<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2017:11450</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-19T16:09:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5993846</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:11450">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:11450</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-19T16:06:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2017:11450 Rechtbank Noord-Holland , 13-12-2017 / 5993846</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2017:11450:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst van opdracht; schadeplichtig wegens niet in acht nemen opzegtermijn</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2017:11450:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Sectie Kanton - locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 5993846 \ CV EXPL  17-3984</para>
      <para>Uitspraakdatum: 13 december 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] handelend onder de naam Centrum voor Therapie </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>verder te noemen: [eiseres]</para>
      <para>gemachtigde: Incassobureau PW &amp; O</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Orthovisio B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Schagen </para>
      <para>gedaagde  </para>
      <para>verder te noemen: Orthovisio</para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Hoekstra</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft bij dagvaarding van 11 mei 2017 een vordering tegen Orthovisio ingesteld. Orthovisio heeft schriftelijk geantwoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 10 november 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben Orthovisio bij brief van 3 november 2017 en [eiseres] bij brief van 4 november 2017 nog stukken toegezonden. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen sluiten op 9 april 2015 een overeenkomst van opdracht. [eiseres] voert op grond van deze overeenkomst voor Orthovisio werkzaamheden uit als psychologe.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 9 van de overeenkomst luidt als volgt:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Deze overeenkomst kan (tussentijds) door opdrachtgever of opdrachtnemer opgezegd worden met inachtneming van een opzegtermijn van 4 weken.”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 9 april 2017 laat [eiseres] per e-mail onder meer het volgende weten aan Orthovisio:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Met enige verbazing heb ik de overeenkomst van opdracht gelezen (hetgeen mij door Jose afgelopen woensdag 05 april 2017 ‘ter ondertekening’ is overhandigd). (…). </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Gezien de inhoud van deze overeenkomst van opdracht kan ik mij hier niet in vinden in de zin van een toekomstige samenwerking als opdrachtnemer; derhalve betekent dit dat ik per heden onze opdrachtovereenkomst d.d. 09 april 2015 per heden beëindig. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De e-mail van Orthovisio aan [eiseres] van 10 april 2017 luidt, voor zover van belang, als volgt:<?linebreak?><emphasis role="italic">“(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Als werkgever/opdrachtgever met jou als ZZP’er/opdrachtnemer wordt door de fiscus verwacht dat we werken aan een acceptabele overeenkomst van opdracht, dat wil zeggen een voor de fiscus acceptabele overeenkomst. Volgend jaar moet een en ander zijn beslag krijgen.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Intussen heb ik geprobeerd telefonisch contact met je te hebben. Begreep van Melissa dat je je vandaag hebt ziekgemeld, nadat er voor jou op deze maandag een aantal afspraken waren gemaakt.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Van een professional mag ik verwachten dat de lopende werkzaamheden op een nette manier worden afgebouwd, waarbij wij dan voor de nieuw aangemelde cliënten een nieuwe start kunnen maken.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)”</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mail van 10 april 2017 bericht [eiseres] aan Orthovisio dat zij indien gewenst, met het oog op vervanging, zal ondernemen wat in haar vermogen ligt. Ook schrijft zij onder meer <emphasis role="italic">“Ondanks alle onrust, spanningen en onhelderheid voerde ik zoals gebruikelijk mijn dienstverlening/behandelingen uit vanuit een deskundige betrokkenheid naar de patiënten en organisatie toe. Vragen en onduidelijkheid van mijn kant omtrent deze gehele gespannen situatie vloeiden voort uit een gemis van open communicatie alsook waarneming van geselecteerde informering van enkele teamleden; het gevolg is dat ik meer en meer op mijn tenen ging lopen hetgeen ten koste gaat van mijn gezondheid.” </emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij e-mail van 11 april 2017 schrijft [eiseres] aan Orthovisio dat zij haar werkzaamheden niet kan uitvoeren wegens context-gerelateerde klachten en vraagt haar collega’s of zij ruimte hebben om haar te vervangen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 13 april 2017 bericht [eiseres] onder meer het volgende aan Orthovisio:<?linebreak?><emphasis role="italic">“Juist de omstandigheden bij Orthovisio, veroorzaakt door de huidige bestuurlijke aanpak alsook de belemmerende sfeer die daar nu in die omgeving heerst, hebben dit noodzakelijke besluit vanuit zelfbehoud bewerkstelligd, en maken dat ik in die setting niet langer kan functioneren zoals ik mezelf beroepsmatig ken. Dit voelt voor mij zeker zwaar echter niet als een ‘in de steek laten’, eerder als een zorgvuldige overweging.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)”  </emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op 18 april 2017 brengt [eiseres] € 921,75 bij Orthovisio in rekening voor geleverde diensten in de maand april 2017.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert dat de kantonrechter Orthovisio veroordeelt tot betaling van € 1.089,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 921,75 vanaf 11 mei 2017, kosten rechtens. