, een gehandicapt kind zou hebben en/of </para>
    <para>- een formulier in handen gehad en/of getoond aan die [slachtoffer 2] waarmee zij, verdachte, in aanmerking kon komen voor een woning in Nederland en/of </para>
    <para>- de indruk gewekt dat deze bedragen zou(den) worden terugbetaald (al dan niet uit de opbrengst van een in het buitenland te verkopen woning) en/of </para>
    <para>- zich voorgedaan als makelaar en/of advocaat en/of als medewerker van de sociale dienst (die haar, verdachte, zou helpen met het zoeken van een woning) en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer 2] een foto van de betreffende woning getoond en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] voorgesteld aan de zogenaamde kopers van die woning, waardoor die [slachtoffer 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 05 december 2015 tot en met 12 december 2015 te Leiden en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag (van 480,-- Euro), hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid </para>
    </parablock>
    <para>- ( telkens) (een) geldbedrag(en) gevraagd (al dan niet onder de belofte dat geld terug te betalen) om een op haar, verdachtes, naam staand paspoort en/of verblijfsvergunning op te kunnen halen en/of </para>
    <para>- een formulier in handen gehad en/of getoond aan die [slachtoffer 3] waarmee zij, verdachte, haar paspoort op kon halen en/of </para>
    <para>- ( telefonisch) meegedeeld dat verdachte (financiele) hulp nodig had en dat hij, [slachtoffer 3] , haar moest helpen en/of </para>
    <para>- de indruk heeft/hebben gewekt dat deze bedragen zou(den) worden terugbetaald (al dan niet via een advocaat) en/of </para>
    <para>- zich hebben/heeft voorgedaan als medewerker van de sociale dienst (die haar, verdachte, zou helpen) en/of </para>
    <para>- die [slachtoffer 3] een kopie van haar, verdachtes, paspoort gegeven, waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 09 december 2015 te Utrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een </para>
      <para>schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag (met een totaal van 7.950,-- Euro), hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid </para>
    </parablock>
    <para>- ( telkens) (een) geldbedrag(en) gevraagd (al dan niet onder de belofte dat geld terug te betalen) voor een borgsom voor een woning en/of om onkosten te kunnen financieren in verband met de verkoop van een woning in Servie en/of om een verblijfsvergunning te kunnen afhalen en/of om een beslag af te kopen van een huis (in Servie) en/of voor reiskosten naar Servie om zaken met de bank te regelen en/of voor het aanvragen van een nieuwe verblijfsvergunning (omdat de oude verloren zou zijn) en/of voor reiskosten naar de ambassade in Den Haag en/of voor kosten van het ophalen van een paspoort in Den Haag en/of </para>
    <para>- ( telkens) papieren getoond die zouden aantonen dat er een huis te verkopen was en/of </para>
    <para>- de indruk gewekt dat deze bedragen zou(den) worden terugbetaald (al dan niet uit de opbrengst van een in het buitenland te verkopen woning), waardoor die [slachtoffer 4] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder parketnummer 15/810413-15 ten laste gelegde feiten en het onder 15/860146-15 primair ten laste gelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot feit 1 primair, parket nummer 15/860146-15, heeft de raadsman betoogd dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken omdat aangever [slachtoffer 1] niet vanwege de valse naam [naam 2] is bewogen tot afgifte van geld. Voorts is er geen sprake van medeplegen omdat er geen andere persoon in beeld is die een wezenlijk bijdrage aan de oplichting heeft geleverd. Verdachte heeft immers alleen maar op 25 juli 2015 contact met aangever gelegd. </para>
        <para>Daarbij is er door het Openbaar Ministerie geen onderzoek gedaan naar de vraag of er daadwerkelijk een vliegticket is gekocht of dat een voornemen bestond om deze aan te schaffen. Ook is er geen onderzoek gedaan naar de vraag of er een belastingschuld in Servië betaald moest worden of dat er een woning zou worden verkocht. </para>
        <para>Omdat niet kan worden vastgesteld dat deze beweringen daadwerkelijk leugenachtig zijn, is er geen sprake van listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels. </para>
