<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2016:6239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T23:54:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/242840 / HA ZA 16-293</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>IER 2017/58 met annotatie van A.M.E. Verschuur</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/2414</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2016/472</rdf:li>
          <rdf:li>IR 2016/161, UDH:IR/13836 met annotatie van Onder redactie van mr. M. van der Linden en mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:6239">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:6239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-18T08:17:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2016:6239 Rechtbank Noord-Holland , 17-08-2016 / C/15/242840 / HA ZA 16-293</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2016:6239:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Eiser in het incident stelt dat sprake is van huurkoop (7A:1576h BW) zodat de zaak verwezen moet worden naar de sectie kanton. Verweerster in het incident stelt dat geen sprake is van huurkoop omdat de overeenkomst betrekking heeft op een website met daarbij behorende domeinnamen. Dit zijn geen voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (3:2 BW). </para>
        <para>In 7A:1576 vijfde lid zijn de bepalingen van die titel ook van toepassing verklaard op vermogensrechten. De rechtbank oordeelt dat een website en domeinnaam kunnen worden aangemerkt als vermogensrechten in de zin van 3:6 BW. Zaak wordt verwezen</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2016:6239:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="292bd4c7-2c23-43de-9e2d-cce173caf15b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3fcb4550-4014-442c-917e-7f3d85e66613" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/15/242840 / HA ZA 16-293</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 17 augustus 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MARRON JACHTBOUW B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoor houdende te Medemblik,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. M.L. Molenaar te Noord-Scharwoude,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE MEDIA GROEP B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoor houdende te Purmerend,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. P.P. Otte te Limmen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Marron Jachtbouw en de Media Groep genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de exceptie van onbevoegdheid</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating exceptie van onbevoegdheid.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De Media Groep vordert dat de rechtbank de zaak verwijst naar de kamer voor kantonzaken. Zij stelt dat de overeenkomst tussen partijen waarop Marron Jachtbouw haar vordering in de hoofdzaak baseert, moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van huurkoop. Voor dergelijke geschillen is de kantonrechter in artikel 93 aanhef en onder c Rv. aangewezen als bevoegde rechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Marron Jachtbouw voert verweer. Zij betwist dat sprake is van een overeenkomst van huurkoop. Zij voert aan dat in artikel 7A:1576h BW is bepaald dat onder huurkoop verstaan wordt  de koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen dat de verkochte zaak niet door enkele levering in eigendom overgaat, maar pas door vervulling van de opschortende voorwaarde van  algehele betaling van wat door de koper uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigd is. Zij wijst er op dat in artikel 3:2 BW de definitie van ‘een zaak’ is opgenomen, te weten een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object. Zij stelt dat de transactie ziet op een website en een domeinnaam, die niet kunnen worden aangemerkt als stoffelijke objecten vatbaar voor menselijke beheersing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
        <para>Artikel 7A:1576h BW is opgenomen in de titel van boek 7A die handelt over koop en verkoop op afbetaling. </para>
        <para>Koop en verkoop op afbetaling wordt in artikel 7A:1576 BW gedefinieerd als <emphasis role="italic">de koop en verkoop, waarbij partijen overeenkomen dat de koopprijs wordt betaald in termijnen, waarvan twee of meer verschijnen, nadat de verkochte zaak aan de koper is afgeleverd. </emphasis></para>
        <para>Het vijfde lid van artikel 7A:1576 BW luidt: <emphasis role="italic">Het in deze titel bepaalde vindt overeenkomstige toepassing op vermogensrechten, niet zijnde registergoederen, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van het recht. </emphasis></para>