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij in opdracht en voor rekening van Orthovisio werkzaamheden heeft verricht en daarvoor op 18 april 2017 een factuur heeft verstuurd van € 921,75. Ondanks herhaalde sommatie is Orthovisio niet overgegaan tot betaling van de factuur. [eiseres] zag zich daarom genoodzaakt haar vordering uit handen te geven aan haar gemachtigde. Naast betaling van de hoofdsom vordert [eiseres] betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 138,26 en de BTW daarover van <?linebreak?>€ 29,03.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Orthovisio betwist de vordering. Zij voert het volgende – samengevat – aan. [eiseres] heeft onaangekondigd en zonder opgave van redenen de overeenkomst opgezegd. [eiseres] is van de één op de andere dag weggebleven. Orthovisio is hierdoor in verlegenheid gebracht bij haar patiënten. [eiseres] heeft de op haar rustende zorgplicht en opzegtermijn niet in acht genomen en heeft geen moeite gedaan een vervanger te regelen. Orthovisio heeft hierdoor schade geleden. Orthovisio heeft extra uitgaven gehad, omdat zij vervanging moest regelen en op zaterdagen is gewerkt om de behandelingen te laten doorgaan. Ook heeft Orthovisio minder vergoeding van de zorgverzekeraars ontvangen. De schade gaat het beloop van de vordering van [eiseres] ver te boven. Orthovisio komt daarom een beroep toe op verrekening. Orthovisio voert verder verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten. [eiseres] vordert betaling van een factuur die ziet op door haar verrichte werkzaamheden. Orthovisio voert hiertegen geen verweer. De vordering is daarom in beginsel toewijsbaar, tenzij het verrekeningsverweer van Orthovisio slaagt. Het volgende wordt hierover overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>In afwijking van artikel 7:408 BW hebben partijen in artikel 9 van de overeenkomst geregeld dat voor opzegging van de overeenkomst een opzegtermijn van vier weken geldt. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat zij de opzegtermijn in acht heeft genomen, maar dat zij door ziekte de werkzaamheden niet kon verrichten. Verder stelt [eiseres] dat zij vervanging heeft proberen te regelen. In de e-mail van 9 april 2017 laat [eiseres] echter aan Orthovisio weten dat zij per heden, dus met onmiddellijke ingang, de overeenkomst beëindigt. Dat [eiseres] op 10 april 2017 aan Orthovisio laat weten dat zij ziek is, doet daar niet aan af. [eiseres] heeft ook op geen enkele wijze onderbouwd dat zij ziek was en daarom niet kon werken tijdens de opzegtermijn. De kantonrechter houdt het er daarom voor dat [eiseres] de overeenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn per 9 april 2017 heeft opgezegd. Dit betekent dat [eiseres] de overeenkomst onregelmatig heeft opgezegd. Er is daarom sprake van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Dat [eiseres] twee dagen na haar opzegging heeft geprobeerd vervanging te regelen, maakt dit niet anders. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] voert in dit kader aan dat binnen Orthovisio sprake was van spanningen tussen bestuurders en aandeelhouders en dat dit een weerslag had op haar en op het team. Ook stelt [eiseres] dat zij van collega’s had vernomen dat zij niet meer bij het nieuwe team zou horen. Aan [eiseres] is echter, wegens gewijzigde regelgeving, een (aanvullende) overeenkomst van opdracht aangeboden, zodat voor haar duidelijk had behoren te zijn dat zij in het nieuwe team zou worden opgenomen. De omstandigheden dat er spanningen waren binnen Orthovisio en dat [eiseres] zich niet kon vinden in de (aanvullende) overeenkomst, zijn onvoldoende om aan te nemen dat van [eiseres] niet kon worden gevergd de opzegtermijn in acht te nemen. Wel stond het [eiseres] vrij om gelet op deze omstandigheden de overeenkomst op te zeggen, maar met inachtneming van de opzegtermijn van vier weken. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Gelet op de tekortkoming van [eiseres] is zij schadeplichtig jegens Orthovisio. Door de opzegging van [eiseres] werd Orthovisio voor een voldongen feit geplaatst: er stonden afspraken gepland met patiënten en zij moest daarvoor vervanging regelen. Dit is gelukt, maar heeft ertoe geleid dat Orthovisio zich geconfronteerd zag met extra uitgaven. Zo heeft de vervanger van [eiseres] vier zaterdagen gewerkt om patiënten op korte termijn te behandelen. De kantonrechter stelt als onbetwist vast dat het uurloon op zaterdag € 35,00 per directe tijd en € 4,62 per indirecte tijd hoger is dan het reguliere uurloon en dat 17 patiënten zijn behandeld. Verder heeft een medewerker van het secretariaat extra gewerkt op deze zaterdagen. De extra uitgaven hiervoor bedragen volgens opgave van Orthovisio € 1.039,78. Daarenboven bestaat de schade uit extra werk wegens het afbellen en verzetten van afspraken en heeft Orthovisio niet alle consulten die zijn uitbetaald aan [eiseres] vergoed gekregen door de zorgverzekeraar. [eiseres] heeft ook deze schade niet inhoudelijk betwist. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Voor verrekening is het niet vereist dat de exacte omvang van de tegenvordering komt vast te staan. Nu gelet op het voorgaande wel vaststaat dat deze hoger is dan de vordering van [eiseres] , slaagt het beroep van Orthovisio op verrekening. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiseres] zal afwijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt. Orthovisio vordert naast een proceskostenveroordeling ook een veroordeling in de kosten die onder de tenuitvoerlegging vallen. De kantonrechter begrijpt dat Orthovisio aanspraak maakt op de nakosten. Dit is toewijsbaar voor zover daadwerkelijk nakosten door Orthovisio worden gemaakt. De nakosten worden overeenkomstig de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele sectoren en Kantonsectoren begroot op een half salarispunt conform het gebruikelijke liquidatietarief voor proceskosten tot een maximum van € 100,00. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Orthovisio worden vastgesteld op een bedrag van € 200,00 aan salaris van de gemachtigde van Orthovisio. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] tot betaling van € 50,00 aan nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door Orthovisio worden gemaakt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>