        <para>Met betrekking tot feit 1 subsidiair dient verdachte te worden vrijgesproken omdat er geen sprake is van een begin van uitvoering. De ten laste gelegde oplichtingsmiddelen kunnen niet worden beschouwd als naar uiterlijke verschijningsvorm te zijn gericht op voltooiing van de oplichting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de feiten opgenomen onder parketnummer 15/810413-15 kan de nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van diverse gedachtestreepjes evenmin worden bewezen. Bovendien geldt ook voor deze feiten dat, bij gebreke aan onderzoek daarnaar door het Openbaar Ministerie, niet kan worden vastgesteld dat de verweten oplichtingsmiddelen daadwerkelijk leugenachtig zijn. De raadsman pleit daarom voor vrijspraak van alle feiten. Voorts heeft de raadsman ten aanzien van alle feiten nog aangevoerd dat aangevers zelf geen onderzoek hebben ingesteld dan wel kritische vragen hebben gesteld voordat zij het geld afgaven. Door het gebrek aan waakzaamheid kan derhalve ook niet worden bewezen dat de aangevers door de ten laste gelegde listige kunstgrepen en samenweefsel van verdichtsels tot afgifte van geld zijn bewogen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>In de bijlage heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de bewezenverklaring van feit 1 primair in de zaak met parketnummer 15/860146-15 overweegt de rechtbank dat verdachte aangever [slachtoffer 1] op het station in Haarlem heeft benaderd en hem vervolgens een meelijwekkend verhaal heeft verteld, over de pleeggezinnen waar haar dochters in zijn opgenomen, haar huis en belastingschuld in voormalig Joegoslavië en haar gebrek aan geld voor de aanvraag van een paspoort voor haar en haar dochter. Aangever geeft haar vervolgens een geldbedrag van € 50 en zijn telefoonnummer. De volgende dag benadert verdachte aangever met het voorstel om met haar dochter kennis te maken. Tijdens de afspraak wordt medeverdachte [medeverdachte 1] door verdachte aan aangever voorgesteld als haar dochter [naam 2] en vertelt verdachte hem dat haar dochter naar Joegoslavië moet vertrekken om de verkoop van het huis te regelen. Verdachte vraagt hem vervolgens om € 1.500 voor het ticket voor te schieten. Dit bedrag zou worden terugbetaald als [medeverdachte 1] na de verkoop van de woning naar Nederland terugkeert. Tevens vindt er twee keer telefonisch contact plaats met een tweede medeverdachte die zich voordoet als advocaat. Deze advocaat wil een afspraak met aangever maken opdat aangever een verklaring zal tekenen waarin staat dat hij het geld aan verdachte heeft geleend en dat zij het moet terugbetalen c.q. om aangever een document te overhandigen waaruit blijkt dat verdachte het geld terug zal betalen als het huis in Servië is verkocht. </para>
        <para>In de periode van 25 tot en met 31 juli heeft aangever, blijkens zijn verklaring en de opgevraagde telefoongegevens, contact met zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte 1] en worden er afspraken gemaakt om geld te overhandigen. Bij de laatste ontmoeting staat medeverdachte [medeverdachte 1] aangever op te wachten om hem naar verdachte te brengen. Uit de afspraken, de aanwezigheid van beide verdachten bij het vertellen van verhalen om geld los te krijgen bij aangever en de veelvuldige telefonische contacten tussen aangever enerzijds en verdachte en [medeverdachte 1] anderzijds alsmede de telefonische contacten met de ‘advocaat’ die mede dienen om aangever te doen geloven dat het door hem afgegeven geld aan hem zal worden terugbetaald, blijkt de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten. </para>
        <para>De rechtbank verwijst in dit kader naar het proces-verbaal van bevindingen en de bijbehorende printlijst opgenomen in het hoofddossier vanaf dossierpagina 45. Ondanks dat er, blijkens het aanvullende proces-verbaal, onjuistheden in dit proces-verbaal op pagina 45 zouden zijn geconstateerd, acht de rechtbank dit proces-verbaal bruikbaar voor het bewijs, aangezien de inhoud van de bijgevoegde printlijst niet in strijd is met hetgeen is opgenomen over het aantal contactmomenten tussen aangever, verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] , alsmede over de plaats van aanstralen van de telefoon van de medeverdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank vast komen te staan dat de door de verdachten gebezigde oplichtingsmiddelen leugenachtig zijn geweest, zodat daar door het Openbaar Ministerie geen nader onderzoek naar had hoeven worden gedaan. Dit geldt ook voor de andere bewezenverklaarde feiten in de zaak met parketnummer 15/810413-15. Het is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de vermogenspositie van verdachte, onaannemelijk dat zij de beschikking had over een woning in het buitenland waaromtrent zij zaken zou moeten regelen. Daar komt bij dat dit verhaal aan meerdere aangevers gedurende een langere periode werd verteld, waarbij ook door die aangevers geld werd overhandigd zonder dat dit kennelijk tot enig resultaat wat betreft het verkopen van die vermeende woning heeft geleid. Ditzelfde geldt voor het verzochte en ontvangen geld voor het aanvragen van paspoorten of verblijfsvergunningen. Daar komt bij dat niet is gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 2] zowel een in Nederland erkende makelaarsopleiding als een opleiding tot advocaat zou hebben gevolgd. Ook voor wat betreft de persoon die zich voordeed als [naam 1] geldt dat in het dossier twee verschillende signalementen van haar zijn opgenomen en dat deze persoon bovendien meegaat in een leugenachtig verhaal over de noodzaak tot het verkrijgen van een woning voor verdachte en haar kinderen, nu deze kinderen al vele jaren meerderjarig zijn.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging dat aangever zelf onvoldoende waakzaam zou zijn geweest en zijn voldaan zou hebben aan zijn onderzoeksplicht. </para>
