<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2016:5347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-30T11:46:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/243412 / HA RK 16/82</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:5347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:5347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-30T11:45:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2016:5347 Rechtbank Noord-Holland , 03-06-2016 / C/15/243412 / HA RK 16/82</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2016:5347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk omdat het niet is gemotiveerd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2016:5347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1ba65829-9184-469c-9567-e94d6747eecb" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e4a25221-d959-4fcd-abec-f1a56a9c659c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]</para>
    <para>Wrakingskamer </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/243412 / HA RK 16/82</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 3 juni 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gericht tegen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. drs. J.H.A.C. Everaerts,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoekster heeft op 24 mei 2016 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling publiekrecht, sectie bestuursrecht aanhangige zaak met als zaaknummer HAA16 /923 WBP SL00, hierna te noemen: de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht ( AWB ) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 8:16 lid 2 AWB dient een verzoek tot wraking echter de gronden van het verzoek te bevatten. </para>
        <para>Verzoeker heeft in zijn schriftelijke wrakingsverzoek vermeld dat deze rechter een duidelijk grote bijdrage heeft geleverd tot het schade van de rechtspraak. Dat standpunt heeft hij onderbouwd door te stellen dat:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>de rechter uitspraken ondertekend heeft, waarvan duidelijk was dat de handtekening van de griffier was vervalst</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>eerdere uitspraken van de rechter vol staan met juridische blunders en valse beweringen en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rechter diverse procesfouten heeft gemaakt, waaronder het direct opstellen van een uitspraak na verzet, zonder eiser(es) te horen. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>Aangezien het verzoek in dit geval in het geheel niet gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Wat er verder ook zij van de inhoud van het standpunt van verzoeker, het zijn mogelijk klachten over eerdere uitspraken, maar geen wrakingsgronden, waaruit vooringenomenheid van deze rechter zou kunnen blijken. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/ Organisatie/ Rechtbanken/ Rechtbank Noord-Holland/ Bekijk regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechter een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer HAA16 /923 WBP SL00) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking en beveelt daartoe de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de voorzitter van de rechtbank Noord-Holland, afdeling Bestuursrecht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 juni 2016.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier						voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>