<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2016:6337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-29T11:34:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15-155586-15 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:6337">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:6337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-29T11:34:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2016:6337 Rechtbank Noord-Holland , 22-07-2016 / 15-155586-15 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2016:6337:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Promis; vrijspraak ten aanzien van het zich beledigend uitlaten over een groep mensen, te weten moslims, vanwege hun geloofsovertuiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2016:6337:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15-155586-15 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 22 juli 2016</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Strafvonnis (Promis)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van vrijdag 8 juli 2016 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op het adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter te Alkmaar heeft de zaak op 15 oktober 2015 naar de meervoudige strafkamer in deze rechtbank verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.C. Storm en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.S.H. Orsel, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is, na toegelaten wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 maart 2015 te Westzaan, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland en/of in Frankrijk, zich in het openbaar bij geschrift en/of afbeelding opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Moslims, wegens hun geloofsovertuiging door opzettelijk beledigend op een openbare facebookpagina de volgende woorden te plaatsen: ‘kak moslims’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 137c lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde feit waarbij verdachte zich volgens de officier van justitie schuldig heeft gemaakt aan het beledigend uitlaten over een groep mensen, te weten moslims.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte heeft – op de gronden zoals vervat in zijn ter terechtzitting overgelegde pleitnotities, die als hier herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd – vrijspraak van het aan verdachte ten laste gelegde feit bepleit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de op de openbare Facebookpagina geplaatste uitlating ‘Kak moslims’ moet worden beoordeeld of deze uitlating beledigend is over/voor een groep mensen, te weten moslims, wegens – in dit geval – hun godsdienst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank hanteert daarbij het navolgende toetsingskader: </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>is de uitlating beledigend in de zin van artikel 137c, eerste lid, Sr en zo ja;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>neemt de context waarin deze is geplaatst het beledigend karakter weg, en indien dat het geval is;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>is de uitlating onnodig grievend?</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Stap 1: Beledigend?</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is allereerst van oordeel dat de uitlating ‘Kak moslims’ op zichzelf beledigend van aard is. De verdachte heeft zich hiermee denigrerend en neerbuigend uitgelaten over een groep mensen vanwege hun geloof en hen daarmee als groep in diskrediet gebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Stap 2: (Maatschappelijke) context?</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is evenwel van oordeel dat voornoemde uitlating door verdachte is gedaan binnen de context van een maatschappelijk debat dat – mede op Facebook – gevoerd werd over de mogelijke bouw van een moskee, dan wel een multicultureel centrum met gebedsruimte, in Assendelft. De rechtbank acht het aannemelijk dat dit onderwerp een hoop stof heeft doen opwaaien en dat de gemoederen daarbij hoog zijn opgelopen. De rechtbank erkent het belang van alle betrokkenen om hun mening over het betreffende onderwerp, ook als die ongezouten en ongepast is, in vrijheid te mogen geven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Stap 3: Onnodig grievend? </emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op deze context, komt de rechtbank tot het oordeel dat de ten laste gelegde uitlating niet als onnodig grievend gekenmerkt kan worden, zodat de verdachte van het hem tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. W. Veldhuijzen van Zanten, voorzitter,</para>
      <para>mr. W.J. van Andel en mr. E.M. van Poecke, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 22 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. W. Veldhuijzen van Zanten en mr. E.M. van Poecke zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>