        <para>De rechtbank overweegt in dit kader dat verdachte bewust haar slachtoffers lijkt te hebben uitgezocht, waarbij werd gelet op leeftijd, goedheid en bereidwilligheid om anderen te helpen. De aangevers werden door verdachte en de medeverdachten ingekapseld en gemanipuleerd door stelselmatig verhalen te vertellen over een gehandicapt kind en/of een overleden echtgenoot en/of problemen met reis- en verblijfsdocumenten en financiële problemen, die (enkel) door financiële ondersteuning van aangevers opgelost konden worden. Deze bedragen zouden op een later moment, na de verkoop van de woning in het buitenland, worden terugbetaald. Deze verhalen werden onderbouwd door gebruik te maken van personen die zich betrouwbaar voordeden, zoals een medewerker van de sociale dienst, een makelaar of advocaat of de kopers van de woning. Ook werd getracht een vertrouwensband met de slachtoffers te kweken door hen uit te nodigen voor een kop koffie of een maaltijd. Op het moment dat er kritische vragen werden gesteld, kwamen verdachte en haar medeverdachten met nieuwe argumenten om op de gemoedstoestand van de aangevers in te werken. Onder deze omstandigheden kan van enige ‘eigen schuld’ van aangevers niet worden gesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat de handelingen van verdachten, de listige kunstgrepen en/of samenweefsel van verdichtsels opleveren waardoor aangevers zijn bewogen tot het afgeven van diverse geldbedragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 15/810413-15 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 15/860146-15 primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Met betrekking tot parketnummer 15/860146-15:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Primair</emphasis>
        </para>
        <para>zij in de periode van 25 juli 2015 tot en met 30 juli 2015 in de gemeente Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens geldbedragen gevraagd </para>
      </parablock>
      <para>- om de aanvraag van een paspoort te kunnen financieren en </para>
      <para>- om een vliegticket te kunnen kopen en</para>
      <para>- om een belastingschuld in Servië te kunnen betalen, </para>
      <para>waarbij verdachte en/of haar mededader(s) telkens in strijd met de waarheid hebben aangegeven dat zij deze bedragen zouden kunnen terugbetalen uit de opbrengst van een in het buitenland te verkopen woning, waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Met betrekking tot parketnummer 15/810413-15:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>zij in de periode van 10 december 2015 tot en met 16 december 2015 te Haarlem, althans in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid </para>
      </parablock>
      <para>- telkens geldbedragen gevraagd, al dan niet onder de belofte dat geld terug te betalen, om voor een woning in aanmerking te kunnen komen en/of om onkosten te kunnen financieren in verband met de verkoop van een woning in Kroatië en</para>
      <para>- telkens meegedeeld dat de man van haar, verdachte, zou zijn overleden en dat zij, verdachte, een gehandicapt kind zou hebben en </para>
      <para>- een formulier in handen gehad en getoond aan die [slachtoffer 2] waarmee zij, verdachte, in aanmerking kon komen voor een woning in Nederland en </para>
      <para>- de indruk gewekt dat deze bedragen zouden worden terugbetaald, al dan niet uit de opbrengst van een in het buitenland te verkopen woning, en </para>
      <para>- zich voorgedaan als makelaar en als medewerker van de sociale dienst, die haar, verdachte, zou helpen met het zoeken van een woning en </para>
      <para>- die [slachtoffer 2] een foto van de betreffende woning getoond en </para>
      <para>- die [slachtoffer 2] voorgesteld aan de zogenaamde kopers van die woning, waardoor die [slachtoffer 2] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>zij in de periode van 5 december 2015 tot en met 12 december 2015 te Leiden en Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 480,-- Euro, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid </para>
      </parablock>
      <para>- telkens geldbedragen gevraagd, al dan niet onder de belofte dat geld terug te betalen, om een op haar, verdachtes, naam staand paspoort op te kunnen halen en</para>
      <para>- een formulier in handen gehad en getoond aan die [slachtoffer 3] waarmee zij, verdachte, haar paspoort op kon halen en</para>
      <para>- ( telefonisch) meegedeeld dat verdachte (financiële) hulp nodig had en dat hij, [slachtoffer 3] , haar moest helpen en</para>
      <para>- de indruk hebben gewekt dat deze bedragen zouden worden terugbetaald en </para>
