<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2016:7322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T16:26:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/871261-15 (ontn.)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:7322">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:7322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-31T14:36:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2016:7322 Rechtbank Noord-Holland , 26-05-2016 / 15/871261-15 (ontn.)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2016:7322:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontneming op basis van kasopstelling na veroordeling handel in vals geld. </para>
        <para>Vermeerdering van eis afgewezen omdat die niet aannemelijk is gemaakt gezien de verklaringen in het dossier.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2016:7322:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Alkmaar</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/871261-15 (ontneming) (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 26 mei 2016 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 11 april 2016 ten aanzien van feit 1 in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e leden 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr)  in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>, hierna te noemen: veroordeelde,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>feitelijk verblijvende aan de [adres] te [verblijfplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier heeft bij vordering van 11 april 2016 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 van het Wetboek van Strafrecht zal vaststellen op <emphasis role="bold">€ 25.564,91</emphasis> en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie baseert de vordering op het onder 1 tenlastegelegde strafbare feit, dat bij vonnis van deze rechtbank van 26 mei 2016 zal worden berecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft bovengenoemde vordering aanhangig gemaakt met de oproeping van veroordeelde om te verschijnen op de terechtzitting van deze rechtbank op 12 mei 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 12 mei 2016.  Daarbij zijn gehoord de veroordeelde, zijn raadsman mr. V.R.C. Shukrula, advocaat te Amsterdam en de officier van justitie mr. M. Kubbinga. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten en is de uitspraakdatum bepaald op 26 mei 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering voorgedragen en de vordering</para>
      <para>vermeerderd tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 28.636,43</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft de vordering gebaseerd op het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, gedateerd 9 februari 2016 en opgesteld door [naam] . Daarnaast heeft de officier van justitie in de vordering meegenomen een bedrag van € 3.071,52 nu in de ontnemingsrapportage geen rekening is gehouden met kosten van levensonderhoud waarvoor veroordeelde uitgaven moet hebben gedaan gedurende de 474 dagen waarop de voordeelsberekening ziet. Voor de berekening van dat bedrag heeft de officier van justitie aansluiting gezocht bij de tabel ‘dagelijkse kosten eten per persoon’ van het Nibud (man 14-65 jaar: € 6,48 per dag). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsman</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft gemeend geen verweer te kunnen voeren tegen de ontnemingsvordering gezien de ingenomen procespositie in de strafzaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">5. De gronden voor de schatting van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_14f944e7-4596-4bc2-90c3-1ab75fcbe598" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij vonnis van 26 mei 2016 van deze rechtbank en kamer is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren, onder meer omdat </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij op tijdstippen in de periode van 2 mei 2014 tot en met 19 augustus 2015 te Heerhugowaard en Alkmaar en Den Helder en elders in Nederland telkens opzettelijk een hoeveelheid bankbiljetten van 50 euro, waarvan de valsheid of vervalsing verdachte, toen hij die bankbiljetten ontving, telkens bekend was, telkens met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, telkens in voorraad heeft gehad, zich heeft verschaft en/of heeft vervoerd</emphasis>. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van deze veroordeling kan aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van of uit de baten van dat bewezen verklaarde strafbare feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De ontnemingsrapportage</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 9 februari 2016 heeft de verbalisant [naam] , financieel rechercheur bij de eenheid Noord-Holland te Alkmaar, een rapport opgesteld betreffende het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit rapport zal hierna worden aangehaald als de ontnemingsrapportage.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het rapport zijn diverse bijlagen gevoegd, ontleend aan het dossier met betrekking tot de onderliggende strafzaak tegen veroordeelde. De rechtbank heeft bovendien de beschikking gehad over het volledige dossier van de strafzaak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vermeerdering van de vordering ter terechtzitting </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht het in strijd met de goede procesorde dat de officier van justitie, zonder enige vooraankondiging, op de terechtzitting de vordering heeft vermeerderd onder overlegging van een kopie van een pagina van de site van het Nibud. Voor de verdediging is het nauwelijks mogelijk hierop te reageren. Bovendien valt niet in te zien waarom deze uitgaven niet in het rapport zijn meegenomen. </para>
