<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2017:10835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T10:47:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6034067</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2018/146</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:10835">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:10835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-09T12:04:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2017:10835 Rechtbank Noord-Holland , 27-07-2017 / 6034067</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2017:10835:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 1:356 lid 1 BW. Niet in belang van minderjarige dat moeder over het geld van de BEM rekening van de minderjarige beschikt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2017:10835:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Sectie Kanton – locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknr.: 6034067 \ EJ VERZ  17-209</para>
      <para>datum uitspraak: 27 juli 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking op verzoek van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>hierna [verzoekster] te noemen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 22 mei 2017 is ter griffie het verzoek ontvangen van [verzoekster] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 19 juli 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [verzoekster] ter toelichting van haar standpunt naar voren heeft gebracht. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster] is de moeder van [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [datum] 2009. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vader van [de minderjarige] is [in 2012] overleden met achterlating van [de minderjarige] als erfgename. [de minderjarige] heeft uit de nalatenschap van haar vader een bedrag van circa € 27.000,00 ontvangen. Dit bedrag staat op een rekening voorzien van een zogeheten BEM-clausule, zodat het vermogen pas beschikbaar wordt als [de minderjarige] de leeftijd van achttien jaar bereikt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [de minderjarige] is op 1 oktober 2015 onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg Amsterdam. In december 2015 heeft er op verzoek van [verzoekster] een wijziging van instelling plaatsgevonden en is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van het Leger des Heils. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [de minderjarige] is op 23 maart 2016 uit huis geplaatst, bij de zus van [verzoekster] .<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster] verzoekt de kantonrechter om een machtiging om een bedrag van € 5.000,00 op te mogen nemen van de BEM rekening van [de minderjarige] om de advocaatkosten van [verzoekster] te betalen die voort komen uit de procedures die zien op de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [de minderjarige] . Het doel van [verzoekster] is de omgang tussen [verzoekster] en [de minderjarige] uit te breiden en terugplaatsing van [de minderjarige] bij [verzoekster] te bewerkstelligen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat hem een oordeel wordt gevraagd over de toepassing van artikel 1:356 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. In dat kader immers heeft de kantonrechter in dit geval beslissingsbevoegdheid. Beslissend in dat verband is of in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk, nuttig of wenselijk is dat [verzoekster] over het geld van de BEM rekening beschikt. Het gaat om het individuele belang van [de minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat het de bedoeling is van de BEM clausule dat er voor gewaakt wordt dat het geld van de minderjarige anders wordt gebruikt dan voor speciale, op het persoonlijk nut van de minderjarige gerichte, uitgaven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [de minderjarige] is onder toezicht gesteld. De gezinsvoogd is aangesteld om te handelen in het belang van [de minderjarige] . De verlenging(en) van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [de minderjarige] zullen plaatsvinden door de kinderrechter, nadat op zitting ook [verzoekster] is gehoord. Bijstand van een advocaat is daarvoor procesrechtelijk gezien niet noodzakelijk. Dat [verzoekster] zich wil laten bijstaan door een advocaat is haar keuze. Dat deze keuze in het individuele belang van [de minderjarige] is, is niet gebleken. De kantonrechter begrijpt dat het [verzoekster] als moeder erg aangrijpt, maar haar belang in de procedures ten aanzien van de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van [de minderjarige] is niet bij voorbaat gelijk aan het belang van [de minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is geen voldoende reden opgegeven om [verzoekster] machtiging te verlenen om uitgaven te doen van het geld dat toebehoort aan [de minderjarige] . Het verzoek zal daarom worden afgewezen.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>