      <para>- zich heeft voorgedaan als medewerker van de sociale dienst die haar, verdachte, zou helpen) en</para>
      <para>- die [slachtoffer 3] een kopie van haar, verdachtes, paspoort gegeven, waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Feit 3</emphasis>
        </para>
        <para>zij in de periode van 1 oktober 2014 tot en met 9 december 2015 te Utrecht en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen meermalen telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag met een totaal van 7.950,-- Euro, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid </para>
      </parablock>
      <para>- telkens geldbedragen gevraagd, al dan niet onder de belofte dat geld terug te betalen, voor een borgsom voor een woning en om onkosten te kunnen financieren in verband met de verkoop van een woning in Servië en om een verblijfsvergunning te kunnen afhalen en om een beslag af te kopen van een huis in Servië en voor reiskosten naar Servië om zaken met de bank te regelen en voor het aanvragen van een nieuwe verblijfsvergunning, omdat de oude verloren zou zijn en voor reiskosten naar de ambassade in Den Haag en voor kosten van het ophalen van een paspoort in Den Haag en</para>
      <para>- papieren getoond die zouden aantonen dat er een huis te verkopen was en</para>
      <para>- de indruk gewekt dat deze bedragen zouden worden terugbetaald al dan niet uit de opbrengst van een in het buitenland te verkopen woning, waardoor die [slachtoffer 4] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Met betrekking tot parketnummer 15/860146-15:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">primair </emphasis>medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Met betrekking tot parketnummer 15/810413-15:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Feit 1 </emphasis>medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Feit 2 </emphasis>medeplegen van oplichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Feit 3 </emphasis>medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met de volgende bijzondere voorwaarden  een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting, plaatsing in een beschermd wonen instelling, medewerking aan een dagbestedingstraject en een drugs- en alcoholverbod. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.</para>
        <para>Verdachte heeft samen met anderen veelvuldig en gedurende een lange periode personen opgelicht door hen op basis van het stelselmatig verstrekken van valse informatie, meelijwekkende verhalen en vals opgemaakte stukken geld afhandig te maken. Verdachten hebben aangevers daarbij voorgespiegeld dat deze bedragen op een later moment terug zouden worden betaald.  </para>
        <para>Hierdoor zijn aanzienlijke geldbedragen van een viertal, kennelijk op hun kwetsbaarheid en goedgelovigheid geselecteerde slachtoffers, op bedrieglijke, gewiekste en slinkse wijze verkregen. De rol van verdachte was hierin gelegen dat zij deze personen aansprak met een hulpvraag in het kader van haar slechte (financiële en persoonlijke) situatie en daarbij ter onderbouwing een of meer personen betrok die zich al dan niet voordeden als reclasseringswerker, makelaar of advocaat of kopers van haar woning zodat zij haar verhaal aannemelijk kon maken. Verdachtes handelen is enkel gericht geweest op geldelijk gewin, zonder zich rekenschap te geven van de gevolgen voor de slachtoffers. Door deze vorm van oplichting wordt het vertrouwen van de slachtoffers in hun omgeving ernstig ondermijnd en heeft het hen teleurstelling, stress en overlast toegebracht. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat enkel een vrijheidsbenemende straf op zijn plaats is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 6 juli 2017, waaruit blijkt dat verdachte eerder wegens vermogensmisdrijven, waaronder ook oplichting, tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw te recidiveren en het is de rechtbank evenmin gebleken dat verdachte thans het laakbare van haar handelen inziet. Ten voordele van verdachte weegt de rechtbank mee dat het om oude feiten gaat en dat verdachte tot op heden niet opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen. Bovendien krijgt zij momenteel de juiste begeleiding en hulp wat haar in positieve zin beïnvloedt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft verder acht geslagen op de over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapporten gedateerd 28 april 2016 en 4 augustus 2017 en 2 april 2017.</para>