        <para>De rechtbank merkt daarbij op dat [huurster] heeft verklaard dat veroordeelde € 300,- per maand voor de zolderkamer betaalde voor wonen, gas, water, elektra en eten en drinken voor twee personen.<footnote-ref linkend="_4a8bfc26-6d16-4949-8e18-890a8f9c1630" /> De extra uitgaven, gebaseerd op het door de officier van justitie overgelegde overzicht van de Nibud, zijn gezien de verklaring van [huurster] niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank zal het bedrag waarmee de ontnemingsvordering ter terechtzitting is vermeerderd dan ook afwijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling vordering </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank kan – mede omdat geen gemotiveerde betwisting heeft plaatsgevonden – instemmen met de inhoud van de ontnemingsrapportage, waarin het wederrechtelijk voordeel middels kasopstelling als volgt is berekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Contant 								€          0,00</para>
        <para>Inkomen 2014 en 2015 							€   4.232,00</para>
        <para>Huur zolderkamer 13 x 300 (vanaf aug 2014 tot aug 2015) 	-/-	€   3.900,00</para>
        <para>Telefonie 18 mnd x 200 					-/-	€   3.600,00</para>
        <para>Aankoop Volkswagen Polo 08-04-2014 minimaal 		-/-	€   8.000,00</para>
        <para>Aankoop Samsung Flatscreen serie 8 (schatting prijs) 		-/-	€   2.000,00</para>
        <para>Aankoop Playstation 4 						-/-	€      349,00</para>
        <para>Verkoop Volkswagen Polo 13-01-2015 					€   8.000,00</para>
        <para>Aankoop BMW 28-01-2015 (taxatie Autotelex) 		-/-	€ 14.401,00</para>
        <para>Aankoop Piaggio motorscooter 24-04-2015			-/-	 €  4.000,00</para>
        <para>Boetes en motorrijtuigenbelasting BMW 			-/-	€      650,00	</para>
        <para>Verzekering Piaggio 17 per maand 				-/-	€        68,00</para>
        <para>Motorrijtuigenbelasting per kwartaal € 29,00			-/-	€        29,00</para>
        <para>Eindsaldo contant geld (771,16 + 28,75) 			-/-	<emphasis role="underline">€      799,91</emphasis></para>
        <para>Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel) 				€ 25.564,91</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het geschatte bedrag wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van deze kasopstelling redelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de maatregel ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel moet worden opgelegd. Er is niet gebleken van feiten en omstandigheden, op grond waarvan het door veroordeelde te betalen bedrag lager zou moeten worden vastgesteld dan op het bedrag van het geschatte voordeel.</para>
      <para>De rechtbank zal gelet op het vorenstaande het door veroordeelde te betalen bedrag vaststellen op <emphasis role="bold">€ 25.564,91.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wettelijke bepaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gedeeltelijk toe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op € 25.564,91 (zegge: vijfentwintigduizend vijfhonderdvierenzestig euro en eenennegentig cent). </para>
      <para>Legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van <emphasis role="bold">€ 25.564,91 </emphasis>(zegge: <emphasis role="bold">vijfentwintigduizend vijfhonderdvierenzestig euro en eenennegentig cent</emphasis>) ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het meer gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</title>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. L.J. Saarloos, voorzitter, </para>
      <para>mr. A.S. van Leeuwen en mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.M.A. van der Meij,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 mei 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van der Meij is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_14f944e7-4596-4bc2-90c3-1ab75fcbe598" label="1">
    <para>Tenzij anders vermeld, zijn de bewijsmiddelen ontleend aan het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, gedateerd 9 februari 2016 en opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] , financieel rechercheur bij de eenheid Noord-Holland te Alkmaar, met bijlagen, verder te noemen ontnemingsrapport. De paginanummering is afkomstig uit dit rapport met bijlage. </para>
    <para>Wanneer bewijsmiddelen uit de strafzaak worden gebruikt, zijn deze ontleend aan het relaasproces-verbaal met nummer 59, documentcode 20150903.1045.4302, dat op 10 november 2015 in de wettelijke vorm is opgemaakt door de bevoegde [verbalisant] met genummerde bijlagen die zullen worden aangeduid met een dossierpagina. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a8bfc26-6d16-4949-8e18-890a8f9c1630" label="2">
    <para> P-v verhoor getuige [huurster] , dossierpagina G1.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>