        <para>Artikel 7A:1576 h BW luidt<emphasis role="italic">: </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1. Huurkoop is de koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen, dat de verkochte zaak niet door enkele levering in eigendom overgaat, maar pas door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van wat door de koper uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigd is. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De definitie van ‘vermogensrecht’ is opgenomen in artikel 3:6 BW en luidt: <emphasis role="italic">Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel zijn vermogensrechten.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Een huurkoopovereenkomst als bedoeld in artikel 7A;1576h BW veronderstelt dat het huurkoopobject bij het aangaan van de overeenkomst wordt afgeleverd, hetgeen wil zeggen dat de zaak ter beschikking van de huurkoper wordt gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De overeenkomst waarop Marron Jachtbouw in de hoofdzaak haar vordering baseert houdt voor zover van belang het volgende in:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hieronder beschrijven wij de voorwaarden waaronder wij bootverkoopplein.nl overdragen aan de koper.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De koper (…) de mediagroep BV</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verkoper (…) marronjachtbouw BV</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het overname bedrag is vijftienduizend euro excl. BTW en twee procent over de omzet per jaar, tesamen tot maximaal € 20.000,- excl. BTW.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het bedrag wordt in dertig aan ééngesloten termijnen aan de verkoper overgemaakt. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na betaling van  deze dertig termijnen a € 500,- zaal Marco Klockenbrink </emphasis>[rb: de mediagroep bv]<emphasis role="italic"> de volledige eigenaar zijn van de website bootverkoopplein.nl met de daarbij behorende domeinnamen.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zolang de koper zijn betalingsverplichtingen zoals hierboven beschreven niet heeft voldaan. Behoud marron jachtbouw zich alle rechten toe om de website bootverkoopplein.nl terug te vorderen. Ook alle schade, juridische en operationele kosten die hier uit voortkomen, doordat de koper zich niet aan de betalingsovereenkomst houd, bij de koper terug te vorderen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alle door de verkoper lopende overeenkomsten en kosten die betrekking hebben op de website bootverkoopplein.nl van zowel de serverkosten, hosting, digitale facturatie, het open BMS, zullen bij ondertekening worden overgedragen aan de koper. De verkoper heeft dan ook geen enkele verplichting zowel financieel als juridisch aan deze partijen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>De overeenkomst is gedateerd 28 maart 2014. Vanaf die datum zijn derhalve de website en de bijbehorende domeinnamen overgedragen in beheer aan De Media Groep.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>In het onderhavige geval gaat het derhalve om  koop en verkoop van een website met daarbij behorende domeinnamen waarbij levering overeengekomen is onder de opschortende voorwaarde dat volledige betaling heeft plaatsgevonden. Onder aflevering moet in dit geval worden verstaan dat de koper het genot van de website en de domeinnamen verkrijgt. Dat is gebeurd na ondertekening van de overeenkomst op 28 maart 2014. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Hiermee zou de overeenkomst in beginsel aangemerkt kunnen worden als een  overeenkomst van huurkoop. Partijen hebben gedebatteerd over de vraag of een website en een domeinnaam kunnen worden aangemerkt als een zaak in de zin van artikel 3:2 BW dat luidt: <emphasis role="italic">Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten</emphasis>. Dat debat is evenwel niet relevant, nu in het vijfde lid van artikel 1576 BW vermogensrechten met zaken worden gelijkgesteld. Het gaat derhalve alleen om de vraag of een website en een domeinnaam als een vermogensrecht in de zin van artikel 3.6 BW kunnen worden gekwalificeerd, derhalve als <emphasis role="italic">rechten die (…) overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel zijn vermogensrechten.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Uit de omstandigheid dat zowel de website als de domeinnamen zijn verkocht valt af te leiden dat zij voor de eigenaar ervan een bepaalde waarde vertegenwoordigen en dat het (exclusief) beheer/gebruik van de website en het exclusief gebruik van de domeinnaam kunnen worden overgedragen aan een derde tegen betaling. De rechtbank is daarom van oordeel dat zowel een website als domeinnamen daarmee vallen onder definitie van vermogensrechten zoals deze in artikel 3:6 BW is verwoord. Het recht op de website en het recht op de domeinnamen zijn overdraagbaar en strekken ertoe de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen. Immers een website of het gebruik van domeinnamen zijn veelal bedoeld om potentiële klanten te interesseren en naar zich toe te lokken. Dit valt aan te merken als het indirect verkrijgen van stoffelijk voordeel. Om die reden wordt geoordeeld dat de vordering van Marron Jachtbouw een onderwerp betreft dat op grond van art. 93 onder c Rv. door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. Daarom zal de zaak worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Marron Jachtbouw zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd om van de vordering van Marron Jachtbouw kennis te nemen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Marron Jachtbouw in de kosten van het incident, aan de zijde van de Media Groep tot op heden begroot op € 452,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Haarlem, op woensdag, 7 september 2016 om 10.00 uur voor conclusie van antwoord;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2016.<footnote-ref linkend="_a91226bf-1435-4153-9e9f-6b479adc87b5" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a91226bf-1435-4153-9e9f-6b479adc87b5" label="1">
    <para>type: 155</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>