        <para>Hieruit blijkt dat bij verdachte sprake is van complexe meervoudige problematiek op verschillende leefgebieden, waarbij het bewerkstelligen van enige gedragsverandering tot op heden moeizaam is gebleken. Zij is bekend met het plegen van vermogensdelicten maar ontkent hierbij elke betrokkenheid. Onduidelijk is of zij door haar verstandelijke beperking en psychische kwetsbaarheid wordt aangespoord tot het plegen van delicten of dat zij meer weloverwogen keuzes tot crimineel gedrag maakt. Duidelijk is geworden dat zij ten behoeve van haar dagelijks functioneren en het verkleinen van de kans op recidive baat heeft bij intensieve begeleiding. Verdachte heeft zich bereid getoond om haar medewerking te verlenen aan een eventueel toezicht. Geadviseerd wordt haar een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht en andere voorwaarden betreffende het gedrag worden geadviseerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank, alles afwegende, na te noemen gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank ziet in genoemd reclasseringsrapport aanleiding een groot gedeelte van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen, onder na te noemen bijzondere voorwaarden. Het voorwaardelijk gedeelte van deze straf strekt er mede toe verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten.</para>
        <para>Bovendien betrekt de rechtbank bij de strafoplegging dat verdachte na de bewezenverklaarde feiten niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen en de begeleiding in het kader van beschermd wonen kennelijk vruchten afwerpt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1] en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 1] </emphasis>heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.450 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder parketnummer 15/860146-15 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een aan verdachte danwel medeverdachten overhandigde geldbedragen van in totaal € 5.450.</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het bedrag van € 2.550 rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/860146-15 primair bewezen verklaarde feit. De rechtbank gaat hierbij uit van de aangifte van de benadeelde partij, waaruit volgt dat aangever in totaal € 2.550 aan verdachte en/of medeverdachten heeft overhandigd. De vordering zal derhalve worden toegewezen voor een bedrag ad € 2.550, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een (van de) medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
        <para>Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. </para>
        <para>De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.</para>
        <para>De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder primair (parketnummer 15/860146-15) bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2] en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 2]</emphasis> heeft een vordering tot schadevergoeding van € 8.850 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder parketnummer 15/810413-15 ten laste gelegde eerste feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een verdachte danwel medeverdachten overhandigd geldbedrag ad € 8.850.</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 8.350 rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/810413-15 bewezen verklaarde feit 1. De rechtbank gaat bij de vaststelling van het geldbedrag uit van de aangifte van de benadeelde partij. Daaruit blijkt dat aangever in totaal € 8.350 aan verdachte heeft overhandigd. De vordering zal derhalve worden toegewezen voor een bedrag ad € 8.350, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank gaat bij voornoemde datum –nu het feit zich over een langere periode uitstrekt- uit van de wettelijke rente halverwege die periode.  Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een (van de) medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
        <para>Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. </para>
        <para>De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.</para>
        <para>De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder feit 1 (parketnummer 15/810413-15) bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer 3]</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij  heeft een vordering tot schadevergoeding van € 516 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder parketnummer 15/810413-15 ten laste gelegde tweede feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. </para>
        <para>De gestelde schade bestaat uit een verdachte danwel medeverdachten overhandigd geldbedrag ad € 480 en twee keer een trein retourticket traject Leiden – Amsterdam ad € 36.</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/810413-15 bewezen verklaarde feit 2. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een (van de) medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
        <para>Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder feit 2 (parketnummer 15/810413-15) bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: medeplegen van oplichting] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vordering benadeelde partij [slachtoffer 4] en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij <emphasis role="bold"> [slachtoffer 4] </emphasis>heeft een vordering tot schadevergoeding van € 7.950 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van onder parketnummer 15/810413-15 ten laste gelegde derde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een verdachte danwel medeverdachten overhandigd geldbedrag ad € 7.950.</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/810413-15 bewezen verklaarde feit 3. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank gaat bij voornoemde datum – het feit zich over een langere periode uitstrekt- uit van de wettelijke rente halverwege die periode. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een (van de) medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
        <para>Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder feit 3 (parketnummer 15/810413-15) bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <parablock>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para>artikel 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 326 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 15/860146-15 ten laste gelegde primaire feit en de onder parketnummer 15/810413-15 ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3 heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de onder 3.4 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">DRIEHONDERDVIJFENZESTIG (365) DAGEN.</emphasis></para>
      <para>Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot <emphasis role="bold">driehonderdvier (304) dagen niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">-  </emphasis>zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- </emphasis>ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- </emphasis>medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para>- zich meldt bij Reclassering Nederland op het volgende adres: Wibautstraat 12, 1091GM Amsterdam, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
    <para>- zich verplicht laat behandelen voor haar psychische en gedragsproblematiek bij het (F)ACT Team van Mentrum of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;</para>
    <para>- verplicht verblijft in een beschermd wonen instelling (bij voorkeur een 24-uursinstelling) of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, en zich te houden aan het (dag-) programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
    <para>- meewerkt aan plaatsing bij een dagbestedingstraject zoals ‘De Kwekerij’ (of een soortgelijk traject) en houdt zich aan de daar geldende afspraken en regels;</para>
    <para>- wordt verboden alcohol en drugs te gebruiken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 1] </emphasis>geleden schade tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.550,</emphasis> bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een) medeverdachte(n) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.550, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">vijfendertig (35) dagen</emphasis> hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      <para>Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.</para>
      <para>Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 2] </emphasis>geleden schade tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 8.350</emphasis>, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een) medeverdachte(n) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 8.350, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">zesenzeventig (76) dagen</emphasis> hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      <para>Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.</para>
      <para>Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 3] </emphasis>geleden schade tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 516</emphasis>, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een) medeverdachte(n) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 516 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">tien (10 dagen</emphasis> hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      <para>Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.</para>
      <para>Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 4] </emphasis>geleden schade tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 7.950</emphasis>, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door (een) medeverdachte(n) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.</para>
      <para>schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [naam] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.950, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf  20 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">vierenzeventig (74) dagen</emphasis> hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.</para>
      <para>Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens (een) medeverdachte(n) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.</para>
      <para>Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. R.A. Otter, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.H.L.C. Bijvoet en mr. E.M. ten Bos, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 augustus 2017.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>